Ave Maria
2003-09-26
Het ging al jaren niet goed met Harm.- Jaargang 47
- nummer 19
Zijn wereld werd steeds kleiner. Vaak zat hij op zijn kamer. Naar buiten gaan riep teveel spanningen bij hem op.
Van muziek kon Harm nog opleven.
Dan zag je zijn ogen groter worden, soms verscheen er een glimlach op zijn gezicht. Elvis, véél Elvis Presley.
Dat draaide zijn broer vroeger vaak, in de jaren dat Harm nog in het weekend naar huis ging.
Vier keer in de week kwam een activiteitenbegeleider bij Harm op de kamer. En met die begeleider kwam ook een gitaar mee. ‘Elvis!’ zei Harm dan. Een gitaar en Elvis, dat was een associatie die bij elkaar paste. De activiteitenbegeleider speelde niet alleen Elvis, hij kende ook andere liedjes.
Vroeger zong Harm’s moeder vaak voor hem en die liedjes werden nu ook weer gezongen. Het waren herinneringen aan een wereld die veiliger en minder complex was.
Op een dag zong de activiteitenbegeleider een heel ander liedje. Het kwam zómaar in hem op. Avé Maria….
Harm vond het vaak moeilijk als er iemand anders op zijn kamer was. Hij kende de activiteitenbegeleider, maar de spanning kon ook teveel worden.
Dan moest de activiteit worden afgebroken.
Nu werd de ademhaling van Harm opeens rustig, zijn bewegingen werden minder, zijn gezicht meer ontspannen.
‘Nog eens!’ zei Harm. ‘Nóg eens liedje zingen!’ Opnieuw zong de begeleider Avé Maria. ‘Hij kent het vast van vroeger, dat zal zijn moeder ook wel gezongen hebben’ zei de activiteitenbegeleider toen we elkaar ontmoetten. ‘Misschien kent hij het wel’, was mijn reactie, ‘maar niet van zijn moeder. Gereformeerde ouders zongen dat niet met hun kinderen’… ‘Waarom werd hij dan zo rustig?’ vroeg de begeleider, ‘het deed hem wél wat, dat kon ik duidelijk merken!’ ‘Wat deed het jou zelf?’ was mijn reactie…. ‘Ik was ook heel ontspannen….’ gaf de begeleider als antwoord.
‘Het was net of ik vroeger weer naast mijn moeder in de kerk zat. In die grote dorpskerk met de gebrandschilderde ramen. Dan werd er zó mooi gezongen…. Ik was even weer dat kleine jongetje, terug in de tijd, samen met mijn moeder…. Zou Harm dát misschien gevoeld hebben?’ Ik weet eigenlijk wel zeker dat Harm feilloos die beschutting gevoeld heeft.
Jongens als Harm zijn buitengewoon gevoelig voor onze emoties. Ze voelen precies aan wat echt is en wat onecht.
Op hun manier worden ze geraakt door onze emoties. Zo kunnen ze ook door God aangeraakt worden….