Opening nieuw studiejaar Seminarie

2003-09-26
  • Jaargang 47
  • nummer 19
In februari van dit jaar stonden we aan het graf van onze eerste rector ds J.C. Janse, memoreert ds L.W.G. Blokhuis bij de opening van het nieuwe Seminarie-studiejaar, vrijdagavond 5 september in Amersfoort. De mensen van het eerste uur vallen weg of treden af, zegt ook de huidige rector ds J. Stuij. Beide voormannen van het Seminarie noemen meer. Acht studenten telt het Seminarie op dit moment. Er zijn geen nieuwe aanmeldingen. En de Landelijke Vergadering van 2004 zal niet onopgemerkt voorbij gaan.

Wel zijn de giften van de kerken met maarliefst 33% gestegen, wat zou kunnen duiden op groeiende betrokkenheid en sympathie. Zo wisselen dankbaarheid, bezorgdheid en hoop elkaar af, een mix die ook de toespraak van ds H. van der Velde en het slotwoord van ds J.W. Ploeg kenmerkt.

Tot nu toe heeft het Seminarie twintig predikanten opgeleid, blikt ds Stuij terug. Twaalf daarvan dienen momenteel onze kerken. Regelmatig wordt jongemannen geadviseerd, om maar niet een studie aan het Seminarie te beginnen. Wie wel aan de studie mag beginnen, zal in de loop van de jaren vijf tot tien proefpreken houden.
Want het Seminarie leidt mensen op tot dienaar van het Woord.

En of dat nog zin heeft? En toekomst?
Het is lang geleden dat er geen nieuwe student was. Ds Ploeg doet voorbede voor het Seminarie, nadat hij heeft stilgestaan bij de persoon van Elia. Eli-jahu, Mijn God is Jahweh: Hij belooft zijn reddende aanwezigheid en Hij accepteert de ontslagbrief van Elia niet. Het profetische woord moet blijven klinken. Gods Woord wil bediend worden. Ds. Blokhuis heeft de aanwezigen bepaald bij Psalm 67. Een danklied voor de oogst – niet zozeer de oogst van het gewas, maar de volkenoogst. Hoe staat het ervoor met die oogst? Pas in de negentiende eeuw, zegt de kerkhistoricus, is de wereldzending op gang gekomen.

Zendingsdocent ds H. van der Velde spreekt daarover. Hij laat zien hoe actueel de Psalmen ook zijn in een tijd van kerkelijke neergang. De dichter van Psalm 42-43 heeft heimwee naar de dichte drom die optrok naar Gods huis. Maar, hoop op God! is het refrein.
En er is veel reden om te hopen, weet de zendingsman, met een knipoog naar de twee Oost-Soembanese predikanten die de avond bijwonen. Gods heilsplan gaat altijd door. Paulus huilt in Rom.9 om zijn Joodse broeders, maar hij kan weer juichen in Rom.11.
De genadegaven en roeping van God zijn onberouwelijk. Er komt een schare die niemand tellen kan, uit alle volken en talen. En inderdaad kunnen wij in onze dagen zien, hoe Gods Woord de hele wereld over gaat. Ja, nooit eerder was de kerk zo groot als in onze tijd. Als onze beden zwijgen, stijgen nieuwe zangen op waar de nieuwe dag ontluikt.

Vijfhonderd jaar geleden werd het evangelie bewaard maar ook opgesloten in (de kloosters rond) het Middellandse Zeegebied. Pas vanaf de zestiende eeuw komen er zendingsposten, maar het duurt nog tot de negentiende eeuw voordat het echt mondiaal wordt.
En nu dooft dan het licht in Europa, terwijl het in Azië, Afrika en Amerika opgaat. In 160 van de 237 landen is het christendom de grootste religie!
In 50 landen is dat de islam, maar ook in een moslimland als Indonesië wonen meer christenen, dan dat Nederland inwoners telt.
Wereldwijd zijn 200.000 zendelingen actief! Terwijl men vroeger gescheiden optrok, wordt nu meer en meer samengewerkt.
Ook zijn zendelingen niet langer pure predikers. Zo zijn er vertalers, onderwijzers, computerdeskundigen en dergelijke en al deze mensen brengen het evangelie.

Onze tijd kent grote problemen, maar geeft ook ongekende kansen. De mensen zijn bang en onrustig. Wij kunnen Gods reddende liefde bren gen. Vluchtelingen, die veelal tot de islam behoren, zijn bereikbaar in centrums voor asielzoekers.
Meer aandacht voor de zending zal ons blikveld verbreden, zegt ds Van der Velde, zal ons hoopvol stemmen.
Want op de God die licht en waarheid zendt kun je hopen. Dienaren van het Woord, toerusters, zijn meer dan ooit door Hem gewenst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief