Thabiso Selepe, student met hulp van de SET

2003-08-01
  • Jaargang 47
  • nummer 15
Thabiso Selepe is een van de Zuid-Afrikaanse studenten die met een beurs vanuit de Sizanani Education Trust (SET) een overbruggingsjaar volgt, voordat hij aan een studie biomedisch technicus begint. In dit verhaal stelt hij zichzelf voor.
Yt Keesenberg, werkzaam in het Nqutu-district, voegde een paar verduidelijkingen toe, die cursief zijn afgedrukt.

Ik ben Thabiso Selepe en ben geboren en opgegroeid in het huis van mijn moeder (een groep hutten, gelegen op Ndatshane, ongeveer zes kilometer van KwamaThambo, waar kerkdiensten worden gehouden).
Toen ik jong was woonden we samen met onze grootmoeder, de moeder van mijn moeder. Mijn moeder werkte als hulp in de huishouding in Ladysmith en mijn oom (een broer van Thabiso’s moeder) was zakenman in de Eastrand (omgeving Johannesburg).
Mijn oom en moeder waren de kostwinners. (Thabiso kent zijn vader niet en woonde dus, zoals veel zwarte mensen in Zuid-Afrika, in het huis van zijn grootouders van moeders kan. Daar woonde ook de rest van de familie van zijn moeder, plus de vrouw en kinderen van zijn oom).
In de jaren tachtig verliet mijn moeder haar werk, omdat mijn oma zwak van gezondheid was en mijn moeder voor haar ging zorgen. Vroeg in 1990 stierf mijn grootmoeder. Mijn moeder bleef thuis om voor ons te zorgen en mijn oom bleef financieel voor het hele gezin zorgen. Ik zat op dat moment in klas één.
Toen ik in 1993 in de vierde klas zat, werd mijn oom, de enige oom die ik heb, aangevallen door een schurk en beschoten met een pistool.
Hij was zwaargewond en stierf na een maand in het ziekenhuis.
Het leven begon toen gecompliceerd te worden.
In 1995 kreeg ik een stiefvader en stiefbroers en zusters en tot vandaag toe wonen we samen in respect en broederlijke liefde. Dat brengt vrede in een uitgebreide familie zoals wij die kennen in Afrika.
Ik weet van mijn eigen vader alleen dat hij overleden is, ik ken niemand van zijn familie, maar mijn oudere broers en zusters kennen die familie wel. Omdat ik opgroeide in het ouderlijk huis van mijn moeder, gebruikte ik haar achternaam vanaf dat ik naar school ging. Haar achternaam is Moloi (dat is een Sotho achternaam, dus geen Zoeloe achternaam), maar op mijn identificatiekaart staat Thabiso Selepe.
Toen ik klein was behoorde de hele familie tot de anglicaanse kerk. Ik ging naar zondagsschool en werd door de christelijke boodschap beïnvloed.
Na de dood van mijn oom wilde ik niet meer naar de kerk, maar ik vergat niet ‘s avonds te bidden voordat ik ging slapen en ik las ook de bijbel, want ik had een goede onderwijzer op school, die bijbelles gaf en ons stimuleerde de bijbel te lezen. In 1998 besloot ik me aan te sluiten bij andere christenen, om zodoende mijn geloof te versterken.
Maar ik wilde niet naar de anglicaanse kerk en koos voor de gereformeerde kerk en de gemeente op KwamaThambo. De prediking en het onderricht daar interesseren mij en helpen mij christen te blijven.

Op het Technicon
Ik dank een ieder die Sizanani steunt, waardoor ik eerst deze overbruggingcursus van één jaar kan doen.
Als ik direct met de studie was begonnen, dan zou ik grote problemen hebben gekregen. Volgend jaar hoop ik met de studie voor biomedisch technicus te beginnen.
Ik wilde dokter worden, maar mijn puntenlijst was niet goed genoeg.
Deze studie interesseert me ook. Ik moet dan veel met lichaamsvloeistoffen werken en er zijn niet veel jonge mensen die deze keuze doen.
Het salaris is ook goed (hij moet namelijk ook de familie ondersteunen).
De overbruggingscursus bezorgt me veel werk, maar ik ervaar nog geen problemen, zo langzamerhand raak ik aan de onderwijsmethode gewend.
Dit jaar geeft me een goede basis voor de studie van komend jaar, want ik moet veel onderzoek doen op het gebied van Health Science. Daarbij heb ik de computer nodig, die ik kan gebruiken op dit instituut en dat kost natuurlijk ook geld. De volgende studieperiode bevat ook veel werk en ik zal veel boeken moeten kopen.
Met mijn lessen gaat het goed. In het begin van het jaar was het soms moeilijk. Omdat ik een jaar thuis ben geweest, moesten mijn hersenen weer aan het studeren wennen, maar langzamerhand worden ze weer wat het was.
Het onderwijs met de computer was ontzettend moeilijk, ik was al bezig om de lessen te gaan haten, maar ik heb moedig doorgezet en nu kan ik lachen. De eerste termijn was het een grote strijd, maar nu geniet ik van het werken ermee.
Ik gebruik veel van mijn vrije tijd om te surfen op het internet, ofwel in cyberspace. Sommige jongens in de klas noemen me ‘Mr Cyber’. Na vieren ga ik naar de bibliotheek om te studeren en om kennis te vergaren.
Ik ben opgegroeid op het platteland, waar nog geen elektriciteit is en waar veel voordelen van het stadsleven niet bestaan. De mogelijkheid tot studie is er niet en veel kennis verzamelen was niet mogelijk, zelfs niet op de middelbare school.

Mijn leven als student
In mijn flat vlakbij het Technicon maak ik veel mee van het studentenleven.
Hier wonen alleen jongemannen, geen meisjes. De jongemannen zijn niet erg rustig, ze vernielen veel en dikwijls drinken ze vrijdags veel sterke drank. En dan kan ik niet goed slapen. Ze zingen, slaan met de deuren en dat gebeurt vooral veel aan het einde van de maand. Waar ze het geld krijgen om drank te kopen weet ik niet, sommigen hebben niet eens zeep om zichzelf te wassen, laat staan geld voor voedsel. Ze gebruiken hun geld voor drank.
Ook mijn kamergenoot geniet van het leven, we waren goed bevriend, maar hij is ook begonnen met drinken en komt ‘s nachts laat in de kamer met veel lawaai .Ik ben blij dat ik weet dat ik dat niet moet doen. Buiten moet je niet alleen wandelen als de zon aan het zakken is, gelukkig zijn de winkels dichtbij als ik iets moet kopen.
De flat wordt schoongemaakt en is in redelijke staat, er zijn flats die er slechter aan toe zijn. De deuren hebben sloten, maar het is erg makkelijk om ze te openen met een stuk draad of een telefoonkaart, dus erg veilig is het er niet. Ik houd mijn geld altijd bij me en neem bij de bank maar kleine bedragen op, zodat geen grote bedragen gestolen kunnen worden. Johannesburg is bekend om zijn misdaad en ik zie de politie ook altijd patrouilleren.
Omdat het hier zo onrustig is, kijk ik wel uit naar een andere flat. Ik heb geen lang contract, dus ik kan goed verhuizen. Een jongen naast me in de flat wil ook verhuizen, dus we zijn gaan kijken en hebben een nette flat gevonden in de buurt, die ook nog goedkoper is.

Kerk zoeken
Tijdens de oriëntatie tijd op het Technicon hier in Johannesburg, werd ons veel verteld over de vele godsdiensten die hier zijn. Er werd ons ook verteld dat het heel makkelijk is hier te verdwalen en los te raken van je godsdienst. Men vertelde ons dat we moesten blijven bij wat ons thuis was geleerd, ons geloof moesten behouden om te voorkomen dat we geestelijk zouden verdwalen.
Ik heb gezocht naar een gereformeerde Kerk in de buurt, maar kon er geen vinden. Daarom heb ik mij aangesloten bij een groep jonge christenen, de Christian Community Fellowship. Ik kocht ook een Engelse bijbel, want ik vond geen kerk waar in het Zoeloe werd gepreekt.
Ik vond een paar vrienden en elke dinsdag komen we bij elkaar. Maar ik heb intussen ook een gereformeerde Kerk gevonden in Braamfontein (een wijk van Johannesburg) en daar hoop ik nu naar toe te gaan.


Mag u allen goed blijven Thabiso Moloi (Selepe)

Naschrift
Thabiso laat geregeld een boodschap op mijn mobiele telefoon achter, met de vraag of ik even contact wil opnemen .Via een familielid kan hij dan inlichtingen doorgeven. Het gaat goed met hem en hij haalde goede resultaten voor zijn eerste proefwerken. Zijn computerlessen gaven hem 54 procent , de rest van de vakken waren allen boven de 62 procent, voor een jongen uit Nqutu is dat heel goed. We sturen hem preekschetsen,aan de hand waarvan hij de Bijbel kan lezen.

Als u het werk van Sizanani financieel wilt ondersteunen, dan kunt u hiervoor een bijdrage overmaken op rekeningnummer 47.44.16.038 ten name van Stichting Sizanani, Oegstgeest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief