Zending in Nederland (1)

2003-08-29
  • Jaargang 47
  • nummer 17
Al eens eerder nam ik hier wat over van dr. S. Paas, de Christelijke Gereformeerde evangelisatie-consulent. In het laatste nummer van Theologia Reformata heeft hij een artikel geschreven dat het weer meer dan waard is om kennis van te nemen. Het is veel te lang om in z’n geheel over te nemen; ik ga er daarom twee keer een passage uit doorgeven. In dit nummer een eerste gedeelte:

Mensen zijn veranderd. Het is belangrijk om dat te zien, als we het Evangelie willen verkondigen in onze cultuur.
De banden kerk, vakbond, partij en maatschappij zijn weggevallen.
Vroeger vertelden zij je hoe je moest leven. Als je bijvoorbeeld als gereformeerde jongen werd geboren op een boerderij, was er al heel veel duidelijk:
• je beroepskeuze: boer of boerenknecht; als je heel goed kon leren: dominee of onderwijzer;
• je levenspatroon: een goede vrouw zoeken voor het boerenbedrijf en kinderen krijgen;
• je geloofspatroon: rond je 20e belijdenis doen, eerst naar de knapenvereniging en dan naar de gereformeerde boeren- en tuindersbond enz.;
• je stemgedrag: ARP.
Van de wieg tot het graf was je leven ingekaderd in verwachtingen en normen. Je wist ook precies wanneer je over de grenzen heengestapt was.
Dat gebeurde wanneer je afwijkend gedrag vertoonde, gedrag dat niet voldeed aan de verwachtingen bij je leven. Als je bijvoorbeeld wegliep van de boerderij, of een vrouw buiten je eigen stand trouwde. Of niet trouwde.
Als je de kerkgang verwaarloosde of op een andere partij zou stemmen.
Enzovoort. Normen waren duidelijk. Er was dus ook een duidelijk schuldbesef: immers je leven bestond eruit zo goed mogelijk te voldoen aan de normen en verwachtingen die hoorden bij wie je was. Het christelijk geloof had daar ook het een en ander over te zeggen: grenzen overtreden was zonde maar daar bestond vergeving voor.
Dit zou je het traditionele mensbeeld kunnen noemen. Dit bestaat nog steeds in Nederland. Het zijn mensen die opgroeien binnen duidelijke normen en verwachtingen. Gezin, sociale stand, cultuur en dergelijke zijn erg belangrijk voor hen. Zij willen graag zo goed mogelijk voldoen aan de normen die daardoor worden gesteld. Deze mensen zijn vaak kerkelijk maar niet altijd.
Ook buiten de kerk zijn traditionele mensen. Zij zijn aanspreekbaar op absolute normen. Sommige dingen ‘doe je gewoon niet’. Of wel. Zij voelen zich regelmatig schuldig wanneer zij de grenzen overschrijden. Deze mensen zijn in principe ook vatbaar voor een traditionele verkondiging van het christelijk geloof.

Een voorbeeld van zo’n verkondiging vinden we bijv. in de evangelisatiecursus Aanstekelijk christen van de Stichting Agapè samen met Willow Creek.
Daarin vind je de ‘doen-gedaan’-illustratie:
• wij zijn de band met God kwijtgeraakt;
• daarom doen wij van alles om God weer te vinden (‘goede werken’);
• het probleem is: het is nooit genoeg;
• gelukkig biedt God een oplossing in het kruis: hij overbrugde de kloof die wij niet kunnen overbruggen.
De reden dat zo'n manier van verkondigen veel christenen aanspreekt is denk ik tweeërlei: (a) veel orthodoxe christenen zijn zelf traditioneel; het appelleert aan de manier waarop zij zelf in elkaar zitten. Overigens geldt dit voor de jongere generaties kerkleden steeds minder; (b) omdat je vaak vrienden hebt, die je levensvisie enz.
delen, hebben de meeste christenen traditionele vrienden. Ook als die vrienden geen christen zijn. De manieren die zij leren om te evangeliseren ‘werken’ daarom verrassend vaak nog wel bij hun eigen vrienden. Gelukkig maar.

Het probleem is: wat zeg je nu tegen mensen die helemaal niet volmaakt willen zijn? Mensen die niet zonder normen zijn (dat is bijna niemand denk ik), maar die er helemaal niet zo mee bezig zijn of ze nu wel of niet volmaakt leven? Mensen die best willen toegeven dat ze niet volmaakt zijn (wie is dat wel?), maar daar helemaal niet zoveel last van hebben?
Dat zijn wat ik zou noemen, seculiere mensen. Massa’s mensen groeien tegenwoordig zo op. Zij zijn de zekerheden kwijtgeraakt van de vroegere generaties.
Zij kennen geen absolute normen, alleen voorlopige. Over alles valt immers te praten en aan alles zitten meer kanten? Hun diepste verlangen is niet zozeer volmaakt te leven en aan alle verwachtingen te voldoen. Zij willen weten wie zij nog kunnen zijn in een wereld waarin alle vaste kaders zijn weggevallen. Er zijn geen grenzen meer, dus er is ook geen overtreding. Dus is er ook geen schuld. Deze mensen willen graag zichzelf ontplooien, om zo uit te vinden wie zij zijn. Zij hechten sterk aan vrijheid, zo sterk dat zij vaak moeite hebben om zich te binden.
Geloof zegt hen soms best wel wat, maar de kerk en de partij en de vakbond veel minder. Dat zijn instituten die je alleen maar in de weg zitten om uit te vinden wie je bent. Waarom zou ik niet kunnen geloven zonder kerk?
Deze laatste groep groeit snel in Nederland.
Traditionele mensen vind je vooral onder ouderen, allochtonen, lager opgeleiden, plattelanders en kerkmensen.
Seculiere mensen vind je meer in de steden, onder de hoger opgeleiden, jongeren en niet-kerkelijken.

Tot zover voor nu dr. Paas. De volgende keer de vraag hoe je deze laatste groep, de seculiere mensen dus, zou kunnen bereiken met het Evangelie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief