Lootjes

2003-12-19
  • Jaargang 47
  • nummer 25
Ik loop de hele eerste week van december met een tevreden grijs op mijn gezicht rond.
Als je goed kijkt zie je een gemene grijns.
Ik heb namelijk pret.
Privé-pret.
IK heb namelijk de hele klas in de tang…

Drie dagen terug had ik een ernstig gesprek met mijn klas. Over spijbelen, naar school gaan en dat soort zaken.
Men vond leren leuk en het was normaal om naar de les te gaan. Nu dreigt het te veranderen… Leren is niet meer leuk en naar school gaan niet meer normaal.
Kortom een ernstig gesprek. Na zo’n gesprek is het wijs iets leuks te gaan doen.
En wat stel ik voor…: ‘Sinterklaas te vieren’.
(Ik haat het gekke feest met een klas…, maar ja, ik doe enthousiast.
Het is goed voor het groepsproces…) Ik stel voor lootjes te trekken en het lelijkste wat je thuis hebt (mits onbeschadigd en niet vies) weg te geven aan de ander. Met uitleg hoe je er aan komt en waarom het voor de ander is.
Het voorstel is oud, maar wordt in dank aanvaard. We doen het.
Dan zeg ik: ‘Zullen we de namen dit jaar ECHT ECHT ECHT geheim houden voor elkaar?’ ‘Ja, is goed. Leuk.’ Dan gaan we uiteen.

Een tweetal uren later heb ik de klas weer, maar dan voor ander vak.
Ik heb de lootjes klaargemaakt in mijn kantoor en vraag, met ernstig gezicht voor het uitdelen of ieder zich aan de deal wil houden: ‘ECHT geheim houden wie je hebt getrokken…’ ‘Ja,’ roept de klas en na overleg besluiten we: degene die verraadt wie hij heeft moet degene die hij heeft z’n naam in chocoladeletters uitbetalen.
Deal.
Ieder stemt in.
Monden gaan op slot.
Dan deel ik de lootjes uit.
Met quasi-nonchalante tred loop ik met de bak vol opgevouwen papiertjes langs de leerlingen.
Ieder pakt zijn lootje… En bekijkt het.
En op elk lootje staat… mijn naam.

Ik heb zo’n lol.
De klas vertrekt..
Ik zie dat minstens vier leerlingen het al aan hun buurvrouw meldden en dat zij het ‘ook’ hadden.
Schuwe blikken naar mij.
Ik zeg niets. Mijn neus bloedt nadrukkelijk.
Ik kijk vriendelijk en zeg nadrukkelijk vrolijk: ‘Ik heb er echt zin in.’

De klas vertrekt.
Ik heb schik. Collega’s grinniken en voelen de sfeer goed aan.
Die dagen zoek ik de klas steeds op.
Kom toevallig de klas in en zeg: ‘Oww. Heb er zo’n zin in dit jaar…
Of: ‘Ik heb een hele leuke getrokken, jij ook?’

Ik weet het.
Het is flauw.
Maar o zo leuk.
(Erg hè... een docent die om zijn eigen grapjes lacht.)

Er gaan allerlei geruchten door de docentenkamer die week.
De klas broedt op iets om me terug te pakken.
Ik hoor het van een collega, maar die zegt verder niets.
Ik ben er blij mee.
Trots op mijn klas.

Deze klas is mijn klas en ik waardeer het als ze wat terug doen.
Ik speel braaf alsof ik niets weet.

En mijn grijns blijft de hele week.

Dan is het 5 december.
De klas doet leuk.
Ik glimlach aan een stuk door.
Ze hebben twee tafels gemaakt.
Eentje met al mijn cadeautjes Zelfs mijn eigen ding dat ik voor mezelf heb ingepakt (ook ik had een lootje van mezelf) En een tafel met cadeautjes voor hen zelf.

Ik mag er enkel naar kijken, niet aan komen.
Ik mag wel negentien cadeautjes uitpakken.
De een nog gekker, grappiger en dommer dan de ander.
Maar met lieve verhaaltjes, gedichten en wensen.
Een roze heuptasje voor mijn mobiel spant de kroon.

En daarna hebben zij hun feestje.
Ik kijk toe hoe ze voor elkaar prachtige – maar goedkope - cadeaus uitdelen.
Ik hou van ze.
Mijn klas.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief