Hulp voor kerken met doven

2003-10-24
  • Jaargang 47
  • nummer 21
Onze kerken tellen 39 doven en 77 ernstig slechthorenden en dat zijn er tamelijk veel. Maar de commissie Dovenpastoraat rapporteert aan de Landelijke Vergadering dat het ‘niet extreem slecht’ gesteld is met onze betrokkenheid bij hen, die zonder ondersteuning maar heel weinig meenemen uit een kerkdienst. Wel vindt de commissie het een goed idee te gaan samenwerken met het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP).

Naast die samenwerking moeten de NGK volgens de commissie een opbouwwerker aanstellen, die gemeenten met doven begeleidt, contact onderhoudt met het IDP en ernaar streeft de samenwerking met het IDP om te zetten in deelname.
Zonder meer deelnemen aan het IDP acht de commissie niet verstandig, ‘omdat de toekomst van deze organisatie nog onduidelijk is’.

Isolement
Doof zijn is iets anders dan slecht horen. ‘En er is een groot verschil tussen doof geboren worden of later doof worden. Wie voor de ontwikkeling van spraak en taal doof wordt, bijvoorbeeld door ziekte tijdens de zwangerschap, hersenvliesontsteking of erfelijke oorzaken, komt zeer moeizaam tot gesproken taal. Gebarentaal is hun belangrijkste communicatiemiddel, aangevuld met liplezen. Spreken, lezen en schrijven kunnen zeer moeilijk zijn.
Op latere leeftijd doof geworden mensen spreken meestal veel beter Nederlands, hoewel er grote verschillen in het gebruik van gebarentaal en liplezen zijn. De één is zich gaan concentreren op gebarentaal, de ander op liplezen; de één heeft veel horende vrienden, de ander vrijwel alleen dove,’ meldt de commissie.
Wat alle doven bedreigt, is het alleenzijn.
‘Allerlei voor horenden vanzelfsprekende zaken zijn niet of moeilijk toegankelijk. Regulier onderwijs is door gebrek aan tolken moeilijk te volgen, telefoneren is omslachtig, Nederlandse tv-programma’s worden meestal niet ondertiteld of getolkt, omroepinstallaties in gebouwen en op stations zijn niet te horen, deelnemen aan vergaderingen op het werk is moeilijk en allerlei contacten met buren, collega’s en de school van de horende kinderen verlopen moeizaam.’

Tale Kanaäns
Ook een tolk voor in de kerk lost niet alle problemen op. ‘Het communicatieniveau is doorgaans te moeilijk. Er wordt in de preken teveel uitgegaan van de horende belevingswereld en de bijbelkennis van de horenden, wat nog te vaak resulteert in “de tale Kanaäns”. Daarom is het goed dat er aparte bijeenkomsten zijn, waar doven zich niet gehandicapt voelen en samen leren over God en hun geloof kunnen beleven. Gecombineerde kerkdiensten van doven en horenden en speciale dovendiensten spelen hierbij een belangrijke rol.
‘Omdat de bijbel zo moeilijk toegankelijk is, is vaak sprake van geringe bijbelkennis. Immers, de dove heeft al een achterstand in zijn taalontwikkeling en daar komt dan nog de moeilijke bijbelse taal bij. Aangepaste catechese (bijbelles) en eigen bijbelstudiekringen zijn nodig om op ‘In de gemeente krijgt de gemeenschap der heiligen ook niet goed vorm, omdat veel horenden niet goed kunnen en durven communiceren.
Daarbij speelt gemakzucht helaas ook vaan een rol. Verhalen van doven kunnen schrijnend zijn. Enkelen hebben nauwelijks meer contact met de kerk, weten niet in welke wijkgemeente ze staan ingeschreven en krijgen jaarlijks alleen de mensen van de vrijwillige bijdrage aan de deur,’ schrijft de commissie.

Dovenmagneet
Als voorbeeld hoe het ook kan, verwijst zij naar de gemeente van Dordrecht.
Daar werd een klein meisje na een hersenvliesontsteking doof. Zij ging naar speciaal kerkelijk kinderwerk en daaraan was ook een speciale kerkdienst verbonden. Toen dat werk zonder onderdak kwam te zitten, kon de dienst worden ondergebracht in een bijgebouw van de NGK en zo stonden horenden en doven na hun diensten samen koffie te drinken. Van het een kwam het ander, de diensten werden gecombineerd en inmiddels telt de gemeente zestien doven. ‘Het blijkt, dat vaak de jongere doven zich tot deze diensten aangetrokken voelen.
De afgelopen jaren zijn dove mensen lid geworden van de NGK. En er kwamen gehandicapte doven op oudere leeftijd tot geloof’, melden de Dordtenaren aan de commissie.

Enquête
Om een beeld te krijgen van het aantal doven in onze kerken legde de commissie de 94 gemeenten een enquête voor, waarop ruim zeventig procent (68) reageerde. Naast het aantal doven en ernstig slechthorenden leverde dat als resultaat, dat er een goede deelname is aan het kerkelijk leven en doven hulp krijgen door middel van preken op schrift, tolk en ringleiding. Negen gemeenten hebben contact met het IDP en zeven dragen financieel aan dat werk bij.
Vierenveertig gemeenten zeggen geen contact met het IDP nodig te hebben. Veertig procent is voor samenwerking met dat IDP, 32 procent is daartegen en 28 procent liet die vraag onbeantwoord.
Overigens meldt de commissie, dat doven zelf niet om hun mening zijn gevraagd. Waarom dat niet is gebeurd, vertelt zij niet.

Niet vergeten
Je zult het maar vergeten, een agendapunt over doven in de kerk en dan geen tolk met Nederlands ondersteunende gebaren erbij! Nou, dat is de commissie Dovenpastoraat niet vergeten aan de Landelijke Vergadering te melden. ‘Voor uw kosten en ruim van tevoren aan te vragen bij TC Visinet: 0800-8655 638’, meldt ze er hulpvaardig bij.

Enquêtemoe?
‘Ons land is enquêtemoe’, hoor je wel eens. Wellicht heeft dat ook een rol gespeeld bij de enquête over doven en ernstig slechthorenden in onze gemeenten. Het lijkt aannemelijk dat in de 26 gemeenten, die geen antwoord gaven op de vragen, ook ernstige gehoorproblemen spelen. Van de gemeente van Deventer weet ik dat zeker.
Wellicht helt de vragenlijst wat sterk over naar ‘echte doven’, waardoor sommige kerkenraden hebben gedacht dat het hen niet aanging, maar in veel gemeenten gaat vergrijzing gepaard met toenemende gehoorproblemen en irritatie over de geluidskwaliteit en problemen met de ringleiding. Ook bejaarden, die niet meer naar de kerk komen vanwege die problemen, dreigen in een isolement te raken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief