De Eeuw van Else
2003-06-20
Ze heeft nog samen met de prinsessen Beatrix en Irene gespeeld. Dat waren volgens haar leuke, vlotte meiden.- Jaargang 47
- nummer 13
En ze vond hun moeder, de latere koningin Juliana, lief en zorgzaam.
Ik heb het over Else Vlug-Hoekendijk, echtgenote van Peter Vlug, dochter van Karel Hoekendijk en zus van Ben en Frans Hoekendijk. Bekende namen uit de opwekkingsbeweging. Ze heeft nog niet zo lang geleden een boek geschreven over haar
leven met Peter. Het heet En wij hebben het geloof behouden … (Uitgeverij Gideon, Hoornaar, 2000)
Met een knipoog naar Geert Mak noem ik dit boek De Eeuw van Else.
Het beschrijft namelijk niet alleen een familiegeschiedenis, maar ook een stuk historie van een christelijke beweging in Nederland. Dit boek gaat over het gezin Vlug, de familie Hoekendijk, de Pinksterconferenties in Vierhouten, de One-Way-Day’s, de Mission conferenties, kinderwerk en ook over de Pinkstersamenkomsten op Walibi Flevo (nu Six Flags).
Else's ouders
Else is een dochter van Karel Hoekendijk en Beppie la Rivière. Else’s ouders groeien op in de Maranathabeweging, die zich kenmerkt door een blije, vrije geloofsbeleving. De opa van Else, Kees Hoekendijk, spreekt regelmatig op conferenties van deze beweging. Samen met zijn vriend Johannes de Heer richt Kees de NCRV op.
Karel Hoekendijk is kunstschilder. Else’s beschrijving van haar vader maakt duidelijk, dat het niet altijd een makkelijke man is. Hoewel hij zichzelf als christen beschouwt, woont hij rustig tijdens zijn huwelijk met Beppie een tijdje samen met een andere vrouw.
Beppie doet nog wel de was voor hem, die hij doodleuk elke vrijdag langs brengt. Op een dag komt hij onverwacht weer thuis wonen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Karel is erg gesteld op zijn vrijheid en bezit een diepe afkeer van alles wat burgerlijk is. Hij heeft echter een zwak hart en na een ernstig infarct is hij er slecht aan toe. Maar hij wordt op gebed volkomen genezen, waarbij een profetie over hem wordt uitgesproken, dat God hem in dienst zal nemen en tot zegen zal stellen voor velen. Dit wordt een keerpunt in het leven van Karel en Beppie Hoekendijk, ook in hun huwelijk. Zij beginnen het evangelie te verkondigen in Nederland, maar later meer en meer in het buitenland, waar Karel zich veel meer thuis voelt. Velen komen tot geloof en genezen regelmatig van allerlei ziekten en kwalen. Het boek staat er vol van. Toch blijft Karel in bepaalde opzichten ook na zijn bekering een wat moeilijke man. Ook kan hij moeilijk met kritiek omgaan. Dat leidt regelmatig tot spanningen in de familie.
Ergens halverwege het boek staat een korte, intrigerende passage over Karels mening over de heiliging in het leven van een christen. Hij legt veel nadruk op de kracht van de Geest, die tot uitdrukking komt in wonderen en tekenen. ’Maar we hoorden nooit iets over heiliging en de vrucht van de Heilige Geest die je karakter vormt naar het beeld van Jezus’ (p. 180), schrijft Else. Heiliging is volgens Karel iets voor navelstaarders en zondezoekers.
Die zullen volgens hem nooit een ‘overwinningsleven’ hebben. Else vindt dat Karel eigenlijk maar een half evangelie brengt.
Worstelen met genezing
Het boek staat vol van genezingen door de kracht van Jezus Christus.
Soms lijken watervallen van zegen neer te komen. Toch wordt niet iedereen genezen, wat bij Else steeds weer vragen oproept. Tegen het einde van het boek wordt Else zelf flink ziek.
