Sleutelen aan catechisatie-opzet
2003-09-12
Tot een jaar of twaalf nemen kinderen nieuwe kennis makkelijk op.- Jaargang 47
- nummer 18
Rond die leeftijd begint het puberen en staan veel dingen in het leven ter discussie. Ze zetten zich, op weg naar zelfstandigheid, af tegen hun ouders. Tegen hun ideeën, smaak en geloof. Terwijl die ouders toch zo graag zien, dat hun kinderen meer te weten komen over geloof en kerk.
Toch was twaalf jaar in kerken altijd de beginleeftijd voor de catechisatie. Een leer- en opvoedingsvorm, die waarschijnlijk niet voor niets tal van minder vleiende bijnamen kreeg (‘kattebak’). Navraag bij volwassenen levert vaak weinig positieve herinneringen aan catechisatie op. Het moeten en de saaie stof scoren hoog.
Maar niettemin bleef het meestal zoals het was. De dominee wachtte, dus de jeugd kwam.
In plaatsen als Zwolle, Eindhoven, Haarlem-Heemstede en Deventer zijn en worden deze bakens verzet. Niet overal op dezelfde manier, maar wel vanuit het besef: de catechisatie-opzet bereikt zijn doel niet meer.
Zo is in Zwolle een methode ontwikkeld voor jongeren van tien tot achttien jaar met als doel hen in de catechese, ook heel praktisch, te laten kennismaken met alles wat ze nodig hebben om discipel van de Here Jezus te worden. Elk seizoen kent zeven blokken van vier lessen en het materiaal is actief, speels en vol korte informatie.
In Eindhoven draait het om de groepen 7 en 8 van het basisen groep 1 van het vervolgonderwijs.
Die drie jaar zijn gewijd aan geloofsopvoeding, kennisoverdracht en groepsvorming (gemeenschapsvorming met de rest van de gemeente).
In Deventer is gekozen voor basiscatechese voor de groepen 7 en 8 van de basisschool en wel tijdens een deel van de middagdienst. Het programma telt twee blokken van tien weken, zodat de kinderen ook nog een flink aantal volledige kerkdiensten meemaken.
Uitgangspunt hierbij is het programma van de Gereformeerde Bart Robbers uit het boekje ‘Basiscatechese’, rekening houdend met de Eindhovense bewerking hiervan.
Loslaten?
Speciaal punt van aandacht is, wat er moet gebeuren na de basiscatechese. In de aanpak van Robbers is er van dertien tot achttien jaar geen verplichte catechese, maar biedt de gemeente de tiener een ‘kerkvriend’ aan. Die neemt het op zich om gedurende vijf jaar de jongere stimulerend, aandachtgevend en meelevend te volgen.
Inclusief felicitatie op de verjaardag en een telefoontje bij ziekte. Vanaf een jaar of achttien worden de jongeren uitgenodigd voor catechese over geloofs- en levensvragen, gericht op de toekomst. Wat verwacht je van je leven, waar ben je bang voor? Waar reken je op en waar hoop je op? Hoe wil je wel en hoe wil je niet door het leven gaan?
Die aanpak gaat ervan uit, dat de aandacht van jongeren van dertien tot zeventien cirkelt rond vragen naar en het vinden van hun identiteit: wie ben ik en wat moet ik aan met de dingen die ik tegenkom in mijn leven? Hun levensvragen passen beter in een veiliger, pastorale omgeving dan in een catecheselokaal met leeftijdsgenoten.
Vanaf achttien jaar richten jongeren zich meer op de toekomst. Ze willen een beeld van zichzelf als volwassenen, zoeken grenzen, wegen uitgangspunten en willen daarover praten.
Met name dat ‘loslaten’ na de basiscatechese zal in veel gemeenten vraagtekens oproepen.
Zijn er geschikte ‘kerkvrienden’ voorhanden? En raak je de jeugd dan niet kwijt?
Komen ze op hun achttiende weer terug? Het lijkt een risico.
Maar ook met de traditionele aanpak verlaten jongeren de kerk. Wil een gemeente in die tussenliggende jaren toch wat meer ‘de vinger aan de pols houden’, dan zijn tal van andere werkvormen mogelijk.