'Veel heil en zegen'
2002-01-11
Hoeveel mensen hebben u in de afgelopen dagen weer begroet met het maatschappelijk gangbare, maar o zo vlakke 'beste wensen'? Woorden waar heel vaak de beleefdheid van afdruipt, maar meer ook niet. Willen wij eigenlijk wel meewerken aan de vervulling van die wensen? Zo af en toe hoor je iemand echter nog zeggen: 'Veel heil en zegen'. Een wens met twee voluit bijbelse woorden. Heil en zegen. Betekent dat niet zoiets als 'geluk'? Zullen we dat dan maar gewoon zeggen? 'Gelukkig nieuwjaar'...- Jaargang 46
- nummer 1
Tja, natuurlijk mag dat. Maar het is goed om die bijbelwoorden eens apart te wegen. Heil en zegen: dat zijn dure woorden. Woorden waar het bloed van afdruipt. En het is slordig als je zegt: het komt op hetzelfde neer.
Want dat is niet zo. Ze hebben allebei een eigen betekenis. En toch... horen ze samen.
Op de bodem van het bestaan
Het psalmboek zegt: ‘De verlossing is van de Here, uw zegen zij over uw volk’ (Ps. 3: 9). Verlossing mag je weergeven met 'redding' en met 'heil'.
Met die ene nieuwjaarswens komen we zo dicht in de buurt van zulke psalmwoorden.
‘Het heil is van de Here, uw zegen zij over uw volk’. 'Heil' en 'zegen' en nog wel in dezelfde volgorde! En in psalm 28 komt daar nog bij dat innige woord 'erfdeel'. 'Veel heil en zegen voor Gods eigen volk' is het gebed waarmee die psalm afsluit. Een gebed in grote nood. Op de bodem van het bestaan. Juist daar krijgen die woorden betekenis.
Wijzen we elkaar op zegen
'Zegen' heeft te maken met de oogst, met eten en drinken, een plaats om te slapen, kinderen die geboren worden.
(Ps. 67: 7). Al die dingen waarop je hoopt in een nieuw jaar. Let wel: dingen die de Hére ter beschikking stelt.
Waarbij we bedenken dat die zegen niet enkel in materiële dingen opgaat.
Want: ‘Op Sions berg gebiedt de Here de zegen: leven tot in eeuwigheid!’ (Ps. 133). Misschien wordt je maar 25 jaar oud, misschien wel 100. Maar ook 100 jaar is te kort om de zegen van de HERE te verwerken. Daarvoor is nodig een 'leven tot in eeuwigheid'. Dan is de wereld te klein. Gaan de sluizen van de hemel open.
en op heil
Maar, als 'zegen' zoiets geweldigs is, wat zou 'heil' daar nog aan toe kunnen voegen? Wel, dat is de bedoeling ook niet. Dat 'heil' komt niet achter de 'zegen' aan. Je moet het zo zien: de zegen van de Here, die kún je eigenlijk niet meer krijgen. Die is geblokkeerd door de zonde. En nu slaat het woord 'heil' op dát werk van God, waardoor die zegen vrijkomt voor ons.
En wij voor de zegen. Daarom vind ik die volgorde zo mooi. Eerst 'heil', dan 'zegen'. 'Heil' is immers verlossing. Bv. het bevrijdende gebeuren waardoor Israël uit het slavenhuis uit Egypte werd geleid. (Vgl. Exodus 15: 2).
Heil en beweging
In Egypte was Israël ver verwijderd van de zegen. Het leven zat verstopt.
Maar God bracht Israël naar Kanaän, naar Sion. Dáár gebood de Here de zegen. Leven tot in eeuwigheid. Zo is er 'heil' nodig om bij de 'zegen' te komen. 'Heil' heeft dan ook met 'geschiedenis' te maken. Met beweging, inspanning, de vaart van de werkweek.
Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook’. Er moet 'beweging' zijn wil er 'heil' zijn.
Zegen en rust
'Zegen' daarentegen is een woord dat 'rust' ademt. ‘In zes dagen schiep God hemel en aarde en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de Here de sabbatdag’.
'Rust'. En dáárom... zegen. Je zou kunnen zeggen: 'zegen' is rust. Maar 'heil' brengt in die rust.
Heil en de gezalfde
Nu het verband van Ps. 28. In vs. 8 gaat het om het volk: ‘De HERE is hun krácht’.
Maar dan: ‘Een burcht van heil is Hij voor zijn gezalfde’. Dat zie je telkens in de psalmen. Heil, daar is 'de gezalfde' verantwoordelijk voor. De messiaanse koning. David bracht de ark naar Jeruzalem. Salomo bouwde de tempel. Dat is 'heilswerk'. Mensen verlossen van hun vijanden. Ze brengen naar de plaats van de verzoening.
En dáár stroomt dan de zegen in brede golven over het leven uit.' Heil' brengt naar God. 'Zegen' komt van God.
brengt ons verder
'Heil' daar zit hetzelfde woord in dat ook de naam Jezus vult. 'Heiland' betekent dat, Redder. God redt door Hem.
Jezus is de man van het heil. Hij is heel die afmattende weg gegaan om ons bij de Vader te brengen. Uit ons zelf zouden we nooit bij de Vader komen.
Want uit Egypte bevrijd lopen we mopperend door de woestijn, en ons hart is ons niet vooruit in Kanaän en Sion.
Het verlangt terug naar de vleespotten van Egypte.
Ik wens u heil toe
Wat betekent het daarom als we elkaar deze dagen 'heil' mogen toewensen?
Het betekent dat we graag zien dat de Here Jezus ons trage, onwillige mensen bij de hand zal nemen om ons bij zijn Vader te brengen. En dat Hij daarvoor alles gebruiken zal wat ons overkomen gaat. In 2002. 'Ga niet aan de kant zitten', zegt Hij. 'Niet bij de pakken neerzitten'. 'Heil' is immers een woord waarin beweging zit.
De beweging van de Exodus.
Egypte, dat is: terug naar af! Wie naar Egypte wil, laat zich niet meenemen in de grote beweging van het volk van God. Die is terug in de slavernij van eigen ik. Van de wanhoop. En de leugen.
Dan levert 2002 je een leven zonder God. Zonder zin. Zonder vreugde.
Dan het je niets al heb je alles.
Ik wens u zegen toe
En 'zegen' in 2002 wat zeg ik daarmee als ik u dat toewens? Dit: dat er op uw trektocht achter de Here Jezus aan telkens weer plekken van rust zullen zijn, net zoals bij Elim in de woestijn. Waar je je ontspannen kunt. Waar je zingt: ‘Hier wordt de rust geschonken’.
Totdat Jezus komt...
Zomaar, midden in de week, temidden van alle beslommeringen, kan opeens iets van de 'sabbat' doorbreken. Zomaar een moment dat je je baadt in de zegen van Boven. Want Jezus is niet alleen een Heiland die je in de rust brengt. Hij is ook Zélf de rust. Hij is Zelf brénger van zegen. De Herder.
Hij ‘weidt en draagt ons tot in eeuwigheid’.
'Veel heil en zegen': het is geen bijbeltekst.
Maar wel een wens op bijbelse bodem. Best mogelijk dat u het volgende keer toch weer als een cliché gedachteloos tegen elkaar zegt. Maar grote woorden hebben er recht op dat we af en toe naar hun herkomst vragen. 'Veel heil en zegen in dit nieuwe jaar'.
Dat is: moge Christus u brengen bij de rust die Hij ìs en gééft.