Geheimzucht en ontheming in de Da Vinci Code 1
2006-06-09
Wie indertijd de hype weerstaan heeft om het bekende boek van Dan Brown te lezen, heeft nu een herkansing: om weer niet mee te doen, of toch een kijkje te nemen in de wereld van de schrijver, een wereld die hij een nogal hoog waarheidsgehalte toekent. Een gewaagde stellingname, want de bewijzen voor zijn verhaal zijn op zijn best indirect.- Jaargang 50
- nummer 12
De discussie die hierop zou kunnen volgen is elders waarschijnlijk beter gevoerd dan in het bestek van dit blad mogelijk is. Niet dat die discussie overigens zo veel effect heeft: de gemiddelde fan heeft geen boodschap aan een weerlegging van de hypotheses. Alle pogingen daartoe zal hij duiden als typisch voor de heersende klasse, een bewijs dat wat de film zegt, toch de ultieme waarheid is. Zijn toch al sterke geloof zal er alleen maar meer door gesterkt worden. Wij als gelovigen mochten willen dat de toehoorders zo makkelijk slikten wat de dominee (of de bijbel!) verkondigt.
Interessanter dan weer een recensie is de vraag: vanwaar het enthousiasme voor het boek, of voor de film? Vooral wat betreft de film is dat een goede vraag, want ondanks de fraaie vormgeving ontbreekt er wat het boek zo meeslepend maakte, de magie van het moment, de dreiging, de ontroerende ontknoping, maar vooral: de verrassing. Veel meer dan verwarrend en voorspelbaar is de film niet, en dat terwijl Brown bij het schrijven rekening lijkt te hebben gehouden met een mogelijke verfilming van het boek. Voor sommige rollen had hij de acteur al in gedachten! Op grond daarvan zou je een betere film hebben verwacht, maar helaas. Als dit puur een filmrecensie was, was ik nu klaar.
Op scherp
Maar dan de eerste vraag: vanwaar het enthousiasme voor het boek? Wie regelmatig Discovery kijkt, zal al het een en ander weten over de onderliggende theorie: Maria Magdalena als de Graal, een metafoor voor de draagster van het goddelijke bloed, die naar Frankrijk ontsnapt, daar een kind baart dat de lijn voortzet en de Kerk die daar niet blij mee is en die dat gegeven tot de dag van vandaag probeert te verhullen. Dit verhaal duikt voor het eerst op in het Frankrijk van de 12e eeuw, maar is in 1982 op scherp gezet door de Britse schrijvers Leigh, Baigent en Lincoln in hun boek Het heilige bloed en de heilige graal. Sindsdien heeft het verhaal er nog bijna 20 jaar over gedaan om het publiek te bereiken en vervolgens te veroveren. De toevoeging van Dan Brown aan de theorie over de graal is de figuur van Sophie Neveu. Met haar wordt de theorie een herkenbaar verhaal. Sophie is een jonge Française die haar opa verliest en in de zoektocht naar diens moordenaar ontdekt wie haar opa eigenlijk was en wie ze zelf is. Haar persoonlijke verhaal, de transformatie van weeskind in geheime prinses, lijkt de katalysator te zijn voor het succes van het boek.
Geheime kennis
In deze vorm heeft het verhaal twee lijnen of ideeën die ons prikkelen: het verlangen om ergens bij te horen, zeg maar een verleden, een thuis te vinden, en het verlangen over een bepaalde zaak de ultieme, verborgen waarheid te weten, een waarheid die lange tijd is verzwegen door de gevestigde orde, lees: de Kerk.
Eindelijk een bepaalde wetenschap die ons leven nieuwe glans geeft! Het geniale is dat in de figuur van Sophie haar persoonlijke geschiedenis samenvalt met de grote geschiedenis, en dat ze bovendien de spil is in een groot geheim.
Onheilspellend
Ik denk dat ook wij ons bij beide ideeën, het ergens bij horen en een vernieuwing van de denkkaders, wel iets kunnen voorstellen. Onze tijd is een tijd van ver doorgeslagen individualisme aan de ene kant en een sterk wantrouwen naar de gevestigde orde, politiek of godsdienstig, wat het niet makkelijk maakt om je met een groep te associëren. Het wordt wat ongemakkelijk als de kritiek zich uitsluitend op de Kerk richt, zoals in deze film gebeurt. Als instituut en als bouwwerk wordt de Kerk neergezet als een onheilspellende entiteit, die haar legitimatie fundeert op macht en geweld in plaats van liefde, met een fixatie op zinloos leed en zinloos geweld, culminerend in de afbeelding van Christus aan het kruis. ‘De aanblik van de dood is een krachtig wapen’, zegt de monnik Silas, de beul van de Kerk op een bepaald moment – een wapen om de arme mensen eronder te houden. Zo abject wordt de Kerk in deze figuur neergezet dat je bijna voldoening voelt als Sophie deze Silas (overigens verschrikkelijk onbarmhartig) toesist ‘jouw god vergeeft geen moordenaars’.
Grote en kleine lijn
Je kunt verontwaardigd of verdrietig worden over zulke aantijgingen, maar als we bedenken dat elke ketterij wijst op een tekort van de kerk, is ook een andere reactie mogelijk. Wij hoeven onszelf als gelovigen niet te identificeren met het individualisme van deze tijd maar ook niet met het collectivisme van nog niet eens zo lang geleden. Om dicht bij huis te blijven: denk bij dit laatste maar aan een al te massieve heilshistorische of verbondsprediking, waarbij de rol van het individu verdampt ten faveure van de grote lijnen. Met alle oog voor die grote lijn, de bijbel spreekt met te veel liefde over de verborgen (vertrouwelijke) omgang, direct (Psalm 25:14) of indirect (Openbaring 2:17).
Daarbij heeft de bijbel altijd te veel oog voor de eenling (Rachab, of Ebed-Melech bijvoorbeeld in het boek Jeremia) om die grote lijn te verabsoluteren. Een keuze tussen de twee uitersten lijkt niet nodig; er is plaats voor beide.
De reden dat een geheim zo aantrekkelijk is, is dat het een band schept. Voor Sophie is de kennis dat ze eigenlijk een prinses is, natuurlijk van enorme betekenis: ze vindt haar thuis en haar familie. Maar ook de omstanders delen in dat geheim. ‘They are in the know’, ze horen erbij, wánt ze weten ervan en worden bijwoners van Sophie. Want dat is wat een geheim doet: een gevoel van thuis geven. Oorspronkelijk betekent het woord geheim ‘dat wat tot het eigen huis, de privé-sfeer behoort’. De zucht naar het geheim kan dan gezien worden als een uitdrukking van ontheming en het verlies van een thuis, wat je kunt verwachten bij een ontwortelde samenleving waarin de mens zowel zichzelf en de zijnen als zijn geschiedenis kwijt is. De nieuwe, ideale gemeenschap groepeert zich rondom dit geheim in stille aanbidding.
Geheim geloof
Een van de verleidingen van het vroege christendom was om zich te beschouwen als een mysteriegodsdienst, waartoe je alleen mocht toetreden als je had beloofd het geheim van de gemeenschap te bewaren.
Geheime kennis was wat de gemeenschap bij elkaar hield. Er werd gezocht naar een bevestiging hiervan in de passages waarin Paulus het heeft over het mysterie van (onder andere) de incarnatie. Natuurlijk is het nooit de bedoeling geweest het geheim van het evangelie als een lamp onder een korenmaat te zetten, maar daarmee is het element ‘geheim’ niet weggepoetst uit ons geloofsleven. Misschien kent u die ervaring wel in een gesprek met een ongelovige, dat je bij jezelf denkt ‘hoe leg ik dat nou uit, dat ik God wel als de Levende ervaar? Wat ik hierover ook zeg, het zal niet begrepen worden.’ Maar ook, dat bepaalde dingen die God tegen ons zegt, echt alleen voor onszelf zijn. De kennis dat anderen in de gemeenschap van de Kerk precies dezelfde unieke ervaring hebben, schept een sterke band; met God, maar ook met elkaar. En wie weet, als je het ziet als een geheim tussen God en jou, misschien zijn de mensen dan wel geïnteresseerd.
1 Van Dale kent het woord ‘ontheming’ niet. In plaats daarvan gaan ze voor ‘ontheemding’. Naar mijn mening is dat een foutieve afleiding, naar analogie van het woord ‘vervreemding’, waarin de D wel thuis hoort. Het woord ‘ontheming’ verduidelijkt de etymologische verwachtschap met het woord ‘geheim’.