De wet ten leven - twee aspecten -

2003-09-26
  • Jaargang 47
  • nummer 19
'De tien woorden en de samenvatting in de liefde hebben een duidelijke functie in onze verootmoediging voor de Here. Ze werken als spiegel waarin wij zien wat we schuldig zijn en ze zijn ook een leefregel voor de dankbare gehoorzaamheid'.
(Citaat ds. B. Loonstra, Kerkpost Emmeloord).
Regelmatig horen en lezen we dat velen het niet meer zo nodig vinden om elke zondag de woorden van de tien geboden van God te (laten) lezen. Het taalgebruik zou archaïsch zijn, de woorden zouden over je heen rollen zonder ze werkelijk te horen, sommige geboden zouden minder relevant of zelfs achterhaald zijn. Welke functie heeft dit liturgisch onderdeel dan nog?

Over deze vraag heb ik lang nagedacht, omdat ik bij mezelf een gemis én een probleem constateer wanneer er soms wekenlang geen wetlezing in de kerk plaats vindt. Veel dominees lezen 's zondags een gedeelte uit het nieuwe testament in plaats van 'de wet der tien geboden'. Een gedeelte dat dikwijls te maken heeft met de vervulling of toepassing van de wet.
Soms wordt er één gebod voorgelezen waar dan vervolgens uitleg aan gegeven wordt. Zo zijn er verschillende vormen gevonden om dat onderdeel in de liturgie aan te passen.

Onze heiligmaking
Om mijn eigen gevoel van gemis te toetsen heb ik de catechismus, die we vroeger uit ons hoofd moesten leren, er maar weer eens bij opgeslagen: 'Waarom moet ik de wet zondags horen (orde van dienst) en waarom moet deze een onderdeel van de prediking zijn (cat. vraag 115)? Ik kan me er toch niet helemaal aan houden?' Antwoord: 'Omdat ik me zelf er beter door leer kennen en daardoor verlang naar Christus vergeving. Maar ook omdat ik steeds meer om de genade van de Heilige Geest ga bidden om vernieuwd te worden naar het beeld van God. Met als doel de volmaaktheid te mogen bereiken'.

Door de wet leren we ons zelf beter kennen en worden daardoor met onszelf geconfronteerd waardoor we geweldig naar vergeving kunnen verlangen.
Immers als overtreding van Gods wet niet wordt opgeruimd, dan blijft er iets 'zeuren en knagen'.
Een vrouw schreef kortgeleden in een artikel: 'Ik was weer eens in een (traditioneel) gereformeerde kerk. Ik ervoer het als een verademing de wet van God te hebben horen voorlezen.
Ik werd erdoor met mijn eigen leven geconfronteerd, een leven dat niet altijd conform die wet is', zo schreef ze.
Vernieuwd worden en de volmaaktheid trachten te bereiken, bidden om de Heilige Geest. Voluit termen die we tegenwoordig graag horen en uitspreken.
Denk maar aan de Alpha-cursus.
Paulus jaagt er zelfs naar, al heeft hij het nog niet bereikt. Juist onder degenen die over innerlijke vernieuwing en volmaaktheid spreken zijn er mensen die de zondagse wetlezing minder belangrijk achten. Ook het laten leren of bespreken van de catechismus waarin de wet van God uitvoerig uitgelegd wordt, vinden sommigen minder noodzakelijk. Ik bemerk hier nogal eens een tegenstrijdigheid.
Aan de ene kant de wens tot geestelijke vernieuwing, aan de andere kant minder eerbied en respect voor de wet van God die Hij ons ter vernieuwing gaf.

De wet van God is universeel, goed voor alle mensen
Normen en waarden zijn niet zelden ontleend aan de wet van God. Momenteel wordt er op hoog niveau gewerkt aan het opstellen van een Europese grondwet. In de preambule (inleiding) bij deze nieuwe grondwet zou ook iets moeten staan over de betekenis van de christelijke of de joods-christelijke wortels van onze westerse cultuur. Men kan immers niet ontkennen dat een deel van de wijsheid in Europa afkomstig is van de christelijke kerk en leer. Daarover wordt nu flink gesteggeld in de Europese Unie, want veel mensen zijn allergisch geworden voor enig pleidooi vanuit een christelijke levensovertuiging. (Ned. Dagblad, E. van Middelkoop, lid EK).
Het doet dan ook weldadig aan wanneer een bekend katholiek politicus als Thijs Wöltgens (voormalig PvdAvoorman) daarover het volgende opmerkt: 'Je kunt in 2003 toch niet opeens de geschiedenis van Europa ontkennen'…'Niet alleen als historische constatering, ook als normerende constatering mag de Europese Grondwet niet om het christendom heen. Blijkbaar vindt men het niet nodig zijn normen te ontlenen aan het christendom'….' De ontkenning van de historische betekenis van het christendom duidt echter op puberaal gedrag. Veel mensen gedragen zich alsof ze net aan de laatste brandstapels van de kerk zijn ontsnapt'.
Duidelijke taal van iemand die onderkent dat (onder andere) de Nederlandse Grondwet voor een deel is geënt op de tien geboden.

Neerwaartse spiraal
Een paar maanden geleden werd ik getroffen door een artikel in het ND over Afrikaanse christenen. Bijna de helft van de inwoners van Afrika (380 miljoen mensen) zegt christen te zijn.
Deze christenen trekken het zichzelf aan dat hun land zich moreel, sociaal, politiek en economisch in een neerwaartse spiraal bevindt: zijn dit nu de vruchten van een krachtig levensveranderend evangelie, vragen zij zich af? Op diverse gebedsdagen heeft men zich dan ook massaal verootmoedigd over 'de ik gerichtheid, de verinnerlijking van het geloof' die te lang zou hebben plaatsgevonden.
Onvoldoende zou er gesproken zijn over de noodzaak van geloof voor het gehele leven: maatschappelijk, politiek, onderwijs enz.
Zou de wet van God, de woorden ten leven, de toepassing van die wet in het maatschappelijke, politieke en sociale leven, een te geringe plaats hebben gekregen in Afrika, een land met zoveel christenen? Zelf menen ze dat Gods geboden en bijbelse waarden meer moeten integreren in de samenleving. Dienstbaar in en aan hun land zijn.

Mijn gedachten gingen uit naar onze kerken in Nederland toen ik dit artikel las. De kerkdienst is, zo belijden we, een openbare aangelegenheid.
Gods woorden zullen herkenbaar moeten zijn voor alle mensen. Wij, Thijs Wöltgens en anderen moeten universele woorden (al of niet taalkundig aangepast) horen om ons normen en waarden eigen te maken en die te delen met medeburgers. Gods wet is immers goed voor alle mensen.

Wanneer woorden van de Here Jezus of van één van de apostelen in plaats van de wet worden gelezen, dan zijn dat woorden die alles te maken hebben met de vervulling van de wet en met de verdieping ervan in mijn eigen leven. Het gaat daarbij om de wezenlijke heiliging van mijn leven. En het gaat over mijn innerlijk geloof 'Hoe word ik gered en opnieuw geboren?' Zeer belangrijk, het gaat immers over mijn geloofswerkelijkheid.

Wereldkerk
Toch blijf ik tobben. Gods kerk is wereldkerk. Wat betekent dat concreet?
Waarin kan ik dat universele in kerk en samenleving herkennen?
Waarin betekent de kerk, het christelijke geloof, iets voor de hele mensheid?
Waaruit kunnen normen en waarden ontleend worden die goed zijn voor heel het leven van Gods schepping en schepselen?
Ik vraag me af of we onze medemens niet te kort doen, wanneer we de wet van God en het daaraan gekoppelde gebod van liefde aan Hem en de medemens, te zeer gebruiken voor onszelf en deze te weinig zien als een wezenlijk fundament voor een volk, een hele samenleving. En als dat waar zou zijn, dan zal die wet, dan zullen die tien geboden en woorden van liefde, eeuw in eeuw uit moeten worden ingeprent, zodat ze herkenbaar blijven voor onszelf én in de samenleving, in het (Europees) parlement, in de literatuur en waar dan ook.
Zijn de open vensters niet even belangrijk als de spiegel voor eigen gebruik?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief