Onze dimensies en de hogere wereld

2003-09-12
  • Jaargang 47
  • nummer 18
Bijna dagelijks hebben we met toeval te maken. Het is toevallig dat we een jongen of een meisje zijn, dat we in een redelijk beschaafd land wonen, dat we geen honger of dorst hebben, dat onze ouders ons hebben laten dopen, en zo zijn er nog wel meer dingen op te noemen. Maar mogen we dit wel toevallige omstandigheden noemen, of zit er toch een goddelijke leiding en bestuur achter? In de Heidelbergse Catechismus staat dat niets ons overkomt zonder Gods wil en toelating. Maar hoe komt het dan dat we zo veel dingen niet kunnen verklaren, of soms alleen achteraf?
Die vraag stelt iedereen zich wel eens en het antwoord komt niet altijd.

Bestaat toeval? In de vorige Opbouw hebben we iets gezien van wat er in de bijbel over toeval staat. Als we nu verder gaan nadenken over het begrip 'toeval' doen we dat met deze bijbelse lijn in ons achterhoofd. Als we nu nadenken over toeval, kan het begrip 'dimensie' ons wellicht wat verder helpen.
Een beeld om dat iets te verduidelijken.

Mierennest
Wie van Arnhem naar Utrecht rijdt ziet bij hectometerpaal 73,9 een mierennest.
Al jaren ligt het daar, maar er staat dan ook een bescherming overheen van vier palen in de vorm van een piramide, bekleed met gaas. Van zo’n mierennest is veel te leren (verg. Spr. 6:6 en 30:25), bijvoorbeeld dat iedere mier precies weet wat zijn taak is.
Nou was er in dat nest een mier die maar één taak had: dennennaalden verzamelen in het bos en die naar het nest slepen. Die mier was niet zo begaafd als wij, hij kon namelijk alleen maar naar rechts en naar links kijken en vooruit. Omhoog en omlaag lukte niet, dat bestond niet voor hem, en van tijd had hij al helemaal geen besef.
Dat ging heel lang goed tot hij opeens tegen iets aanliep, een muur die er eerder niet was. Na een poosje was die muur weer weg en kon hij weer doorlopen. Het was een nieuwsgierige mier, dus ging hij om raad vragen bij de leiders van het nest. De meeste wijze mieren wisten ook niet wat het geweest kon zijn, maar eentje, een wat zweverig iemand die vaak in hogere sferen verkeerde en niet door iedereen serieus werd genomen omdat de andere mieren hem vaak niet begrepen, kon toch iets meer vertellen.
Hij zei dat hij iets had gezien dat leek op een wezen uit een andere wereld en dat wezen had een lang zwart voorwerp in de mierenhoop gestoken. Hij had ook nog een vrouwenstem horen roepen: 'Ferdinand, niet die mieren plagen met je stokjes.' Maar de kleine mier snapte er niets van, wat was nou een jongen, een vrouw of een stok? Dat lag ver buiten zijn denkraam, om met Maarten Toonder te spreken. Alleen omdat hij maar twee dimensies tot zijn beschikking had kon hij eenvoudig niet begrijpen wat zich in de hogere, in dit geval de mensenwereld afspeelt.

Hogere wereld
En zo lijkt het ook met ons te zijn. Wij zijn dan beperkt tot vier dimensies, maar er zijn er wel meer. We weten inmiddels dat er een hogere, geestelijke wereld is en af en toe krijgt iemand daar een beetje inzicht in. In de bijbel lezen we dat Adam verkeerde met God, Henoch wandelde met God, Mozes was veertig dagen bij God, Paulus werd opgetrokken in de hemel, om maar een paar voorbeelden te noemen. Denk ook maar aan de vele visioenen die in de bijbel vermeld worden.
Maar doorgaans moeten we het doen met een beperkt inzicht in de raad en het wezen van God en daarom begrijpen we de diepere achtergrond van veel ‘toevallige’ gebeurtenissen en wonderen onvoldoende.
Hebr. 11:3 luidt: door het geloof verstaan wij dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
Maar andersom, God staat zo ver van ons af dat het handelen van Hem al ons denken ver te boven gaat. Soms merken we iets van dat ingrijpen van God in onze wereld en omdat we zo beperkt van begrip zijn hebben we gauw de neiging om dat dan maar toeval te noemen.
Verklaren kunnen we het immers niet.
Er is ook een verschil tussen gelovigen en ongelovigen. Gelovige mensen begrijpen net zo weinig van wat hen overkomt als ongelovigen. Maar ze weten dat God de wereld bestuurt, dat alles in Zijn handen is. Zo is een gelovige altijd geneigd om in bepaalde schijnbaar toevallige dingen toch de hand van God te zien, terwijl een ongelovige alles verklaart uit toeval, wat dan eigenlijk ook weer niets verklaart.
Een paar voorbeelden om dit te verduidelijken. De wonderen bij de uittocht uit Egypte worden wel uitgelegd als de gevolgen van een vulkaanuitbarsting en astronomische verschijnselen, die dan wel toevallig net optraden toen Mozes ze had aangekondigd (zie de boeken van Velikovsky).
De doortocht door de zee van het volk Israël zou dan mogelijk zijn door een toevallige wind. De vierhonderdvijftig Baälpriesters zullen vast wel gedacht hebben dat een toevallige blikseminslag de oorzaak was van het verteren van het offer van Elia. Zo kan alles wegverklaard worden door het ongeloof, maar daar is dan vaak een groter geloof voor nodig in het toeval, dan dat veel gelovigen hebben in het bestuur van God.
Zo kent iedereen wel voorvallen die ogenschijnlijk toevallig lijken, maar waar we toch de hand van God in mogen zien, waardoor ons geloof ook versterkt en onderhouden wordt. Ter illustratie een ervaring uit mijn eigen leven, die ik nooit meer zal vergeten.
In 1995 overleed iemand die voor velen tot grote zegen is geweest. Hij heeft veel mensen geleerd om voor de eenheid onder gelovigen te bidden en zelf heeft hij dat onophoudelijk de laatste zeventig van zijn bijna negentigjarige leven gedaan. Op zijn grafsteen zou hetzelfde kunnen staan als op die van prof. Schilder: 'Dat zij allen één zijn.' Op de dag van zijn begrafenis was mooi weer voorspeld, bijna niemand van de aanwezigen had een paraplu of regenjas meegenomen.
Maar op het kerkhof begon het opeens te regenen, niet hard, maar druilerig en verdrietig. Iemand merkte toen op dat leek alsof de engelen huilden. Toeval, zou je kunnen denken.
Maar een paar jaar later hoorde ik Erwin Kroll zeggen dat meteorologen tegenwoordig een redelijke vijfdaagse weersverwachting kunnen opstellen. Alleen op 20 mei 1995 hebben we ons enorm vergist, hij noemde het zelfs de vergissing van de eeuw.
We hadden mooi weer voorspeld en toch begon het te regenen op die dag. En dat was uitgerekend de dag van de begrafenis…

Vier dimensies
Er valt nog meer te zeggen over de verschillen tussen de vier dimensies waar wij in leven en wat daarover in de bijbel staat met betrekking tot God. Dan valt het op dat dimensies vaak gebruikt worden om een hogere geestelijke werkelijkheid aan te duiden.
Romeinen 8:39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel zal ons kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.
Job 22:12 Woont God niet in de hoge hemel? Zie toch, hoe hoog de hoogste sterren staan!
Job 38:18 Reikt uw begrip zover als de breedte der aarde? Vertel het, indien gij dit alles weet!
Ef. 3:18, 19 Geworteld en gegrond in de liefde zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.
Ps. 103:12 Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons.
Zo kunnen we uit de bijbel leren hoe we met schijnbaar toevallige dingen om kunnen gaan en dat alles, hoe onlogisch het ons soms voorkomt, toch in Zijn handen is. En ook dat Zijn liefde alle menselijke grenzen overstijgt.
Voor wie zich verder in dit onderwerp wil verdiepen kan ik de lezing van prof. Dr. Ronald Meester: 'God, wetenschap en toeval' erg aanraden. Op internet te vinden onder home.deds.nl/~kvu/toeval.htm, over hoe een christen om kan gaan met de stellige beweringen van evolutionisten die juist het toeval een grote plaats geven.

*) Kees Valkenburg is lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Arnhem en gepensioneerd medewerker van AKZO-Research

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief