Liever geen contact...
2003-10-24
'Dromer,.. mijn man wil dat je geen contact meer met me hebt, en ik niet met jou…' - Jaargang 47
- nummer 21
Ik houd de telefoonhoorn in mijn hand en kijk voor me uit.
Laat het even op me inwerken.
Ze heeft dit telefoongesprek zorgvuldig opgebouwd want pas na zo’n vijf minuten komt het hoge woord eruit.
Het klinkt zuchtend als een genante opluchting.
Het begon zo’n beetje acht jaar geleden.
Een leerling in mijn klas met speelse humor, scherpe vragen en sympathieke uitstraling.
Niet de boventoon voerend, maar wel mijn hart rakend. Ik trof het, ik werd haar stagedocent.
De relatie die ontstond bleek sterk en ging gewoon door na school. We deelden veel over het geloof (der vaderen…). Dieneke kwam van een klein en streng dorpje.
We spraken in al die jaren drie maal af op een terras om zaken te bespreken.
Ze was doelgroep recensent van een van mijn boekjes; ze kreeg zelfs het eerste cadeauexemplaar.
We mailden heel regelmatig. Zelfs het feit dat ze verliefd werd op haar man wist ik eerder dan hijzelf.
En nu, bijna negen jaar later verzoekt hij mij vriendelijk doch dringend uit haar leven te verdwijnen.
Tssss. Heel even voel ik me een vieze oude man die van stalkerige daadjes wordt verdacht.
'Wat een vraag, Dieneke,' zeg ik zacht.
'Je meent het echt hè?' Ze is stil en zegt dan: 'Ja, ik schaam me er wel een beetje voor.' Ik besluit haar te helpen en zeg vriendelijk dat ik er begrip voor heb. Dat ik het haar niet kwalijk neem en dat het heel wijs is voor je man te kiezen als hij daarom vraagt.
Terwijl ik het zeg, denk ik: ‘Wat hadden we nou voor contact?’ Ik klik op mijn map ‘verzonden items’ en selecteer haar naam.
Eens in de drie maanden, soms minder vaak, wisselden we mails uit. Vaak over geloof, ons gedrag in eigen kerk en gemeente. Maar ook haar visie op onderwijs en de actualiteit. Kortom, zuiver, belangstellend en opbouwend.
Ze ontdooit.
Ik kan wat doorvragen naar het hoe en wat.
Ze vertelt dat er al sinds haar verkering met hem vragen waren over mij.
Ze schetst een sfeer waarin ze, als hij erbij is, bang is de mail te openen.
Vertelt dat ze gespannen werd door hem als ze mijn mails wilde beantwoorden.
Ik kijk weer voor me uit.
Ben ik zo erg? vraag ik me in stilte af.
Ze lijkt het te horen en zegt: 'Ik vind hem hier ook stom in hoor, want jouw mailtjes zijn erg oké. Maar hij flipt gewoon.'
Ik voel met haar mee.
Een flippende man in huis lijkt mij ook vrij lastig.
Het gesprek loopt raar verder.
Hoe neem je afscheid van iemand die je niet meer wilt zien, maar die je misschien een dag later tegen komt op de markt.
Of die per ongeluk juf wordt van je eigen kinderen.
Iemand die je aardig vindt, jou aardig vindt en waarbij nooit iets raars plaatsvond.
Dan zeg je…?
Ik weet het niet.
We hangen op met een 'Nou eh,.. tot ziens dan maar…'
Ik blijf nog een tijdje voor me uit kijken en glimlach: wellicht dat ik haar op de nieuwe aarde pas weer spreek.
Als daar wat humor is in de woningtoewijzingcommissie worden we misschien wel buren.