Zendeling, koopman en soldaat

2003-11-21
  • Jaargang 47
  • nummer 23
Dr P.M. Mpindi vertelde op een conferentie in de Congo die ik bijwoonde, hoe men de komst van de eerste zendelingen in Afrika ervaren heeft.
Van de grote schepen voor de kust zag men een heel speciaal type mens aankomen: de blanke mens! Blanken ontmoette men in drie soorten.
Allereerst was er de blanke koopman met zijn kisten vol snuisterijen en andere verleidingen, waaronder vooral veel sterke drank. Dan was er de blanke soldaat, ruw en gewapend met stokken die vuur uitbraakten en van een afstand dood en verderf zaaiden. Tenslotte was er de blanke zendeling met zijn suikerzoete taal, een redder van zielen, en een felle prediker van passiviteit en pacifisme tegenover de vreemde indringers: de koopman en de soldaat.

De zendeling droeg geen kist of geweer, maar had een boek bij zich, dat ging over het evangelie van Jezus Christus.
Alle drie kwamen uit dezelfde boot.
De eerste beroofde de mensen van Afrika van hun grond en bestaansmiddelen met zijn zogenaamde handel.
De tweede veroverde de tegenstribbelende dorpen met zijn superieure wapens. En de laatste … wel, de zendeling zei tegen de mensen: sluit jullie ogen, laten we bidden. Toen zij hun ogen weer open deden, waren zij ook hun cultuur en religie kwijt.
Het is een bitter verhaal. Er valt historisch wel wat op aan te merken. Toch zit er net even te veel waarheid in om het naast ons neer te kunnen leggen.
Een open pad voor handel en christendom: dat stond de beroemde zendingsman Livingstone voor ogen in zijn werk in Afrika. De zendeling werd gecompromitteerd door de koopman en de soldaat. Het evangelie werd in een westers gewaad van dubieuze kwaliteit aangeboden. En de wrange vruchten van deze onheilige driehoeksverhouding plukken we nog altijd in Afrika. Stel toch dat Leviticus destijds van de boot was gestapt als eerste vertegenwoordiger van het bijbelse geloof in Afrika. Men zou hem met open armen hebben begroet, zo herkenbaar zou hij zijn geweest, als een broeder onder de broeders. Maar zou Afrika onveranderd zijn gebleven door de ontmoeting met deze zoon van Abraham? Zouden de religie en de cultuur, van Afrika zonder kleerscheuren door de confrontatie met deze vertegenwoordiger van Mozes heen zijn gekomen? Daarover wil ik het in deze aflevering hebben. Mijn stelling is dat Afrika in Leviticus Jezus Christus ontmoet.

Religie is relatie
Het gaat in de bijbelse religie om relatie – verbond, zegt de bijbel. Hoe kan er een relatie zijn tussen de heilige God en zondige mensen? Daar gaat het centraal over in de bijbel, en ook in Leviticus is dat het kernthema.
Ondanks Israëls zondeval bij de berg Horeb, waar Exodus 32-34 van verhaalt, wilde God temidden van zijn volk wonen en met hen meetrekken naar het beloofde land. Zonder God in het midden, hield Mozes de Here voor, heeft het volk geen toekomst.
Leven wordt dan onmogelijk. De vraag waar Leviticus antwoord op geeft, is hoe dat mogelijk is. Hoe kan de heilige God midden tussen zondige mensen verkeren, hun tot heil? Dat kan langs de weg van de offerdienst in de tabernakel en de tempel door daartoe gekwalificeerde priesters. Leviticus 1-10 gaat daar uitvoerig op in. De dienst der verzoening maakt het mogelijk dat God in Israëls midden bleef wonen.
Daarom werden er brandoffers gebracht, offers die zorgden voor de vergeving van de zonden van het volk door het bloed van offerdieren.
Daarom werden er vrede-offers gebracht om de gewonnen verzoening te vieren voor Gods aangezicht.
Daarom werden er ook reinigingsoffers gebracht om de woonplaats van God, het heiligdom, te reinigen van de zonde en schuld van het volk, zodat God er zijn woonplaats kon blijven opslaan. De offerdienst was er om de relatie met de God van Israël open en levend te houden. Tussen de heilige God en het zondige volk stond de dienst der verzoening. Dat is de boodschap die Leviticus in Afrika zou hebben gebracht. Het is ook de boodschap van het Nieuwe Testament.

God in Afrika
Laten we even aannemen dat men in Afrika God al kende, voordat de zendeling met het evangelie voet aan wal zette. Dat is zeker geen uitgemaakte zaak, maar goed! Men zou vreemd tegen Leviticus hebben aangekeken met zijn boodschap dat de heilige God onder zijn zondige volk wilde wonen. Zeker, God is hoog en verheven in Afrika. Hij is almachtig en de uitdeler van de kracht die mensen op aarde nodig hebben om leedloos te kunnen leven. Maar hij woont in de hemel, onbereikbaar ver van de mensen op aarde vandaan. Geen mens kan hem zo maar benaderen. Tussen God en de mensen bemiddelen er allerlei geestelijke wezens, waarvan velen het welzijn van de mensen op het oog hebben. Van deze geestelijke wezens staan de vooroudergeesten, de levend-doden, de mensen het meest nabij. Wel zijn er specialisten nodig om te weten te komen wat de vooroudergeesten willen, hoe men hen moet gehoorzamen en deel kan krijgen aan de levensnoodzakelijke krachten, die uiteindelijk van God komen. Er zijn medicijnmannen en –vrouwen; kruidenspecialisten; tovenaars en nog wel anderen. Duidelijk is dat God in Afrika er geen moment over denkt om onder de mensen te gaan wonen; die zouden zijn nabijheid ook niet overleven. Nee, wat men in Afrika nodig heeft, is vrede met de voorouderlijke geesten. Dat werkt wel weer positief door naar boven, waar God ergens is. Via strikte regels en strakke reglementen is het contact met deze voorouderlijke geesten geregeld. Vooral offers spelen een centrale rol; het offerbloed is nodig om de vrede met hen te handhaven en het welzijn te verzekeren. Daarbij wordt er maar zelden aan God gedacht.
De relatie is niet verticaal naar boven toe gericht, maar horizontaal naar de voorouderlijke geesten toe, en zo ook naar elkaar als gemeenschap.

De aanstoot van het evangelie
De aanstoot van het evangelie ligt ten diepste niet bij de zendeling, hoe schuldig hij ook geweest is aan allerlei westerse dwaasheden en ongerechtigheden.
Laten we daar vooral niet gering over denken! Maar Leviticus zou op onbegrip en verzet zijn gestuit met zijn boodschap van verzoening van de zondaar met de heilige God door de offers. Zijn preken over een God die onder zondige mensen wil wonen, zou men wel eens als wereldvreemd hebben kunnen ervaren.
Maar Leviticus raakt hier wel aan het hart van de christelijke boodschap.
Het evangelie haakt hier regelrecht bij aan, zoals uit de Hebreeënbrief kan blijken.
En dan komen er allerlei andere verschillen aan het licht. In Leviticus komt men inderdaad onder de indruk van de heiligheid van God. Maar dat onderstreept alleen maar de zondigheid van de mens. In Leviticus wordt de mens als zondaar voor God getekend.
Hoe realistisch is Leviticus niet in haar tekening van de alles doordringende macht van de zonde in het leven van mensen op aarde! Zonde als schuld, als ongehoorzaamheid aan God en zijn geboden. Hoe anders wordt er in Afrika over zonde gesproken – meer smet dan schuld, zelden schuld voor God, maar altijd schuld tegen de naasten en dan weer met name de voorouderlijke geesten.
Wie Leviticus ontmoet, wordt aan zijn schuld voor God ontdekt; dat kan niet missen. Wil men leven en toekomst hebben in Afrika, dan zal God in het midden moeten zijn. En dat wordt alleen mogelijk gemaakt door de dienst der verzoening. En daar ligt de aanstoot van de christelijke boodschap, waar men niet alleen in Afrika over struikelt. Het is de aanstoot van Christus en die gekruisigd. De structuur van de bijbelse religie is in het Oude Testament helemaal gelijk aan wat het Nieuwe Testament daarover leert.

De eerste les
In Zimbabwe, maar in Nederland niet minder, moeten we horen wat zonde is en uitwerkt. De zondeleer staat niet hoog aangeschreven in menig zendingstheologisch handboek. Misschien dat er in de prediking ook niet die aandacht aan gegeven wordt die het verdient naar bijbelse inzichten.
Leviticus leert wel anders. Heel concreet spelt hij uit wat zonde doet in het leven van mensen en van de samenleving. Zonde staat niet stil voor de keukendeur; zij weet zich een plaats te veroveren in de slaapkamer; zij maakt zich breed in de samenleving.
Daar komen we de volgende keer nog uitvoerig op terug. Op zonde is maar één antwoord: het bloed van offers, die in het kruisoffer van Jezus Christus, dat reinigt van alle zonde, hun vervulling hebben gevonden.
Dat is het fundament van het christelijke geloof, de basis van de christelijke kerk. In Leviticus ontmoet men Christus en die gekruisigd. Was Leviticus destijds maar de eerste ‘zendeling’ in Afrika geweest! Hoe anders zou het misschien met de christelijke boodschap in Afrika gegaan zijn.
Maar het verzet er tegen zou niet minder zijn geweest.
De tijden waren in de dagen van Leviticus niet beter dan vandaag in Afrika. In Paulus’ tijd was de wereld geen betere plaats dan vandaag.
Maar zowel Leviticus als Paulus brachten wezenlijk dezelfde boodschap: laat u met God verzoenen door het bloed van het Lam. Dan gaat er een deur open naar de toekomst temidden van alle leed en pijn, die dagelijks ondergaan worden in duizend vormen. Dat hebben ze nodig in Zimbabwe: God in Afrika, maar dan wel de God van Abraham, Izak en Jakob, die wij uit Leviticus leren kennen als de heilige God die zijn volk opzoekt en onder hen wonen wil, de God die als Immanuël onder ons aanwezig is door zijn Heilige Geest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief