Kleine kerken tussen grote moskeeen
2003-06-06
Wie heeft er niet mee te maken?- Jaargang 47
- nummer 12
Minstens 800.000 moslims wonen in ons midden, veel scholen (ook christelijke) tellen grote aantallen moslimkinderen en in de steden vind je kerken en moskeeën gezusterlijk naast elkaar. En zo is er meer. Een drietal organisaties (Stichting Gave, Evangelie & Moslims en de Arabische Wereld Zending) organiseerde een studiedag voor predikanten en voorgangers.
De lezingen waren boeiend genoeg om er ook iets van door te geven aan de lezerskring van Opbouw.
Slachtoffergevoel
Voor deze gelegenheid kwam dr. Toby Howarth uit Birmingham naar Amersfoort om te spreken over de uitdaging van de islam voor de kerken van West Europa. Moslims in Nederland staan voortdurend onder druk, zo is zijn ervaring. Nog steeds nemen zij de laagste posities in de samenleving in, hebben ze achterstand in het onderwijs en is de werkeloosheid onder moslims hoog. Het gevoel tweederangsburger te zijn leeft sterk. ‘We zijn slachtoffer!’ Zo is tenminste de ervaring van de moslims. Met die visie op de omringende wereld kan men zich gemakkelijk gaan afzetten tegen de samenleving en gaan sympathiseren met fundamentalistische, reactionaire groepen die in naam van de islam zeggen juist voor hèn op te komen.
Samaritanen
Na zijn schets van de sociologische ontwikkelingen in Europa ging Howarth verder op een bijbels-theologisch spoor. Hij zag een treffende parallel tussen de omgang van Joden en Samaritanen in bijbelse tijden, en die van christenen en moslims vandaag.
Etnisch en religieus was voor de Joden het leven van de Samaritanen een mengelmoes en toonbeeld van onzuiverheid.
Er was sprake van een conflict, dat zowel etnische, theologische als economisch-politieke aspecten had - soms oppervlakkig en bij tijd en wijle bloedig. Die drie terreinen van conflict zien we ook vandaag terug in de relatie tussen moslims en christenen.
Dr. Howarth liet vervolgens iets zien van de verrassende, grensdoorbrekende houding van Jezus in zijn omgang met Samaritanen (Lukas 9:51-56, Johannes 4). Dat grensdoorbrekende, waartoe Jezus ook zijn volgelingen oproept, botst met het beeld van Jezus in de koran. Voor moslims is zo’n manier van omgang vreemd, als kwam het van een andere wereld. Het is aan ons christenen om iets van die wereld te laten zien. In dit verband haalde Howarth de theoloog Newbigin aan: de hermeneutiek van het Evangelie is de plaatselijke gemeente.
Dat wil zeggen dat de plaatselijke gemeente in de vertolking van het evangelie een sleutelrol vertolkt. De kernvraag voor voorgangers en gemeenten is dan: is er werkelijk innerlijke bereidheid om het evangelie voor te leven te midden van tijdgenoten.
‘Jezus liet geen boek achter, maar discipelen. Was dat per ongeluk?’ zo besloot Howarth met een retorische vraag zijn verhaal.
Gevoelig
In de discussie die er op volgt brengt dhr. Marco Vermin, directeur van stichting Gave, naar voren dat Jezus in de ontmoeting met de Samaritaanse vrouw iets buitengewoons doet. Hij laat haar namelijk merken dat Hij haar leven kent. De vrouw verhaalt onder haar stadsgenoten dan ook niet van een interessante theologische discussie met een joodse rabbi, maar van het feit dat hij haar op wonderbaarlijke wijze doorgrondde. Werkers onder moslims weten dat zij (veelal komend uit een oosterse cultuur) veel gevoeliger zijn voor het bovennatuurlijke dan westerlingen.
Midden in de wijk
In het middagprogramma spreekt ds Marten de Vries, missionair predikant van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Rotterdam, over ‘kleine kerken tussen grote moskeeën’. Hij is bewust gaan wonen in een wijk temidden van moslims, ‘op het zendingsterrein’.
Het feit dat de kerken in zijn wijk klein zijn en moskeeën groot, ziet hij niet alleen als jammer.
‘Wat in het Midden-Oosten niet kan, kan wel in Rotterdam. Als jongetje in de kerk hoorde ik vaak bidden voor zending onder Joden en Mohammedanen.
Dat was een ver-weg-gebeuren waar we nooit wat van zagen. Dat ligt nu anders. Ons land is zendingsgebied geworden. We kunnen nu doen waar we zo lang om gebeden hebben. Zouden we wij dat niet als gebedsverhoring kunnen zien, waarvoor we God kunnen danken?’ zo vraagt hij uitdagend Vandaar dat het zo belangrijk is om de jeugd te helpen hun geloof te verwoorden in het contact met moslims. De aanwezigheid van moslims betekent zo een verrijking van hun geloof.
Geen andere God
Ook ds De Vries ziet een parallel tussen de omgang van Joden met Samaritanen toen en christenen met moslims nu. Van de moslims die christen zijn geworden, zijn er velen die te kennen geven, dat ze niet in een andere God zijn gaan geloven, maar God voor het eerst werkelijk hebben leren kennen. Zij beleven hun oude geloof niet als een overtreding van het eerste gebod (dienst aan een afgod) maar als een overtreding van het tweede gebod (een verkeerd beeld van God). ‘In onderlinge debatten kun je nog beweren dat Allah een afgod is (bijvoorbeeld de maangod waar Mohammed voor gekozen zou hebben), maar in de missionaire context hou je het geen twee minuten vol om over jullie Allah en onze God te spreken’.
Helder geluid
Naar de praktijk van het missionaire werk toe benadrukt ds De Vries dat we vrijmoediger mogen en kunnen zijn dan veelal gedacht wordt. Er is veel valse schroom. Moslims verwachten van christenen een helder geluid.
Met de vrijmoedigheid van Paulus kunnen we ook moslims ontmoeten.
Paulus roept uit: Ik schaam mij het evangelie niet! (Romeinen 1:16) Als christenen bijvoorbeeld voor een vergadering het kruis uit een kerkzaal weghalen om moslims tegemoet te komen, is men verkeerd bezig.
Voorkom ook het werken met een dubbele agenda. Dat levert niet alleen dubbel werk op omdat je daarna veel uit te leggen hebt, maar het geeft moslims ook een indruk van onbetrouwbaarheid en het gevoel niet serieus genomen te worden.
Kansen!
Demografen gaan er van uit dat binnen enkele generaties er meer moslims dan christenen in West-Europa zullen wonen, zo zei drs Cees Rentier in zijn inleidend woord.
Hoe gaan wij in op de uitdaging van de islam? Met het creëren van karikaturen is niemand gebaat. We zullen door het contact met hen, in een open houding, een vijanddenken kunnen doorbreken en in Christus’ naam veel voor hen kunnen betekenen.