Samen aan de voet van het kruis

2009-09-25
  • Jaargang 53
  • nummer 19
In twee eerdere artikelen ging het over het besluit van de NGK Utrecht om de ambten van ouderling en diaken open te stellen voor gemeenteleden die in een homoseksuele relatie leven. Het besluit ligt er. In een laatste artikel komt de vraag aan de orde, hoe het nu verder moet.

Een eerste mogelijke reactie is de uitspraak dat elke gemeente hierin autonoom is: laten andere gemeenten zich niet met zo’n interne Utrechtse zaak bemoeien. Dat soort geluiden klonk de afgelopen tijd al, ook daar waar men het inhoudelijk met Utrecht oneens is. Die houding heeft voor mijn gevoel iets van ‘ben-ik-mijn-broeders-hoeder’. Zo van: ik gun jou je mening, als jij mij de mijne gunt en mij met rust laat. Dan zoeken we in de kerk onze gelijkgezinden op en hebben we aan andere kerken of kerkleden met andere opvattingen geen boodschap. Dan ontlopen we het debat en gaan we elkaar uit de weg. We laten elkaar in feite los en de mooie veelkleurigheid vanuit de eenheid in Christus die onze kerken kenmerkt, verwordt tot onverschillige vrijblijvendheid. Zo’n houding doet geen recht aan de grondtrekken van ons kerkverband: eendrachtig samenwerken, elkaar opwekken Gods Woord te bewaren, elkaar helpen, elkaar dienen en rekenschap geven, om een aantal sleutelbegrippen uit het AKS te citeren.

Een tweede mogelijke reactie is dat de direct betrokken regio Utrecht op eigen initiatief tot een oordeel komt over het Utrechtse besluit, dus ook als Utrecht daar niet om vraagt. Daarvoor pleit art. 37.1 van het AKS dat de weg wijst waarop de regiokerken ‘elkaar bijstaan, op elkaar acht geven en elkaar tijdig vermanen wanneer een kerk nalatig bevonden wordt’.

Landelijke Vergadering
En dan is er de mogelijkheid dat de gezamenlijke kerken, in Landelijke Vergadering bijeen, zich uitspreken over het besluit van de NGK Utrecht. Of meer in het algemeen over de vraag, of de kerkelijke ambten voor homoseksueel samenlevende gemeenteleden openstaan. Voor deze aanpak pleiten diverse argumenten:

- Allereerst de inhoud van het besluit, dat afwijkt van wat wereldwijd onder evangelicals wordt gezien als in overeenstemming met het Woord van God. In kerken als de onze, voor wie de bijbel het Woord van God is, bron en norm voor leer en leven, en die daarom op basis van zorgvuldig luisteren naar de Schrift keuzes proberen te maken, moet er dan een alarmbel gaan rinkelen. Als rond dit onderwerp de ene kerk met een beroep op de Schrift bij A uitkomt en een andere bij B en we het daar vervolgens bij laten, leidt dat tot een sluipende ondermijning van het gezag van de Schrift. Je kunt er immers alle kanten mee uit? Willen we voorkomen dat een beroep op de Schrift onder ons krachteloos wordt, dan zullen we als kerken gezamenlijk rond dit onderwerp de Schrift moeten openen en ons gezamenlijk moeten afvragen, wat de Geest daarin tot de gemeenten zegt.

- Vervolgens: het Utrechtse besluit gaat weliswaar niet over het ambt van predikant, maar de onderbouwing van het besluit leidt onontkoombaar tot de conclusie dat er geen principieel beletsel is om een homoseksueel samenlevend christen predikant (immers een fulltime en betaalde oudste) te laten zijn. Ook al valt het predikantschap uitdrukkelijk buiten het Utrechtse besluit, voor een eventuele latere beslissing daarover heeft Utrecht alleen kerkrechtelijke, maar geen nieuwe inhoudelijke argumenten nodig. Die liggen nu al op tafel. Daarom ligt het, gezien de plaats en rol van de predikant in het midden van de kerken, voor de hand dat het landelijke kerkverband die principiële overwegingen toetst.

- Ook de relatie met zusterkerken in binnen- en buitenland maakt een heldere uitspraak van de gezamenlijke kerken wenselijk. Vroeg of laat zullen die aan hun gesprekspartners in de NGK de vraag stellen: waar staan jullie kerken als het om de toegang van homo’s tot de ambten gaat? Op die vraag is een helder antwoord nodig.

- Tenslotte wordt de noodzaak van een landelijke uitspraak des te wenselijker, wanneer het Utrechtse voorbeeld navolging zou vinden bij kerken in andere regio’s.

Deze overwegingen geven voldoende aanleiding om het onderwerp van het Utrechtse besluit op voorstel van een of een aantal kerken of regio’s te agenderen voor de e.v. Landelijke Vergadering. Daarbij gaat het er niet om, hoe we Utrecht in het gareel krijgen, maar om de vraag, hoe we elkaar als kerken helpen om dicht bij het Woord van de Here te blijven. Daar is een kerkverband toch voor? Niet slingeren met banvloeken of machtswoorden. Maar een appèl op elkaars hart vanuit het Woord van God. Want ander gezag dan het gezag van het Woord is er niet in de kerk.

Ongelukkig
Aan het eind van deze serie artikelen voel ik me op een bepaalde manier ongelukkig. Weer gaat het, net als begin juli in de landelijke pers en net als zo vaak als het over christenen en homoseksualiteit gaat, over wat homo’s doen (beter: over wat ze niet mogen doen), niet over wie ze zijn. Wat heb ik er in het verleden tegen gewaarschuwd om het ‘je mag het niet doen’ harder te laten klinken dan ‘je mag er om Christus’ wil zijn’. In het verleden heb ik er in mijn EO-verantwoordelijkheid voor gepleit om eerst naar homo’s te gaan luisteren. In het voorwoord van het boek Uit de schaduw schreef ik: ‘Het moet onder christenen beginnen met het luisteren naar de levensverhalen van homo’s. Lang en goed luisteren. Hen uit laten spreken. Om vervolgens elkaar verder te helpen op die weg die homo’s en hetero’s - ieder voor zich en samen - moeten gaan: de weg van het meer en meer toegroeien naar het beeld van Christus’. Dat soort uitspraken heeft me in mijn EO-tijd het stempel opgedrukt van iemand die de kool en de geit spaart en die via vage praatjes de weg wil bereiden naar een aanvaarding van homoseksuele relaties. Toen de EO in 2004 publiek de complimenten kreeg van het COC voor zijn voornemen om de homovijandigheid in christelijke kring te bestrijden, kreeg dat imago een extra onderstreping. En nu schrijf ik zelf artikelen over homoseksuele relaties en het volgens mij ontbreken van bijbelse ruimte daarvoor.

Onmogelijk
Het lijkt bijna onmogelijk: een open houding tegenover homo’s combineren met een afwijzing van de homoseksuele leefwijze. Omdat daarin voor het gevoel van veel homo’s decennia van ontkenning en uitsluiting meekomt. Omdat ze daarin vaak ook een afwijzing van zichzelf beleven. Toch geloof ik dat het in de gemeente van Jezus Christus moet kunnen: mensen die homo zijn liefdevol aanvaarden, net zo als Christus mij aanvaardt, en tegelijk ook die andere dingen over hun en mijn levensstijl zeggen die de bijbel tegen hen en tegen mij zegt.

Zoals Jezus dat deed. Hij was er niet onduidelijk over, wat de wil van God is. Wie kon dat beter weten dan Hij? Hou je huwelijk zuiver. Als je oog je tot zonde verleidt, ruk het uit. Ga heen, zondig van nu aan niet meer. De man die je nu hebt, is je man niet. Ik zeg u: zo is het van den beginne niet geweest. Ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. Als je oog je tot zonde verleidt, ruk het uit. Neem je kruis op en kom achter mij aan. Maar Hij zei ook: Meet niet met twee maten. Huichelaars, witgepleisterde graven, blinde wegwijzers zijn jullie. Je legt anderen zware lasten op, maar raakt die zelf met geen vinger aan. Het belangrijkste van de wet hebben jullie verwaarloosd: het oordeel, de barmhartigheid en de trouw. En ook: wie een ander voor ‘dwaas’ scheldt, gaat naar de hel.

Ja, maar wij zijn Jezus niet, bij wie waarheid en genade één waren. Nee, wij zijn Jezus niet. Maar toch.. Ik hoorde een tijd geleden het verhaal van de evangelische gemeente van ds. Ed Dobson: een gemeente met de heldere opvatting dat de Bijbel geen ruimte laat voor homoseksuele relaties. De gemeente is gevestigd in de Amerikaanse stad Grand Rapids: een stad met een grote homogemeenschap die zowel met geweld tegen homo’s als met aids te maken heeft. Op een zekere dag is Ed Dobson met zijn ouderlingen naar de leiders van, zeg maar, het COC van Grand Rapids gestapt met de vraag: Waarmee kunnen wij jullie van dienst zijn? Die vraag wekte argwaan en verbazing: Wat zoeken jullie hier? Wij deugen in jullie ogen toch niet? Dobson antwoordde: Je weet, hoe we denken over jullie ‘gay lifestyle’. Maar daar komen we nu niet voor. Nu gaat het ons om de vraag: Hoe kunnen we jullie helpen? ‘Because God loves you and we love you’. Dat is het begin geworden van een project waarbij de kerkleden van Ed Dobson meehielpen de homo’s van Grand Rapids te beschermen tegen geweld en de aidsslachtoffers daar te verzorgen.

Het kan dus samengaan: dicht bij God én dicht bij mensen. Met open armen homo’s in ons midden ontvangen. Je met kracht verzetten tegen de homofobe onderbuiktaal op christelijke reactiesites die letterlijk uit den Boze is. En tegelijk het bijbels getuigenis dat het huwelijk tussen man en vrouw de plaats is voor seksuele gemeenschap, laten klinken.

Vergeving
Dat laatste heb ik in deze serie artikelen proberen te doen. En ik hoop dat onze kerken dat zullen doen. Als we er tegelijk maar aan gaan staan om homoseksuele broeders en zusters de plek in onze gemeenten te geven die hen toekomt: samen met ons allemaal aan de voet van het kruis, waar we elkaar ontmoeten als vrijgesproken zondaars, elkaar aankijken met ogen die Gods genade hebben gezien en elkaar voorthelpen op de weg van discipelschap en navolging van Christus die om te beginnen heel diep in ons eigen vlees snijdt. En vanuit die houding God om vergeving vragen voor wat we als kerken en christenen homo’s hebben aangedaan. Het gebed bidden dat de CRC-synode in 2002 de kerken aanbeval:

‘Heer, onze genadige God.
We hebben tegen u gezondigd.
We hebben niet gedaan wat we moesten doen.
We hebben niet de beloften gehouden die we deden.
In plaats van te proberen een plek te worden
waar mensen die van u houden en homoseksueel zijn,
een huis van genade kunnen vinden,
belijden we dat we muren zijn blijven bouwen.
We hebben hen gemeden.
We zijn wreed geweest.
We hebben etiketten geplakt en beledigende taal gebruikt.
We hebben gewenst dat ze weg zouden gaan.
Waarlijk, Heer, er is veel in ons dat niet deugt.
We hebben deze kinderen van u, deze broeders en zusters van ons, onrecht aangedaan.
We hebben berouw over onze zonden.
We hebben spijt van wat we hebben gedaan en van wat we niet gedaan hebben.
Heer, vergeef ons onze zonden door het bloed van Jezus.

Lieve hemelse Vader, we houden van u.
We houden van u, omdat u uw beloften houdt
en we willen net zo zijn als u.
We willen onze beloften houden.
Help ons, Vader, om dat te doen.
Help ons om van onze homoseksuele en lesbische broeders en zusters te houden.
Help ons om hen lief te hebben met woorden en daden.
Sterk ons voornemen om te luisteren naar hun verhalen,
om hun pijn te delen,
om van anderen te leren,
om samen de levensreis te gaan

Heer, we hebben vragen.
We weten niet alles.
Geef ons de genade niet te handelen alsof dat wel zo is.
Geef ons de nederigheid om vast te houden aan wat we wel weten.
We weten dat het leven ingewikkelder is dan we zouden willen.
We weten dat we uw vergeving nodig hebben voor het verleden
en uw genade voor de toekomst,
als we voortdurend strijden om kerk te zijn,
trouw aan uw Woord,
trouw aan elkaar.
Om Christus’ wil.
Amen.’

Reageren?
redactie@opbouwonline.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief