Kerk-zijn in een verbrokkelende samenleving

2006-06-09
  • Jaargang 50
  • nummer 12
Ruim 32.000 leden, verdeeld over 93 plaatselijke kerken. Dat zijn dan de Nederlands Gereformeerden. Wat heeft zo’n kleine kerkelijke gemeenschap te betekenen in het Nederland van 2006, denk je wel eens.

Aan de andere kant: wie in het buitenland kerkt, in landen als België, Frankrijk of in Scandinavië, komt tot de ontdekking dat we zelfs met zo’n kleine kerkelijke gemeenschap in ons land rijk gezegend zijn. Geen handjevol mensen, meestal een aantal kinderen en jongeren in de diensten, allerlei verenigingen die in meerdere of mindere mate actief zijn. Dit alles nog even afgezien wat er aan goeds te vinden is in andere kerkelijke gemeenschappen in ons land!

Somber over de samenleving
Ook dit jaar lukte het de eindredacteur van het Informatieboekje, ds. M.H.T. Biewenga uit Enschede, zijn jaaroverzicht in een breder perspectief te plaatsen. De grondtoon over de samenleving is nogal somber. We zien hier de kenmerken van een doorgeschoten individualisme, met alle gevolgen van dien. Daarbij citeert hij o.a. Stephan Paas (CGK), die als grote opdracht voor de moderne mens noemt: ‘Ga dan heen, en beslis zélf wie je bent’. In zo’n visie is geen plaats voor welke autoriteit dan ook. De positie van de kerk wordt in het leven marginaal. Buitengewoon schrijnend is in dit verband de positie van de asielzoekers. Het beleid is: ‘Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken – maar dan wel buiten ons zicht, in hun eigen land’. Verscheidene Nederlands Gereformeerde kerken kennen in hun midden bekeerde moslims die dreigen terug te worden gestuurd naar Iran. Wat er daar in het islamitisch paradijs van president Ahmadinejehad zal gebeuren, daar hoeven we nauwelijks over te twijfelen: hun lot zal verschrikkelijk zijn. Daarom sluit ds. Biewenga zich aan bij een oproep van Maria Stoorvogel. Destijds demonstreerden velen tegen de abortuswetgeving, moeten we nu niet opnieuw en massaal onze stem verheffen?

Kerkgeschiedenis
Waar waren we helemaal mee bezig? Die vraag zou je bij een volgend kopje van het Jaaroverzicht kunnen stellen. In het afgelopen jaar verschenen maar liefst 4 publicaties over de recente kerkgeschiedenis. Eén van die publicaties is ruimer van opzet, maar raakt wel direct die geschiedenis.
Prof. dr. A. Th. van Deursen schreef ‘Een hoeksteen in verzuild bestel’ over de geschiedenis van de Vrije Universiteit. De pogingen om te komen tot een eigen alomvattende gereformeerde cultuur hebben ook diepe sporen nagelaten in de discussies in de geschiedenis en de conflicten binnen de kerken in de 20e eeuw. ‘We hebben hier met veel meer te maken dan met een bizar gevecht van theologen, die hun kerkvolk op onzalige wijze op sleeptouw namen. Wat in de spiegel van deze episode uit de vaderlandse kerkgeschiedenis duidelijk wordt, is dat zich in de debatten ondermeer spanningen hebben ontlaad die in de gereformeerde theologie zelf besloten lagen’ (prof. dr. Jan Veenhof in Vrij Gereformeerd).

Pijnlijk
In het jaaroverzicht gaat ds. Biewenga (uiteraard) in op een aantal ontwikkelingen binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken. De opleiding tot predikant (nu: de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding) krijgt de aandacht. Vervolgens komt een aantal vragen over het leven als christenen uitgebreid aan bod. Aan de plaatselijke kerken zijn door middel van een enquête vragen gesteld over ongehuwd samenwonen, echtscheiding en homofilie. Duidelijk is uit de antwoorden dat veel kerken worstelen met deze vraagstukken. ‘De kwestie van de homofiele relaties kwam in het afgelopen jaar op een pijnlijke wijze aan de orde’, schrijft ds. Biewenga, daarbij doelend op de concrete situatie van het ontslag van dr. R.R. Ganzevoort, die hij een ‘uiterst pijnlijk gebeuren noemt, dat feitelijk alleen verliezers kent.’ Maar er is meer: ook de achterliggende vraag welke ruimte homofiele mensen in de kerken krijgen speelt een rol.
Opgemerkt moet worden dat er in de media lang niet altijd zorgvuldig met deze kwestie is omgegaan. In ieder geval moet in deze concrete situatie ‘de persoonlijke kant (het ontslag van dr. Ganzevoort) en de boven-persoonlijke kant (de plaats van homofielen in onze kerken) helder van elkaar gescheiden worden’, aldus de eindredacteur van het Informatieboekje.

Rondpompen van gelovigen
‘De statistiek samenvattend zien we het vertrouwde beeld: een lichte groei, met name veroorzaakt door een toename van het aantal belijdende leden...’ Wat is de oorzaak van de stagnatie in ledental in veel kerken?
Twee onderzoekers uit de hoek van de godsdienstsociologie (Sengers en Kennedy) stellen dat de stagnatie te maken heeft met de grotere openheid van de kerken ten aanzien van ontwikkelingen in de samenleving.
‘De afvlakking van de groei bij de vrijgemaakten, de geringe aanwas bij de Nederlands Gereformeerden en de neergang bij de christelijk-gereformeerden wijten zij aan de toenemende openheid voor de moderne cultuur; discussies over de vrouw in het ambt, homoseksualiteit en de inrichting van de eredienst zijn daarvan de signalen’. Dat de Nederlands-Gereformeerden nog enigszins groeien ‘is niets anders dan het rondpompen van gelovigen’, aldus Sengers.
Maar is dat alles, zo vraagt ds. Biewenga zich af. We kunnen zeker ons voordeel doen met de uiterlijk waarneembare gegevens van de godsdienstsociologie, maar er is ook een binnenkant, waar niet slechts mensen hun bijdrage leveren, maar waar de Almachtige zelf het werk van Zijn liefde volbrengt, omdat Hij niet laat varen het werk dat Zijn hand begon.

Statistiek
Dan toch nog even naar de statistiek. Wat dat ‘rondpompen van gelovigen’ betreft: een kleine 800 leden kwamen over uit andere kerken (de nieuw aangesloten gemeente van Haarlem niet meegerekend), ruim 600 leden vertrokken naar een andere kerkelijke gemeenschap. Schrijnend is opnieuw het aantal leden dat de kerk de rug toe heeft gekeerd. In zekere zin past daar enige relativering bij. Ook in 1930 lukte het de Gereformeerde Kerken –die toen nog in zekere zin een bolwerk vormden - niet om de jonge leden in de grote steden vast te houden: ongeveer de helft van de jongeren onttrok zich. Dat de kerk nog kon groeien was te danken aan het hoge geboorteoverschot. Toch moet het ons groot verdriet doen als we lezen dat in onze kleine kerken 120 belijdende leden en 145 doopleden de band met de kerk hebben verbroken. Dat wil uiteraard nog niet zeggen dat ze de band met de levende Heer hebben verbroken, maar het is toch een verdrietig cijfer: 265 gedoopte mensen die met geen enkele christelijke gemeente meer een band lijken te hebben. De groei van het ledental in het afgelopen jaar (+ 542) is vrijwel geheel te danken aan de overkomst van de kerk van Haarlem (429 leden). De kerk van Zaanstreek-Centrum werd opgeheven, in Bilthoven worden sinds 22 mei 2005 geen kerkdiensten gehouden. In de binnenstad van Den Haag ontstond een nieuwe gemeente - de Havenkerk - een teken van hoop in de grote stad.

Tenslotte
Evenals in voorgaande jaren is ds. Biewenga er in geslaagd om meer te beschrijven dan alleen de buitenkant van het kerkelijk leven. Zijn analyses van het kerkelijk leven in een veranderende samenleving vormen een boeiend tijdsdocument. De kerk staat in Nederland onder forse druk. En toch eindigen we waar ds. Biewenga zijn Jaaroverzicht mee begint: ‘Laat uw enthousiasme niet bekoelen’. Onze waarneming begint niet bij de realiteit, maar bij ons geloof in Hem die ook onze realiteit in Zijn armen draagt’.

Drs. M.H.T. Biewenga (red.), m.m.v. W. Jellema; Informatieboekje 2006; Uitgave: Buijten & Schipperheijn Motief; 272 blz.; € 9,50.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief