De maaltijd en de Maaltijd
2003-09-26
In Jezus' laatste avondmaal komen twee lijnen samen: de lijn van de persoonlijke ontmoeting met onderling gesprek en de lijn van de viering van het hoogheilige. Zeg maar de maaltijd en de Maaltijd. Ik geloof dat het allebei van groot belang is, maar dat het ons niet gauw zal lukken om die twee bij elkaar te houden. Waar ik nu naar zou verlangen, dat is dat we beide lijnen uit de praktijk van Jezus en de eerste gemeente (de maaltijd en de Maaltijd) een plaats zouden weten te geven, elk op een manier die past bij zijn doel.- Jaargang 47
- nummer 19
Eerst over de maaltijden met een kleine letter die je samen hebt en die van een niet te onderschatten belang zijn.
Iets hiervan zien we terug in de Alphacursus die neerkomt op een gezamenlijke maaltijd, aangevuld met Bijbels onderwijs. Ik waag de stelling, dat het 'succes' van deze cursus, naast de directe verkondiging, ook te maken heeft met het feit dat we eindelijk doen wat Jezus deed: maaltijd houden met zoekers en gevondenen en zo in hartelijke gemeenschap het geheim van Christus delen. Een onthullend detail is, zo vertelde coördinator Jan Bakker, dat bij deze cursus die in de hele wereld gehouden wordt, alleen in Nederland vaak de vraag gesteld wordt: 'kunnen we die cursus ook zonder maaltijd organiseren?'. Niet dus.
Secularisatie aan tafel
Maar ik zie het als een aspect van de juist in Nederland zo doorgeschoten secularisatie, dat we niet meer samen eten. Waar geen religie is, is geen gemeenschap en het geeft te denken dat het aan die gemeenschap ook schort in de kerk. Studenten en werkende jongeren van vroeger weten te vertellen hoe vaak ze door oudere gemeenteleden te eten werden uitgenodigd. Maar gemeenteleden van nu doen dat nauwelijks meer.
Hoeveel leden van uw gemeente, oud en jong, zullen vanavond in hun eentje eten koken of een diepvriesmaaltijd opwarmen?
En hoeveel komt er terecht van samen praten, samen zingen, lezen en bidden?
Het zou waardevol zijn als we dat doorbreken, bijna zeg ik: als we ons daarvan bekeren.
En daar hoeven we niets voor te organiseren; morgenavond kunt u iemand uitnodigen. Toch zou ik het ook mooi vinden als we er gemeentelijke vormen voor vinden, bijvoorbeeld wanneer op gezette tijden per wijk een avond wordt gehouden om heerlijk te zingen, heerlijk te eten en eerbiedig te lezen en te bidden. En dan denk ik niet aan een broodje kaas en een krentenbol, maar aan een volle dis, belaân met lekkernijen. Een gelegenheid ook om elkaar te spreken en om de dingen samen bij God te brengen.
Wat zou dat een impact hebben op de onderlinge gemeenschap, als het tenminste uiting is van echt verlangen om elkaar voor Gods aangezicht te ontmoeten.
E.n gezamenlijke viering
Ik zie dit echt als een onderdeel van de symboliek van het Avondmaal, aansluitend bij de maaltijden die Jezus hield. Maar het kan natuurlijk nooit de verkondigende viering van het Avondmaal vervangen, die teken en zegel van het nieuwe verbond is.
Ook voor die viering zullen we een vorm nodig hebben die de bedoeling van God zo dicht mogelijk bij ons brengt. Die vorm zal stellig iets van een maaltijd hebben, want het is aan een maaltijd dat Jezus het Avondmaal instelde. Tegelijk betekent dat niet dat de beste vorm per definitie degene is die zo veel mogelijk op een maaltijd lijkt. We vieren het immers met een grote groep mensen in een kerkzaal en dat is wat anders. Bij dat gegeven zal de vorm zo goed mogelijk moeten passen. En dan lijkt me de hoofdzaak toch deze, dat je het Avondmaal echt in één gezamenlijke viering kunt meemaken. Al die verschillende tafels achter elkaar, dat kan gewoon niet. Hoe het wel moet (of liever gezegd hoe het 'kan', want het is geen kwestie van moeten), dat hangt af van de vorm van de kerkzaal en het aantal deelnemers. Ik heb wel meegemaakt dat de hele gemeente in een kring om de tafel met de voorganger heen kwam staan en dat heeft iets moois. Ook weet ik van een gemeente waar men in een dubbele kring de hele kerkzaal vult. Ik vind dat in elk geval mooier dan het doorgeven van de schalen en bekers door de banken, want je mag er toch waarachtig wel even voor in de benen komen (voor zover je kunt, en anders komt er iemand naar je toe).
Casino-wit
Voor een grote gemeente zou ik ook aan een vorm van lopend Avondmaal willen denken: onder muziek of samenzang lopen de gemeenteleden naar een van de punten waar ouderlingen en diakenen het brood en de wijn delen en ze keren in stilte of zingend weer terug. Als je maar genoeg ruimte maakt, kan dat heel goed.
Wat het brood betreft: wij zijn gewend om gesneden en gebroken stukjes witbrood te gebruiken. Ik heb eens meegemaakt dat de gemeente flink geschokt was toen we bruinbrood hadden omdat het witte bij de bakker op was... Anderzijds maakte ik wel eens mee dat men om het breken van het brood tastbaarder te maken, een soort Turkse broden gebruikte waar stukjes afgebroken werden. Het is natuurlijk geen principekwestie.
Maar mij lijkt het voor de hand te liggen om in plaats van Turkse broden of Hollands casino-wit te kiezen voor matses, zeker bij een viering op Goede Vrijdag. Aan de Pascha-maaltijd kan Jezus moeilijk anders dan zulk ongerezen brood gebruikt hebben, waarbij het breken van het brood zelfs te horen was. Een herinnering aan deze Joodse achtergrond zou niet verkeerd zijn.
Wat de wijn betreft is er een uiterst praktisch punt waarvan je kunt uitrekenen dat het in de komende jaren acuter wordt. Onze opvattingen over hygiëne verscherpen met het jaar en de contacten met werelden vol enge ziekten nemen toe. Onze kerkenraad liet een medisch specialist eens uitzoeken hoe de gezondheidsrisico's van een gemeenschappelijke beker zijnin Amerika een hot issue. Zijn conclusie na grondige studie wil ik u niet onthouden: 'Het drinken uit een gemeenschappelijke beker is qua hygiëne een vieze gewoonte, maar de kans er iets door op te lopen is klein'. Er waren trouwens wel adviezen aan verbonden om bij bepaalde infecties of wondjes de beker niet te gebruiken.
Je hoeft niet helderziende te zijn om te voorspellen dat ons aloude gebruik onder druk zal komen. Ik ken er twee oplossingen voor: de kleine glaasjes die je in het buitenland vaak ziet, of het gebruik om het stukje brood in de wijn te dompelen en daarna tot je te nemen.
Vanaf het begin een viering
Maar daarmee zijn we wel helemaal in het detail terecht gekomen.
Belangrijker nog is welke plaats we de viering geven in de dienst. Vrij breed leeft het besef dat een uitvoerig formulier met zijn onderwijzende inslag de viering kan belemmeren.
Vaak wordt het dan ook sterk ingekort of door eigen woorden vervangen - ik doe daar zelf ook aan mee. Er is in ons blad wel geschreven over een geheel andere vorm, waarin het van meet af aan echt een viering is, met een vaste indeling die aan het gebruik in de oude kerk ontleend is. Je vindt dat natuurlijk uitvoerig in het 'Dienstboek - een proeve' van de SOW-kerken. En ook de Vrijgemaakte deputaten Eredienst zitten op dat spoor: 'Vanuit kerkhistorisch besef zou het een verrijking zijn wanneer de gereformeerde kerken de band met de kerk uit de eerste zestien eeuwen tot uiting laten komen in haar orden van dienst. Concreet is hier te denken aan het gebruik maken van een orde van dienst met een ordinariumstructuur.
Deze verrijking houdt eveneens in dat in de gereformeerde eredienst meer accent gegeven kan worden aan bijbelse noties, die in de huidige orden van dienst in veel mindere mate geaccentueerd worden: lofzeggingen richten op Christus (Kyrie, Gloria), besef van verbondenheid met de hemelse lofzegging (Gloria, Sanctus), besef van verbondenheid met de schepping (Kyrie)'.
Een fragmentarische tijd
Laat ik eerlijk zeggen dat ik daar altijd wat huiverig voor was, beducht dat het geheel een fraaie maar afstandelijke orde zou worden. Ook de Vrijgemaakte synode had z'n bedenkingen: er was voldoende aangetoond dat het allemaal goed bij de vroege christelijke kerk aansloot, maar kan dat nog in deze tijd? En dat is natuurlijk een punt. Maar ik geloof dat dat vooral komt doordat het allemaal zo totaal en absoluut wordt gebracht. Als je die orde volgt, dan staat met uitzondering van de preek (of zonder die uitzondering...) echt de hele dienst op papier, inclusief gebeden en lofzegging. En dan wordt het me allemaal te mooi, te gelikt. We leven in een tijd van fragmenten en dat moeten we maar erkennen. Een liturgie die geen ruimte laat voor een kinderlied, een Opwekkingslied, een persoonlijk gebed, moeten we niet hebben. Maar elementen uit de traditie bijeenbrengen in een zinvol verband - ik denk echt dat het ons helpen kan om de oude dingen nieuw te horen. Eerder dit jaar schreef ds. Van Leeuwen in ons blad over het belang van het moment waarop, rond 700, het 'Agnus Dei' in de liturgie werd ingevoegd. Ik zou graag dit en andere liederen (in het Nederlands uiteraard) een vaste plaats geven in de viering van het Avondmaal, samen met herkenbare eigentijdse liederen, een persoonlijk gebed en ons eigen gereformeerde: 'Hef uw harten omhoog, zoek de dingen die boven zijn, waar Jezus Christus is gezeten aan de rechterhand van de Vader'. Binnen onze kerken kun je dan denken aan de liturgie van Amersfoort, waarover eerder al te lezen was in ons blad.
Ik besef heel goed dat ik niet meer dan een aanzet geef tot bezinning.
Naar die bezinning zelf verlang ik wel en ik denk dat we daar ook aan toe zijn.