Ondanks schuldbelijdenis, gebed, zalving met olie en handoplegging geneest zij niet. Ook haar ouders staan voor een raadsel. Dit past niet in hun theologie. Maar de vragen rond gebedsgenezing komen tot een dramatische climax, wanneer Else en Peter hun tweejarige kleinzoontje Martijn verliezen. Peter verliest daarna bijna zijn geloof en is flink opstandig.
Uiteindelijk vindt hij vrede door er voor te kiezen ondanks zijn vragen op God te blijven vertrouwen. Het hoofdstuk over het sterven van Martijn vind ik het meest ontroerende uit het hele boek. Zo geeft het boek een goede en nuchtere beschrijving van het leven van een christen met, zoals het omslag meldt, glorieuze overwinningen en soms onbegrijpelijke beproevingen.
In het boek speelt Gods leiding een belangrijke rol. Er staan voorbeelden in van profetie, tekenen en dromen.
Zo krijgt Peter een profetie dat God hem een zacht en dienstbaar hart zal geven en ook een scherp onderscheidingsvermogen om te zien wat van God komt en wat van de grote tegenstander.
Op een gegeven moment vraagt Karel Peter of hij zijn medewerker wil worden in de opwekkingsbeweging Stromen van Kracht. Peter vraagt God daarop een teken. Hij wil voor het eind van de maand een gift ontvangen ter grootte van een maandsalaris. Krijgt hij die, dan zal hij zijn schoonvader helpen. Buiten Else weet niemand van dit verzoek aan God. En het gebeurt. Op de laatste dag van de maand valt een anonieme envelop in de brievenbus met daarin honderd gulden, een groot bedrag in de jaren vijftig. Er zit een briefje bij met de tekst: ’Ik zal voor je zorgen tot in lengte van dagen. Het zal je aan niets ontbreken’ (p. 102). In het boek wordt overigens vaker beschreven dat God zorgt voor geld, als daarom gebeden wordt. Regelmatig precies het bedrag dat nodig is.
Zo breekt een Kerst aan waarop Peter en Else geen geld hebben om wat lekkere en gezellige dingen te kopen.
Alle geld is naar de zendelingen van hun organisatie gegaan. Else is teleurgesteld in God. Andere bazen geven hun medewerkers toch ook wat extra’s met Kerst? God is toch een goede Baas? Peter legt dit in gebed voor aan God. Dezelfde dag nog gaat driemaal de deurbel. Elke keer komen er mensen met etenswaren voor de Kerst: kip, aardappelen en lekkere dingetjes.
Er zit zelfs wat kleding bij!
Wonderlijke dingen gebeuren er in dit boek. Karel en Beppie worden op zeker moment Suriname uitgezet. Dat tot grote woede van het Surinaamse volk, dat zich gezegend voelt door de bediening van Karel en Beppie. De autoriteiten beschouwen de Hoekendijks echter als een gevaar voor de volksgezondheid. President Pengel roept zelfs uit dat Karel Hoekendijk het land niet meer in zal komen. ’Zolang ik leef.’ Zeven jaar later krijgen Karel en zijn vrouw echter weer toestemming naar Suriname te komen om een bruiloft te bezoeken.
Vlak voordat zij op de luchthaven Zanderij landen, sterft Pengel. Hij kreeg gelijk. Soms buigt God kennelijk vijandige woorden om tot een profetie!
One Way Day
Het boek beschrijft ook de eerste One Way Day in Utrecht in 1972. Peter huurt daarvoor de Expohal van de Utrechts Jaarbeurs. Een week voor het evenement droomt hij over mensen die naar binnen willen, terwijl de zaal al bomvol zit. Hij besluit daarom de grotere Margriethal te huren, die ‘toevallig’ vrijkomt. Die beslissing wordt biddend genomen, terwijl Peter samen met anderen door de grote zaal loopt. Alle stoelen raken bezet, tot op de laatste! En de collecte brengt precies het bedrag op dat ze nodig hebben.
De kinderen van Peter en Else treden in de voetsporen van hun ouders in de dienst van God, ieder op hun eigen manier.
Lessen
Wat kunnen we van dit boek leren?
Een riskante vraag, want leerervaringen zijn vaak heel persoonlijk. Laat ik me daarom beperken tot de vraag wat ík heb geleerd. Voor mij als reformatorisch christen werkte het boek als een soort spiegel. Een confrontatie met mijzelf.
Bij het lezen dacht ik regelmatig aan het bijbelboek Handelingen. Else’s boek is er een eigentijdse variant op.
We lezen over hoogtepunten en dieptepunten.
Over grote onderlinge liefde, maar ook over spanningen tussen mensen. En natuurlijk over mensen die tot geloof komen. Al met al een herkenbaar stukje kerkgeschiedenis, ook voor christenen uit de reformatorische hoek.
Toch kreeg ik hier en daar wat schaamrood op mijn reformatorische kaken.
Wat getuigen deze mensen vrijmoedig van onze Heer! En wat hebben ze Jezus hartstochtelijk lief. Ook brengen ze enorme offers. Wat zijn wij als reformatorische christenen vaak naar binnen gericht. En wat zijn we – ik denk bijvoorbeeld aan de scheuring in onze kerken aan het eind van de jaren zestig – veel met onszelf bezig geweest! De leer moest vooral zuiver blijven. Niet dat dit onbelangrijk is, maar het evangelie is toch vooral een woord voor de wereld?
Opdat zij allen één zijn ...
Zou het feit dat de opwekkingsbeweging zo naar buiten is gericht de reden zijn, dat deze broeders en zusters zoveel wonderen en tekenen ervaren? De koppeling van het brengen van de blijde boodschap aan wonderen en tekenen is trouwens heel bijbels (zie Marcus 16: 20 en Handelingen 14: 3). Vermoedelijk heeft de opwekkingsbeweging – en de evangelische beweging in zijn geheel – een grote aantrekkingskracht op mensen vanwege haar eenvoudige boodschap. Ook de eigentijdse muziek spreekt veel met name jongere mensen aan.
Ik ben mij trouwens terdege bewust van de ontsporingen in de kring van onze evangelische broeders en zusters in de Heer. Wat wordt een leed aangericht als je na oprecht gelovig gebed niet geneest en vervolgens te horen krijgt, dat je geloof niet groot genoeg is. En wat te denken van die evangelische broeder, die meende door God naar Nieuw-Zeeland te worden geleid, omdat hij starend naar de hemel een wolkje zag in de vorm van dat land? En heel veel dromen geeft God ons waarschijnlijk om onze dagelijkse ervaringen in te verwerken en niet altijd om bijzondere boodschappen door te geven.
Verder mag eenvoud het kenmerk van het ware zijn, maar mag dat nooit leiden tot ongenuanceerd denken.
Reformatorische en evangelische christenen hebben elkaar veel te bieden.
Wat is het van wezenlijk belang de geloofskracht van de evangelische christenen met hun nadruk op de gaven van de Heilige Geest te blijven paren aan de nuchterheid van de reformatorische christenen met hun diepgravende bijbelstudies en genuanceerde theologisch denken. We hebben elkaar nodig om in balans te blijven. Graag noem ik ook nog de ‘derde’ benadering van onze roomskatholieke broeders en zusters, die vanuit hun kloostertraditie waardevolle elementen aandragen. Denk daarbij aan Henri Nouwen en Anselm Grün met hun fijnzinnige pastoraalpsychologische perspectief. In Else’s boek komt het verlangen naar eenheid onder christenen trouwens duidelijk naar voren.
Ik vond haar boek al met al boeiend, bemoedigend en ontroerend. En na het lezen van zo’n mooi boek kan zelfs een reformatorisch christen als ik het niet laten!
JEZUS IS OVERWINNAAR!!! GLORIE VOOR HEM!!!