Bedorven dingen en hapklare brokken

2003-08-15
  • Jaargang 47
  • nummer 16
Psalmen van Nu. Dit is de naam van een spannend project om de aloude psalmen in de taal van nu, voor mensen van nu, weer te geven. Een aantal keren al is in Opbouw aandacht besteed aan dit project. In deze Opbouw een laatste evaluatie.
Kunnen psalmen van toen echt omgezet worden in 'psalmen voor nu'?

'Bedorven dingen'
Al vergelijkend met NBG en IKB wil ik langer stilstaan bij Psalm 4. Ik hoop eigenlijk dat dit nog niet de definitieve versie is, want de vierde psalm van Van der Beek mist heel veel van het eigene van de onberijmde tekst.
Ronduit onherkenbaar vond ik het derde couplet. ‘Bedorven dingen’, die komen ‘bovendrijven’ en dan ook nog eens voor God opzij moeten worden gezet. Vreemd, vreemd en nog eens vreemd! Juist ook omdat de tekst je brengt bij zoiets herkenbaars als de heftige boosheid die - na geleden onrecht - in de stilte van de nacht kan opkomen. Toorn, waarbij de zonde als een belager aan de deur ligt. Bij alle ruimte voor gerechtvaardigde toorn geeft de psalm je mee dat de grens in zulke heftige emoties zomaar overschreden is. Dan is het parool: geef de zonde geen voet! Een heel herkenbaar en bruikbaar psalmfragment, waar ik veel meer mee kan dan met het derde couplet van Van der Beek’s versie.

Gemeenplaats
En verder heb ik twijfels bij veel details. Waarom dat vraagteken (vers 1) en waar zijn de eer en smaad gebleven (vers 2). Of ook de zin ‘God doet een wonder als wij dat vragen’.
Dat zou een weergave moeten zijn van het heel persoonlijke ‘Weet dat de Here zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de Here hoort als ik tot hem roep’. Maar wat in de psalm iets laat zien van de intense verhouding tussen God en deze unieke mens, is geworden tot een gemeenplaats, waarin bovendien teveel beloofd wordt.
Verder zijn ‘drank en wanhoop’ en de zin ‘zij zien u niet, Heer, zoals ik u zie’ meer excursies dan een weergave van vers 7 van de onberijmde tekst. Alles overziend, zou ik dit voorstel dan ook geen berijming van de vierde psalm willen noemen.
Vergelijk je daarmee de IKB versie, dan valt op hoe nauwgezet Muus Jacobse de grondtekst volgt. Al moet ik naar een zin als ‘Gij maakt het mij zo wel te moede’ ook drie keer kijken voordat ik in de gaten heb dat ‘wel te moede’ met een woordspeling op ‘bang te moede’ betekent: U hebt me weer positief gestemd. Maar onwaarschijnlijk mooi blijft het derde couplet!

Psalmen voor nu!
Meer dan de anderen lijkt Van der Beek al dichtend in de weer om van de psalmen ook echt ‘Psalmen van Nu’ te maken. In Psalm 23 merk je dat in een regel als ‘terwijl u mijn glas vult, mijn lichaam verzorgt ...’. Daar lukt het Van der Beek dus om even weg te komen bij de oosterse sfeer van olie en beker. Maar iets eerder was dat blijkbaar lastiger en dus werd het daar: ’uw stok en uw herdersstaf zijn om mij heen’. De vraag is wel of je zo van twee walletjes kunt eten. Met daarachter de hamvraag in hoeverre ‘psalmen van toen’ werkelijk dichterbij komen als ze worden omgebouwd tot ‘psalmen van nu’. Dichterbij, want dat is de achterliggende wens van Rien van den Berg en de zijnen - die ook de mijne is: dat de psalmen ‘psalmen voor nu’ blijven of weer worden.

Verwondering
Los van dat laatste punt is het voor mij de vraag of Van der Beek wel altijd de goede sfeer van de psalmen weet te treffen. Bij de 73e psalm vond ik dat vaak niet - zonder dat ik dat hier kan uitwerken. Maar ook als het gaat om Psalm 23 voel ik me ongemakkelijk bij zinnen als ‘ik zal zijn schaap zijn’, ‘ik durf hem te volgen’, ‘ik zit aan uw tafel’, ‘ik zie voor het raam’ en als slot ‘omdat ik uw huis weet te vinden’. Wat is het toch dat dat ‘ik’ van Psalm 23 in de versie van Van der Beek zo hinderlijk vanzelfsprekend op de voorste rij is komen te zitten. Terwijl ik er van harte mee instem, dat Psalm 23 echt een lied in de eerste persoon is, met steeds dat ‘ik’ en ‘mij’. Waarbij de kudde en de tafelgenoten niet in beeld komen, zodat al het licht valt op het wonderbaarlijke gegeven dat God mijn Herder wil zijn en Hij voor mij een maaltijd bereidt.
Maar in de bovengenoemde ‘ik-zinnen’ is de buit zo binnen en mis ik de verwondering daarover. Die wel weer zit in de onberijmde zin ‘Ja, heil en goedertierenheid mij zullen volgen ...
al de dagen van mijn leven’. Maar bij Van der Beek is dat geworden tot: ‘uw goedheid ervaar ik. Zolang ik zal leven wilt u van uw heerlijke liefde mij geven.’ Die weergave van het leven klinkt me te gearriveerd om daarin de weerbarstige werkelijkheid van elk dag te herkennen. De verwondering van het ‘toch’. Dat in de schaduw van de dood de Heer nabij is ... en nog even niet redt!! Of toch, omdat zijn nabijheid garant staat voor redding op de korte of lange termijn, desnoods door de dood heen.

Hapklaar
Bij het project van de Nieuwe Bijbel Vertaling zijn het de woorden ‘brontekstgetrouw’ en ‘doeltaalgericht’, die iets van de spanning van het vertaalwerk weergeven. Die zelfde spanning is ook voelbaar in het project ‘Psalmen van Nu’, met Menno van der Beek als de doeltaalgerichte en Rien van den Berg als de brontekstgetrouwe. Niet alleen vanwege de omvang van het psalter, maar ook vanwege deze spanning lijkt me het project ‘Psalmen van Nu’ een forse klus.
Maar hoe dit project ook aflooptRien van den Berg zei het al - de psalmen redden zichzelf wel. Ik zeg er vervolgens maar bij, dat psalmen ook nooit hapklare brokken zullen worden voor mensen van nu. Dat zijn ze trouwens ook nooit geweest.
Liederen voor insiders heb ik ze genoemd, ter verdieping van eigen en andermans geloof. En bij verdieping van je (geloofs)leven is het gewoon werken geblazen. Ongeacht het voorwerk van dichters, of ze nu Barnard en Jacobse of Van den Berg en Van der Beek heten. Ik wil maar zeggen: het hangt bepaald niet alleen van dichters af of de psalmen ook ‘Psalmen voor Nu’ worden.

Psalm 4 (Psalmen van Nu)
Berijming: Menno van der Beek

Mijn God, geeft u mij antwoord op mijn vragen?
U bent betrouwbaar, en u kunt mijn leven
als ik ben vastgelopen ruimte geven;
heb medelijden, HEER, hoor mij klagen.

Jullie, met geld en macht, werken mij tegen:
die aanval toont je eigen diepe leegte;
ook deze poging heeft geen kans van slagen:
God doet een wonder als wij dat vragen.

Huiver voor God, en zet bedorven dingen
die in het donker komen bovendrijven
bij wie in lange nachten wakker liggen
voor God opzij. Je kan hem vertrouwen.

Veel mensen kunnen het geluk niet vinden:
zij zien u niet, HEER, zoals ik u zie. Zij
zullen met drank en wanhoop wakker blijven -
u geeft mij in mijn slaap rust van binnen.

Psalm 4 (NBG)

1 Voor de koorleider.
Bij snarenspel.
Een psalm van David.
Als ik roep, antwoord mij,
o God mijner gerechtigheid,
die mij ruimte maakt in benauwdheid;
wees mij genadig en hoor mijn gebed.
2 Gij mannen, hoelang is mijn eer tot versmading,
hoelang hebt gij ijdelheid lief,
jaagt gij de leugen na? sela
3 Weet toch, dat de HERE Zich een gunstgenoot
heeft afgezonderd;
de HERE hoort als ik tot Hem roep.
4 Weest toornig, maar zondigt niet;
spreekt in uw hart op uw leger, en zwijgt. sela
5 Brengt offers naar de eis en vertrouwt
op de HERE.
6 Velen zeggen: Wie zal ons het goede
doen zien?
verhef over ons het licht uws aanschijns,
o HERE!
7 Gij hebt meer vreugde in mijn hart gegeven
dan toen hun koren en most overvloedig
waren.
8 In vrede kan ik mij te ruste begeven en
aanstonds inslapen,
want Gij alleen, o HERE , doet mij veilig wonen.

PSALM 4 (IKB)
Berijming: Klaas Heeroma

1 Laat als ik roep mij op U hopen,
o God van mijn gerechtigheid.
Geef mij uw antwoord, doe mij open,
die mij, als ik ben ingesloten,
ruim baan maakt en mij weer bevrijdt.
Hoe lang zult gij mij blijven smaden,
gij groten, door de schijn bekoord?
Weet toch: de HERE slaat mij gade.
Weet dat ik leef van zijn genade.
Hij is het die mijn roepen hoort.

2 Laat niet tot zonde uw geschil zijn,
maar zoekt uw vrede voor de nacht.
Spreekt tot uw hart en laat het stil zijn,
laat wat de HERE wil uw wil zijn,
schenkt Hem wat Hij van u verwacht.
"Wie", zeggen velen, "toont ons 't goede?"
Verhef dan uw gelaat, o HEER.
Gij maakt het mij zo wel te moede;
hebben zij 's werelds overvloeden,
uw vrede in mijn hart is meer.

3 Ik kan gaan slapen zonder zorgen,
want slapend kom ik bij U thuis.
Alleen bij U ben ik geborgen.
Gij doet mij rusten tot de morgen
en wonen in een veilig huis.

Psalm 23 (Psalmen van Nu)
Berijming: Menno van der Beek

De HEER is mijn herder, en ik zal zijn schaap zijn
tevreden en veilig, want hij zorgt voor alles;
hij weet waar groen gras groeit, en hij laat
me slapen
aan water dat rustig en rimpelloos is.
Ik durf hem te volgen: de paden zijn veilig
zoals hij beloofd heeft, omdat hij de weg
weet.
Hoe diep en hoe donker het dal is, u redt mij;
uw stok en uw herdersstaf zijn om mij heen.

Ik zit aan uw tafel, persoonlijk genodigd;
ik zie voor het raam de jaloerse gezichten:
terwijl u mijn glas vult, mijn lichaam
verzorgt met
veel meer dan ik ooit had gehoopt of
verwacht.
Uw goedheid ervaar ik. Zolang ik zal leven
wilt u van uw heerlijke liefde mij geven
en altijd een plek met uw rust in mijn wereld
omdat ik uw huis weet te vinden, mijn HEER.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief