Je bent in de wereld niet alleen! - Diaconie in de praktijk
2003-09-26
Gebed en ontmoeting- Jaargang 47
- nummer 19
Deel welke ‘goede doelen’ jij ondersteunt en waarom juist deze. Bidt of Gods Geest jullie open wil maken naar elkaar toe en jullie harten wil openen voor Gods Woord.
Bezinning vanuit de Bijbel
• Lees Neh.5:1-5 Het samen werken aan het herstel van Jeruzalems muren bindt samen.
Men deelt persoonlijke dingen en constateert binnen Gods gemeente enorme sociale verschillen. De één is rijk, de ander heeft schulden. De één heeft de kinderen nog thuis, de kinderen van de ander zijn tot slavernij vervallen. Zijn financiën en problemen met kinderen in ontmoetingen met gemeenteleden wel eens onderwerp van gesprek. Durf je daar een ander op te bevragen? Waarom wel/niet?
• Wanneer Nehemia het geroep van het volk hoort (zie vers 1), wordt hij heel erg boos! (zie vers 6). Zijn boosheid komt niet voort uit drift, maar uit verontwaardiging over het negeren van Gods goede wetten. (zie verdieping) heilige toorn. Een soort heilige toorn die doet denken aan Mozes bij het gouden kalf en aan Jezus op tempelplein. Welke concrete misstanden in kerk en wereld roepen bij jou een dergelijke verontwaardiging op? Vertel elkaar wat je vervolgens wel of niet met die gevoelens doet.
• Nehemia kan zijn vinger bij het gebrek aan barmhartigheid leggen omdat hij zelf op dit gebied een blanco register heeft. Zijn wijze van leven kan, in tegenstelling tot die van de Jeruzalemmers, geen aanleiding tot spot voor de heidenen zijn. (vers 9) In Babel heeft hij gepoogd zijn volksgenoten uit slavernij los te kopen (vs.8) en als landvoogd heeft hij het volk geen belasting opgelegd. (vs.14-19). In de kerk bidden we wel eens zingend of onze woorden niet zullen breken op de daden van Gods kerk (Lied 360:3) Hoe is het in jouw leven met de kloof tussen je woorden en je daden? Heeft jouw omgeving een positief beeld van jou als christen? Hoe staat jullie gemeente bekend in jullie woonplaats? Noem eens concrete punten die aan die beeldvorming bijdragen.
• In vers 9 wijst Nehemia zijn volksgenoten op ‘de vreze des HEREN’. Welke gevoelens roept die uitdrukking bij je op? Wat wordt daar in de Bijbel mee bedoeld? Hoe geef jij concreet invulling aan ‘het wandelen in de vreze voor onze God’?
• Velen geven gehoor aan Nehemia’s oproep en schelden de armen hun schulden kwijt en geven goederen en landerijen terug. Men zegt dus niet alleen ‘amen’ op de preek, maar brengt die ook in praktijk! Kan jij een preek herinneren die bij jouw tot concrete gedragsverandering heeft geleid? Deel waarover dit concreet ging. Zijn er in jullie directe omgeving (kerk, wijk, stad, dorp) braakliggende diaconale terreinen? Bedenk welke concrete acties jullie zouden kunnen ondernemen.
Dank en voorbede
Dank voor alle goede dingen die we uit God Vaderhand ontvangen en bidt concreet voor de nood in de wereld ver weg en dichtbij en ook of onze daden met onze woorden mogen sporen. Als er gezongen wordt, kan gedacht worden aan Ps.82:1,4; Ps.146:4,5; Opw.378, Opw.351 en Ev.Liedb.399
| Verdieping In de thora lees je keer op keer dat er in Israël geen armen mogen zijn. Aan armen mocht geen rente worden gevraagd, een volksgenoot mocht niet als slaaf werken, wie nood ziet moet zijn hand wijd open doen en eens in de zeven jaar moesten de schulden worden kwijtgescholden. (zie o.a. Ex.25:25; Lev.25:35-41 en Deut.15:15:7-11). Wie deze goede wetten aan de kant schuift, komt aan God Zelf. ‘Wie de behoeftige verdrukt, versmaadt diens Maker’, zegt het Spreukenboek. Die Maker kijken we in Jezus Christus in het hart. Om ons rijk te maken is Hij arm geworden! Daarom mogen wij in navolging van Hem overvloedig zijn in liefdewerk! (lees 2Kor.8:7-10). |