“God weet wat er morgen gebeurt, ik niet”

2003-06-06
  • Jaargang 47
  • nummer 12
Op 5 mei, voor Nederlanders een dag om bevrijding van onderdrukking te vieren, viel voor de Iraanse familie Abusalman het beslissende woord.
Ze waren niet langer welkom in Nederland en zouden voor 23 mei het land moeten verlaten. Maar terugkeren naar Iran is gevaarlijk. De kans is groot dat vader Ahmed dan direct wordt opgepakt. Voor hen en enkele leden van de Nederlands Gereformeerde kerk in Ede reden om er alles aan te doen om andere manieren te vinden om uit de handen van de Iraanse autoriteiten te blijven. "Mijn God is groot," verklaart Ahmed Abusalman overtuigend.

Tussen Ede en Wekerom ligt een klein vakantiehuis, omringd door veel groen en bomen. De voordeur gaat langzaam open en een klein, nieuwsgierig gezichtje van een meisje kijkt door de kier. Het is Dorna, de driejarige dochter van Ahmed en Leyla Abusalman.

Minderheidsgroep
De familie Abusalman is vier jaar geleden gevlucht uit Iran, Leyla was toen 5 maanden zwanger van Dorna. Toen ze al enkele jaren in Nederland waren, werd hun zoontje Daniël geboren. In Iran hoort het gezin tot een minderheidsgroep van miljoenen, de Azeri, die als tweederangsburgers behandeld worden. Ze mogen de Azeri-taal niet spreken, ook niet binnenshuis, en de Azericultuur mag op geen enkele manier geuit worden. Dat stuitte Ahmed tegen de borst.
Ahmed is een introverte man.
Tijdens het gesprek staat hij zwijgend met zijn rug tegen de muur naast de tafel, gaat even zitten om een korte toevoeging aan het verhaal te geven of ontfermt zich over de kinderen. Zijn vrouw Leyla is extroverter. Ze probeert – in cirkels zoals Iraniërs eigen schijnt te zijn – hun verhaal te vertellen. Een beetje angstig, want de vraag is wat er met hun verhaal gaat gebeuren.
Maar na de uitspraak van de rechter worden alle middelen aangegrepen om hun verhaal nogmaals te vertellen.
"Want," vertelt huisvriendin en mede-kerklid Hinke de Ruyter, "het is oneerlijk. Er zijn meer dan genoeg redenen te noemen waarom Ahmed en Layla een verblijfsvergunning zouden moeten krijgen."

Littekens op zijn lichaam
Vier jaar geleden moest Ahmed vluchten om ‘politieke redenen’, zoals hij zelf vertelt.
Uit zijn voorzichtige uitspraken wordt duidelijk dat hij lid was van een verboden politieke partij van Azeri-mensen. Ook was hij betrokken bij de studentendemonstraties van 1999. Zijn oudere broer waarschuwde hem en zei dat hij moest vluchten omdat hij anders in de gevangenis terecht zou komen. "Geen overbodige waarschuwing,"vertelt Ahmed vervolgens, "want mijn jongere broertje zit nu gevangen."
Hinke de Ruyter vertelt, met toestemming van Ahmed, dat hij tienmaal is opgepakt en gemarteld door het huidige Iraanse regime. De littekens draagt hij nog op zijn lichaam.
De rechter ontkende in haar uitspraak niet dat Ahmed inderdaad meerdere keren is opgepakt en gemarteld. De uitspraak kwam er – geparafraseerd – op neer dat hij niet vaak genoeg gevangen genomen en gemarteld is om een verblijfsvergunning te krijgen.
Hinke de Ruyter: "Volgens de uitspraak is Ahmed niet belangrijk genoeg voor de autoriteiten, anders hadden ze hem niet steeds vrij gelaten.
Daarom zou zijn terugkeer niet gevaarlijk zijn."

Zoveel liefde
Ahmed en Layla zijn in Nederland tot geloof in Jezus Christus gekomen. Voor Ahmed was het een antwoord op zijn zoektocht. "Onze ouders zijn allemaal moslim, maar meer omdat het cultureel bepaald is dan dat zij er echt in geloven.
In Iran worden christenen erg achtergesteld. Kinderen van christenen krijgen nauwelijks tot geen scholing, medische hulp is moeilijker te krijgen.
Ik vroeg me altijd al af: waarom zij?" Na het overlijden van zijn ouders, ging Ahmed bij een christelijk gezin wonen.
"Daar zag ik zoveel liefde. Ik was toen al bezig met God en Jezus, maar daar is geen ruimte voor in Iran."
Voor Leyla lag het anders. In een OZC in Emmeloord werden zij en haar man bezocht door leden van de Nederlands Gereformeerde kerk ter plaatse.
Toen Leyla beviel van haar dochtertje, werd zij in het ziekenhuis dagelijks bezocht door kerkleden. "Dat kan ik maar niet vergeten, ik kon niet met ze praten want ik sprak geen Nederlands. We lachten naar elkaar en probeerden in gebaren te communiceren.
Maar ze kwamen iedere dag terug. Ik vond die mensen vriendelijk en liefdevol en door gesprekken met een Irakese vriendin die ook christen was geworden heb ik uiteindelijk veel over het christendom geleerd."

Alles kwijt
Moslims die christen worden, worden doorgaans uit hun familie gestoten in Iran. Dat gebeurde ook met Leyla en Ahmed. Ahmed: "Ik ben nu echt alles kwijt. Mijn broer is rijk en betaalt veel geld om uit de gevangenis te blijven.
Ook ik heb enkele keren moeten betalen om uit de gevangenis te blijven; zelfs een deel van mijn bezittingen verkocht.
Als ik terug naar Iran ga, wil mijn broer alleen voor mij betalen als ik zeg dat ik geen christen ben. Dan mag hij zijn geld houden, want dat kan ik niet zeggen. Ik heb nu al anderhalf jaar geen contact meer met mijn familie." Ook Leyla’s ouders willen haar niet meer spreken. "Mijn moeder is een gelovige moslim. Ze heeft aan iedereen verteld dat haar dochter christen is geworden.
Dat is een schande voor ouders. Zolang ik christen blijf, kunnen ze geen contact met me hebben."

Complicerende factor
Hun nieuwe geloof is dus een complicerende factor in een eventueel terugkeerproces naar Iran. Hinke: "Ahmed heeft heel lang geweigerd zijn christen-zijn te gebruiken in de rechtszaal. Hij wilde koste wat het kost voorkomen dat mensen zouden denken dat hij christen is geworden om meer kans te krijgen op een verblijfsvergunning. Pas tijdens de laatste rechtszitting heeft de advocaat het christen-
zijn gebruikt." Dit bleek nutteloos, want de uitspraak van de rechter – opnieuw geparafraseerd – kwam erop neer dat niemand in Iran tenslotte hoeft te weten dat ze christen zijn geworden.
"Maar onze families weten het al," vertelt Ahmed. "We hoeven absoluut geen enkele vorm van hulp te verwachten, eerder tegenwerking."

De arm van de mullah’s
Ahmed en Leyla zijn ervan overtuigd dat Ahmed, als ze eenmaal terug zijn in Iran, direct opgepakt zal worden.
Hetzelfde is gebeurd met een bevriend Iraans echtpaar dat ook onlangs moest terugkeren naar het land van herkomst.
De man werd direct op het vliegveld opgepakt en gevangen gezet, hun ernstig zieke kind kreeg geen toegang tot het ziekenhuis. De arm van de mullah’s (via geheimde dienst, politie en het bevorderen dat burgers elkaar aangeven) reikt ver, het regime weet precies wanneer een vluchteling in het land terugkomt.
Dit vooruitzicht maakt het gezin Abusalman bang. "Als het zover komt dat wij terug moeten, dan laten we onze kinderen in Nederland," zegt Leyla emotioneel. "Er is geen leven voor ons in Iran, dat willen we hen niet aan doen."

Mijn God is groot
Ondanks alle wanhoop en teleurstelling blijft het Iraanse gezin optimistisch. "Mijn God is groot," verklaart Ahmed overtuigend. "God weet wat er morgen gebeurt, ik niet.
Als we echt terug moeten, heeft Hij misschien iets beters voor ons in gedachten." Ook Layla is vast overtuigd van Gods aanwezigheid in hun uitzichtloze situatie, maar ze geeft toe dat het soms lastig is. "Soms is het moeilijk te begrijpen. Maar ik weet wel dat ik al deze problemen niet aan zou kunnen als ik God niet had gekend. Door te luisteren naar christelijke muziek, te bidden en te lezen in de bijbel krijg ik rust. Ik heb nog steeds vertrouwen in de situatie."

Vrijheid 1) 30 januari 2000: in een feestelijke kerkdienst in de Nederlands Gereformeerde kerk te Emmeloord leggen Ahmed Abu Salman en zijn vrouw Leilah Soltani in het openbaar belijdenis af van hun geloof, waarna zij, samen met hun drie weken oude dochtertje Dorna, het teken en zegel van het verbond van God ontvangen.
Extra feestelijk is het, omdat het hier gaat om een asielzoekersgezin uit Iran, dat na veel omzwervingen een toevlucht heeft gezocht in ons vrije land. In contact gekomen met een christen geworden Irakese vrouw ervaren ze nu een tweede bevrijding: "Wanneer de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn" (Johannes 8:36).
In het Opvang Centrum in Luttelgeest, waar ze op dat moment wonen, blijven ze niet zo lang. Na een paar maanden worden ze overgeplaatst naar Groningen, vanwaar ze weer een paar maanden later verhuizen naar Ede. Daar burgeren ze in, zowel burgerlijk als kerkelijk. Ze krijgen een tweede kindje, ditmaal een jongetje, Daniël. Weer is het feest, nu in Ede, als ook dit kindje gedoopt wordt.
Langzamerhand wordt de intensiteit van de beelden van alle ellende die ze hebben meegemaakt wat minder, wat draaglijker; hoewel lichamelijke en psychische pijn hen nog dagelijks herinnert aan het verleden. Maar toch: ze durven weer hoop te koesteren als ze aan de toekomst denken.

5 mei 2003: Nederland viert de bevrijding.
In Ede krijgen Ahmed en Leilah een brief: de uitslag van het hoger beroep: omdat Iran voldoende veilig is, moet u op korte termijn Nederland verlaten.
Gevaar? Welnee. Omdat u christen bent? Maar daar weten wij niets van.
Trouwens: u bent hier gekomen als moslim, dus u kunt ook best teruggaan als moslim. En als u dan per se christen wilt zijn, hoeft u dat toch niet aan iedereen te laten weten?
Nee, gaat u maar fijn terug. Wij hebben geen plaats voor u.

Uit het diepst van mijn hart schaam ik mij voor mijn 'vrije' land.

M.H.T. Biewenga, destijds Emmeloord, nu Enschede

1) ‘Vrijheid was als ingezonden ‘bedoeld voor het Nederlands Dagblad. Om verschillende redenen wilde de redactie het niet plaatsen. Het ND heeft later (20 mei) wel uitvoerig aandacht aan de zaak besteed.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief