Vergeven voor jezelf
2003-09-12
Sinds de Opbouwdag van enkele maanden geleden vraag ik me af of iemand mij moet vergeven.- Jaargang 47
- nummer 18
Heeft vergeven.
Zal vergeven.
Van de drie workshops op de Opbouwdag koos ik die van Arthur Hegger. Over vergeven. Er was keus uit een paar zaaltjes, dus moesten de aanwezigen even de hand opsteken welke workshop ze gingen bezoeken. Zo kwam Hegger in het kleinste zaaltje, meer een grote kamer, terecht.
Er zaten al enkele mensen en er volgden er nog een paar. Hegger legde uit wat hij wilde doen en ondertussen kwamen nog wat mensen binnen. Tot de deur niet meer goed open of dicht kon. Zoveel handen waren er niet opgestoken.
Ik zat buiten mededinging, want kon me niets voor de geest halen wat mijn vergeving verdiende. Ik bleek de enige.
Iets misdaan?
Hoewel Hegger waarschuwde dat er geen nazorg was (het leek me wat overdreven) en opriep niet te zware zaken aan te kaarten in de tweegesprekken tussen willekeurige partners, brak tegenover mij al direct een vrouw in tranen uit. Haar oudere, mannelijke gesprekspartner leek zich niet ongemakkelijk te voelen. Luisterde, knikte af en toe.
Naast mij hoorde ik een moeder vertellen over haar zoon en diens vrouw.
‘Ze wonen niet ver van ons vandaan, maar komen niet meer. En ik weet niet wat we hebben misdaan.’ Het was de bedoeling dat iedere helft van het duo dezelfde spreektijd kreeg, maar her en der ging dat flink mis.
Boosheid, vlak onder het oppervlak.
Niet direct ‘onchristelijke’ boosheid, maar boosheid als signaal, dat jou onrecht is aangedaan.
Zó zaten die mensen op de Opbouwdag, compleet met koor, broodjes en koffie en zo borrelde hun verdriet in een klein zaaltje op.
Zwart-op-wit
Hegger gaf richting aan hun gesprekken met vijf vragen. Na te hebben gepraat over aangedaan onrecht, werd hun gevraagd zich te verplaatsen in degene, die hun onrecht had aangedaan. Wat had hem of haar bewogen dat te doen, niet te doen, te zeggen? Met andere woorden: het kan nooit kwaad te proberen, je in een ander te verplaatsen. Eens door zijn of haar bril naar een situatie te kijken.
Vervolgens moesten ze zichzelf de vraag stellen, of zij wel eens iets hadden gedaan of nagelaten wat om vergeving van een ander vroeg. Niet bedoeld om beschaamd het zwijgen op te leggen, maar om in de spiegel te kijken. Om dankbaarheid tegenover wrok te zetten.
Stap vier en vijf waren het vastleggen van de vergeving. Heel officieel, op papier. Compleet met datum zeggen dat je iemand dat en dat vergeeft.
Omdat de pijn terugkomt. Omdat je vaak twijfelt of je iemand wel werkelijk hebt vergeven.
En om je extra te helpen, kun je dat ook vertellen aan vrienden of vertrouwden. Ze getuigen maken van het feit, dat jij vergeeft. Al is dat wel eens moeilijk, omdat het vaak gaat om een wederzijde kennis en jij niet wilt roddelen.
Maar aan de andere kant kan zo ook blijken, dat mensen jouw ervaring delen.
Dat er meer slachtoffers zijn.
Dat de lijn van het kwaad in een gemeente doorloopt tot aan de avondmaalstafel. Niet kunnen vergeven staat niet alleen tussen jou en die andere mens, maar ook tussen jou en Christus. Want als jij niet vergeeft, zal Hij jou dan vergeven?
Met vergeving kun jij boven je pijn uitstijgen, toon je, dat je iemand iets kunt geven zonder er iets voor terug te vragen. Vergeven is iets anders dan verzoenen, want het komt van één kant. Degene die je hebt vergeven, hoeft dat ook niet te weten. Het is iets tussen God en jou, een zelfgemaakte pleister voor jouw wond. Een zalf, die de tijd helpt je wonden te helen.
Te makkelijk
Hegger voegde eraan toe, dat we in de kerk vaak te makkelijk vergeven.
Het snel achter de rug willen hebben.
Dat we iemand graag oproepen, in de beste christelijke traditie, te vergeven en te vergeten.
En doet onze omgeving dat niet, dan voelen we zelf vaak die drang. Want moeten we niet zeventig maal zevenmaal vergeven? Heeft Jezus dat niet gezegd?
Maar die ‘mantel der liefde’ mag geen doofpot worden. Als er kwaad is gedaan, dan moeten we daar helder over zijn. Onrecht moeten we rechtzetten.
Als er schuld is, dan moet die bij de naam worden genoemd.
Daarna kun je het slachtoffer vragen aan vergeving te denken.
De goddelijke vergeving en het offer van Jezus aan het kruis mogen de gerechtigheid niet doodslaan. Dat ieder van ons wel iets op z’n kerfstok heeft, mag ons er niet van weerhouden ons kwaad te benoemen. Want anders kweken we een groep gewonde mensen in ons midden. Mensen, wiens wonden nooit goed helen. En zulke wonden worden maar al te makkelijk weer opengehaald.
Misschien door iets, waarvan anderen denken dat het onschuldig is. Maar voor die gewonden passen ze in een patroon. De gemeente wordt voor hen een bende huichelaars, ‘witgeschilderde graven’.
Want niemand begrijpt je pijn.
Niemand weet meer wat er toen is gebeurd. Het interesseert ook niemand.
Want wie wordt er nu kwaad bij een discussie over een piano, een orgel, nieuwe liederen? Wie begrijpt, dat de oude, hete lava zich een weg baant door een nieuwe kratermond?
Kort lontje
Bij de vergeving waarover we het hier hebben, denken we haast vanzelf aan zware zaken. Maar in de praktijk komt het denk ik vaker voor, dat kleine dingen zich opstapelen tot een berg, waar je niet meer overheen kunt kijken.
Het kan allemaal beginnen met een misverstand, een verkeerd begrepen grapje op een moment dat je niet goed in je vel zit.
Of je hebt van nature een kort lontje.
Of lange tenen. Dan is het goed te bedenken, dat de Bijbel ons vraagt vrede te houden met anderen, voor zover dat aan ons ligt.
We hebben allemaal onze natuurlijke vrienden en vriendinnen. Met hen vrede bewaren zal geen probleem zijn. En we kennen ook mensen, die ons vanaf hun eerste woord of gebaar irriteren. Heerlijk, zoals je je soms aan anderen kunt ergeren. Maar juist in die eerste groep, de mensen die ons liggen, zit ons risico. Want degene, die je na aan het hart ligt, maakt ook de grootste kans je hart te raken. En daar schade aan te richten. En degene die je altijd zo irriteerde, kan op een onverwacht moment een instrument van God blijken.
De Bijbel en de psalmen kunnen ons overweldigen met hun prachtige woorden over genade en vergeving.
Er is alles voor te zeggen om, als iemand je heeft gekwetst, naar Jezus te kijken. Maar vergeet niet, dat pijn en woede oprechte tekenen zijn van iets dat je is aangedaan. Ik heb trouwens nog steeds niemand weten te bedenken, die ik zou moeten vergeven.
Dus hoef ik ook niet te proberen me in zo iemand in te leven. Maar dat stemt me niet rustig. Want op de vraag of iemand mij wat zou moeten vergeven, weet ik het antwoord ook niet.
Maar ik vrees het ergste.