Tussen kerk en moslim

2003-11-21
  • Jaargang 47
  • nummer 23
Mortiergeroffel en ander oorlogsgeweld.
Dat is voor Herman Takken altijd nog verbonden met het begin van zijn werk bij ‘Evangelie & Moslims’. ‘Ik was uitgezonden naar Libanon, vol idealen om daar te werken aan de evangelie-verkondiging in dat verdeelde land. Maar na korte tijd maakte de oorlog het onverantwoord om nog langer te blijven. Als iets waar je lange tijd naar toe hebt gewerkt, zo abrupt eindigt denk je werkelijk: wat nu?!’

Toen kwam de ‘Stichting voor verbreiding van het evangelie onder moslims in Nederland’ op zijn weg. Jaap Beukema had er al het nodige pionierswerk verricht. Het klikte direct.

Lange naam
Vanaf die tijd werkt Herman Takken als stafwerker voor ‘de stichting met de lange naam’, zoals de nieuwe organisatie in de begintijd wel eens licht-spottend werd genoemd. Takken voegt er aan toe: ‘Je proeft in die lange naam ook wel iets van reactie op dat, wat in de zeventiger jaren in de grote protestantse kerken gemeengoed was geworden. In de latere SOW-kerken werd bij het werk onder moslims namelijk grote nadruk gelegd op het diaconaat en het accent lag ook veel meer op de dialoog dan op evangelisatie. In orthodox-Hervormde en Christelijke Gereformeerde kring riep dat reactie op en zo kwam het tot een werkgroep en later tot de Stichting’. Als Herman Takken op die eerste jaren terugkijkt vindt hij het nog steeds bijzonder om te zien met hoeveel elan en visie allerlei organisaties in de zeventiger jaar van de grond kwamen (zoals ook b.v. VBOK en AWZ). Wat gaandeweg verdween was de reactie-houding, iets wat zelfs hoorbaar werd in de latere naamsverandering: ‘Evangelie & Moslims’; stichting voor getuigenis en dienst onder moslims in Nederland.

Diaconaal
Dus toch ook dat diaconale! ‘Eigenlijk vanaf het begin’, weet Takken zich te herinneren, ’en juist op het grondvlak, waar christenen in contact kwamen met moslims. Daar was direct duidelijk, dat je niet verder kwam met het evangelie zonder dat je ook werkte aan de nood. En die nood was zichtbaar, toen Marokkaanse en Turkse gastarbeiders vanaf de zestiger jaren naar Nederland werden gehaald, waarbij de gezinnen achterbleven in Marokko en Turkije. En ook in latere tijd, t oen de gezinshereniging op gang kwam. Dat gaf grote problemen.
Vaak waren de gezinnen al eerder van het platteland in Marokko of Turkije naar de steden getrokken. En omdat daar geen werk was, kwam de trek van de mannen naar West-Europa.
Kortom, allerlei verbanden van dorp en familie waren dus al weggevallen.
En dan kwam daar nog eens de overstap naar de westerse samenleving bij.
Toen vervolgens in de zeventiger en tachtiger jaren de gezinnen naar West-Europa kwamen, was de situatie veel minder riant dan wat men zich in Marokko en Turkije had voorgesteld.
De werkloosheid was hoog, de huisvesting vaak slecht, de Nederlandse taal, de cultuur en het klimaat zo volstrekt anders. Waarbij de kinderen zich vaak veel sneller aanpasten dan de ouders, met alle spanningen van dien. Dat gaf veel moeite, relationeel en sociaal. Echte nood dus en daar moest aan gewerkt worden en dat is gelukkig ook gebeurd’.

Van 1978 naar 2003 ...
Herman Takken kan op tal van verschillen wijzen tussen die beginjaren en nu.
‘Aanvankelijk had je de eenvoudige gastarbeider, bij wie geloof gelijk stond met een aantal vaste rituelen.
Ten opzichte van kerk en christendom leefden er veel vooroordelen en misverstanden onder die eerste moslims.
Tegelijk was er ook een soort oosterse openheid en een sfeer van gastvrijheid, waardoor contacten gemakkelijk tot stand kwamen.
Nu heb je de derde generatie moslims, met onderling grote verschillen.
Je komt hoog opgeleide moslims tegen, die heel goed weten te verwoorden waar het in de Islam om gaat. En dat naast anderen, die hun geloof zijn kwijtgeraakt. Of weer anderen, die in radicaal vaarwater terecht zijn gekomen en heel negatief zijn over de westerse samenleving, soms ook ontspoord.
Daarnaast zijn er met de stroom asielzoekers ook nog eens moslims uit landen als Afghanistan, Iran en Irak binnengekomen. Dat vraagt ook weer een heel andere benadering.’

Verloren zonen
De gesprekken over het evangelie waren in de begintijd vaak heel eenvoudig.
Gelijkenissen deden het goed, zoals die van de verloren zoon. Heel herkenbaar natuurlijk voor gastarbeiders: ver van huis, land van de varkens - zulke voorbeeldverhalen boden stof tot gesprek.
Maar ook heel anders. Soms kon je, bijvoorbeeld bij bemiddeling in conflicten tussen man en vrouw of ouders en kinderen, doorstoten naar de boodschap van Gods verzoening. In die beginjaren werd het bijbels materiaal ook uitgereikt in het Marokkaans of Turks, omdat de mensen het Nederlands onvoldoende beheersten.

Struikelblokken
Dat is nu wel anders. Takken: ‘De meeste moslims spreken en lezen behoorlijk goed Nederlands. De gesprekken zijn soms heel pittig en inhoudelijk. Er worden tegenvragen gesteld over het christelijk geloof. Dat concentreert zich op een aantal brandpunten.
Ten eerste wordt Jezus het grote struikelblok, zodra je zegt dat Hij meer is dan een profeet.
Een andere grote moeite, die samenhangt met dat goddelijk unieke van Jezus, is het christelijke denken over de drie-eenheid. De weerstand bij moslims op dit punt heeft diepe wor tels, want Mohammed heeft in zijn tijd al radicaal gekozen tegen allerlei vormen van meer-godendom. Een moslim kan niet begrijpen, dat een christen kan geloven in Vader, Zoon en Geest zonder daarmee het geloof in de ene God kwijt te raken.
Een derde struikelblok ligt voor de moslim in de christelijke overtuiging, dat de mens niet van nature goed is.
Die mensvisie maakt een moslim onzeker, omdat je zo het heil niet meer in eigen hand hebt. In de islam heeft de eis van God juist iets haalbaars als je tenminste als mens werkelijk van goede wil bent. Maar het onderwijs van Jezus komt op een moslim over als veel te hoog gegrepen. Mooi, maar utopie. Christenen hebben in hun ogen dus te leven met onhaalbare eisen en ‘genade’ die iets onzekers houdt (omdat het immers genade is)’.

Asielzoekers
Een heel nieuwe dimensie aan het werk van ‘Evangelie & Moslims’ geven de asielzoekers.
‘Velen hebben de rottigheid ervaren van islamitische regiems en geproefd hoe diep het kwaad in een mens kan doorwerken. Dat maakt ze opener voor het evangelie van de verzoening door Christus. Mee gevoed trouwens door de neiging om de godsdienst van het gastland aan te nemen. Juist onder de asielzoekers merk je dus een grote bereidheid om de overstap naar het christelijk geloof te maken. Vraag is wel hoe het na de doop verder gaat. Daar is veel onzekerheid en teleurstelling; bij asielzoekers, maar ook bij kerken, die zich enorm voor hen hebben ingezet.’

Angst
Toch vermoedt Herman Takken dat er ook bij Marokkaanse en Turkse mos lims wel openingen zijn. In de islam is de drijfveer zo vaak de angst en dat geeft kansen om te laten zien dat in het christelijk geloof de liefde en niet de angst regeert. Ook het onvoorwaardelijke van de liefde (zoals b.v. uitkomt in verhalen als van Zacheüs) kan moslims diep raken, vooral als ze vast zijn gelopen in hun eigen onvermogen om in het reine te komen met God.
Maar de stap om christen te worden blijft volgens Herman Takken wel groot. ‘Een overgang naar het christelijke geloof wordt in de moslim gemeenschap als verraad ervaren. Dat betekende vroeger uitstoting uit de gemeenschap, al merk je dat in een land als Nederland - onder invloed van de individualisering - de scherpe kanten er wel wat af zijn.’

Na de overstap
Herman Takken ziet het liefst dat moslims, die christen zijn geworden een plek vinden in een Nederlandse kerk.
Met wel de mogelijkheid tot eigen samenkomsten, maar dat meer als aanvullend.
Of de kerken daar genoeg op inspelen is voor Takken nog wel een vraag.
‘Maar daar ligt voor ons echt een mooie taak, namelijk om de kerken bewust te maken van hun mogelijkheden en toe te rusten.’ Verder zijn er in 2003 ook weer nieuwe kansen. Via internet en een eigen site met allerlei materiaal. Er wordt momenteel gewerkt aan een boekje met antwoorden op de 100 meest gestelde vragen door Moslims. Zo’n publicatie komt ook op de E&M-site te staan. In eerste instantie bedoeld als toerustingsmateriaal voor de kerken, maar je merkt dat ook moslims op de site terecht komen.

Samenwerking
De samenwerking met andere organisaties is breed en in allerlei richtingen.
Herman Takken noemt o.a. de unieke week van toerusting via de zomerschool (met de Arabische Wereld Zending), samenwerking met de Stichting Gave als het gaat om asielzoekers en met het NBG en andere organisaties als het gaat om verspreiding van bijbels en ander materiaal.
Ook is de verhouding met de SOW kerken veel soepeler geworden.
Een hartelijke verbondenheid is er ook met verwante organisaties in Engeland, waar de bezinning op de vraag van evangelie en moslims veel eerder op gang kwam met de migratie vanuit de Engelse koloniën. ‘Ik zie ook nieuwe mogelijkheden voor toerusting in islamitische landen waar de christelijke minderheid het moeilijk heeft zoals in Soedan en Indonesië, ook al ligt dat werk niet op de weg van de Nederlandse stichting ‘Evangelie & Moslims’, zo voegt de stafwerker van E&M toe.

Toekomstperspectief
In Nederland hoopt Herman Takken op vruchtbare gesprekken met moslims die op hoge posities terecht zijn gekomen in de politiek of in de wereld van muziek en film. ‘Als er van zulke vooraanstaande moslims (met veel uitstraling) eens een paar christen zouden worden, dan zou dat grote betekenis hebben in de islamitische wereld, ook richting moslim-jongeren.
Verder is er de gestage druppel van de toerusting van kerken en christenen.
Dat is meer dan het organiseren van een avond of het uitspelen van een casus. We hopen op groei in openheid en liefde voor de moslimse naaste.
Ook openheid naar God en wat Hij bezig is te doen onder moslims in Nederland.’ En daar wil ‘Evangelie & Moslims’ graag aan blijven werken.

Stichting Evangelie & Moslims,
Stichting voor getuigenis en dienst onder moslims, bestaat dit jaar een kwart eeuw. Twee weken geleden hebt u iets kunnen lezen over o.a. een congres dat dit weekend, op zaterdag 22 november, wordt gehouden in de Kandelaarkerk in Amersfoort met als thema: De komende generatie moslims in Europa - een uitdaging voor de kerk.
In de stichting participeren diverse kerken in Nederland, waaronder sinds 1991 ook de NGK.
Het adres van de stichting is Bergstraat 6, 3811 NH Amersfoort, tel. 033-4659290; e-mail buro@evangelie-moslims.nl internet: www.evangelie-moslims.nl.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief