Levende dromen die nog niet verwezenlijkt zijn
2002-01-11
In september nam Wim Rietkerk (60) afscheid als dominee van de Jeruzalemkerk, de Nederlands Gereformeerde Kerk in Utrecht. Hij koos samen met zijn vrouw Greta Rietkerk-Reimer (64) voor een fulltime, internationale functie bij l’Abri.- Jaargang 46
- nummer 1
Een gesprek over dromen, drijfveren en dakgoten. Of de enorme vreugde die zwaar ploegen kan opleveren.
Bijna streng schreef Wim Rietkerk enkele weken voor zijn afscheid van de Jeruzalemkerk in het kerkblad dat hij het woord emeritaat niet meer gecombineerd wilde zien of horen met zijn afscheid van zijn Utrechtse gemeente. Hij vond dat naar. Beter was het te spreken over hem als vrijgesteld predikant met een bijzondere taakstelling.
‘Emeritaat klinkt alsof we met pensioen gaan. Dat is niet waar.’ Hij noemt de landen waar hij en Greta vanaf begin januari enkele maanden (Zwitserland) tot enkele weken en dagen (de Verenigde Staten, Korea) hopen te verblijven. Tot die tijd zitten ze beurtelings in de l’Abri-huizen in Eck en Wiel en Utrecht ook niet stil.
Greta: ‘Vandaag heeft hij in Eck en Wiel onder andere de dakgoot schoongemaakt.’ Hij: Èn het dak gerepareerd!
Met een vlam en met teer. Het had in de fik kunnen vliegen.’ Hij kijkt of hij verwonderd is dat dat niet gebeurde.
Het echtpaar Rietkerk-Reimer is vanaf het begin betrokken geweest bij het werk van l’Abri-Nederland, dat in september precies dertig jaar geleden in Eck en Wiel begon.
In het begin werkten beiden fulltime voor l’Abri, later combineerde Wim het met het predikantschap van de Jeruzalemkerk. Na een periode van deeltijdwerken was hij de laatste zeven jaar weer fulltime aan de Utrechtse gemeente verbonden. ‘Met heel veel vreugde. Een gemeente dienen is zwaar, intensief èn heel mooi werk.’ Zij: ‘En dan wordt er een beroep op je gedaan en moet je een keuze maken.’ Hij: ‘Want je beseft ook dat je ietsje minder aankan dan tien jaar geleden.’ Zij: ‘En dat de jaren dat je met veel levenskracht misschien mag werken, niet meer eindeloos zijn.’ Hij: ‘Maar het was geen kwestie van uitgekeken zijn.’
Levensstijl
Terwijl Wim en Greta Rietkerk in het Utrechtse l’Abri-huis vertellen over hun nieuwe werk, elkaar aanvullend en onderbrekend, wordt er regelmatig ‘ingebroken’ door l’Abri-gangers die op de filmavond zijn afgekomen.
Twee Engelse meisjes willen na afloop weten waar ze hun hotel ook al weer kunnen vinden; een kwartier later willen ze graag weten hoe ze daar kunnen komen. Na wat suggesties komen ze terug: of Wim een telefoonnummer heeft en weer wat later waar het telefoonboek dan ligt. Na een half uur belt Greta een taxi voor het tweetal.
Greta: ‘Helemaal normaal is ons leven niet. Door het l’Abri-werk gaan er in de loop der jaren stromen mensen door je huiskamer. Ze komen erin, je gaat samen aan de slag voor korte of langere tijd, en dan gaan ze er weer uit.
Dat vind ik boeiend en heel moeilijk.
Ik geloof niet dat dit een natuurlijke levensstijl is. Dit is een soort EHBO.’ Het bestuur van l’Abri deed in april 2001 een appèl op Wim en Greta om weer fulltime in dienst te komen. Als een van de oudste en meest ervaren medewerkers werd hun gevraagd de eenheid binnen de zeven l’Abri-vestigingen over de hele wereld te komen versterken, de teams te ondersteunen, te bemoedigen en zwakke plekken te versterken.
Waarop Wim en Greta, na een periode van beraad en bezinning, besloot over te stappen naar l’Abri.
Een belangrijk motief daarbij is voor Wim geweest dat er in l’Abri-Zwitserland iemand ontbreekt die de diensten kan leiden. In de woon-werkgemeenschap in het bergdorpje Huémoz waar dr. Francis en Edith Schaeffer het werk in 1955 begonnen, worden wel zogenaamde kapeldiensten gehouden. Ze worden echter niet gedragen door een gemeente. Wim: ‘Als predikant in Utrecht heb ik jarenlang de boodschap verkondigd aan een binnenkerkelijk gehoor. Het lijkt me een uitdaging om diezelfde boodschap te vertalen en door te geven aan een heel gemengd publiek.
Binnenkerkelijk en buitenkerkelijk, van over de hele wereld gekomen.
En om aan gemeenteopbouw te doen.
Ik hoop dat de diensten echt gedragen gaan geworden door de bewoners.’ Ten diepste vindt Wim dat zijn werk als predikant in een gemeente en als medewerker van l’Abri wezenlijk niet veel van elkaar verschilt. Reden waarom het zich volgens hem ook jarenlang met elkaar parttime liet combineren.
‘Voor al het werk dat ik heb gedaan en nog steeds doe, geldt dat ik gedreven wordt door een missionair verlangen. Mensen naar God leiden.
Daaraan probeer ik te werken door vragen aan de orde te stellen die vandaag leven. En antwoorden te vinden waarmee de hedendaagse mens verder kan. In mijn preken, in mijn boeken, in gesprekken, in lezingen. Ik ben niet bang voor die vragen en ik ben er diep van overtuigd dat het geloof in God die vragen hebben kan. Veel binnenkerkelijke mensen leven met dezelfde vragen als buitenkerkelijke. Zowel in mijn werk als predikant en als l’Abrimedewerker probeer ik mij uit te strekken naar de wereld buiten de eigen gemeenschap. Een groot praktisch verschil is dat ik in l’Abri meer gelegenheid en rust heb om met mensen door te praten, terwijl ik de continuïteit op langere termijn weer mis.’
Gebed
Doel van l’Abri is een schuilplaats (in het Frans l’abri) zijn voor de moderne mens. In de praktijk zijn het vooral jongeren met een intellectuele belangstelling (studenten en dertigers) die l’Abri opzoeken. Om tot antwoorden te komen biedt l’Abri een grote verzameling cassettes (van o.a. Francis Schaeffer, prof. Bob Goudzwaard, prof. dr. H.R. Rookmaaker), en boeken, waarmee onder leiding van één van de medewerkers een studieprogramma wordt samengesteld. Iedereen studeert er een halve dag en werkt er een halve dag (schilderen, onkruid wieden, afwassen, soppen). De pijlers van het werk zijn de drie g’s: gastvrijheid, gesprek en gebed. Vooral het belang van het gebed heeft Wim zelf door het l’Abri-werk ontdekt. Dat werkte door in zijn werk als predikant.
‘Door er in preken op te wijzen, in de dienst zorgvuldig en duidelijk aandacht aan te besteden, en door er veel ruimte voor te creëren op bijvoorbeeld wijkvergaderingen (bijeenkomsten in Utrecht waar ouderlingen onder andere verslag doen van huisbezoeken.
MdR). Niet ook nog even aan het eind bidden, nee, midden op de avond. Bidden als onderdeel van het werk. Het gebed, daar komen we voor.’
Appeltjes
Terugkijkend op dertig jaar l’Abri-werk vinden Wim en Greta Rietkerk dat er veel veranderd is. ‘De praktische levenswijze toen we begonnen, was voor die tijd apart. Voor christenen helemaal.
We probeerden appeltjes te laten groeien zonder chemische middelen, wasten met apart wasmiddel, waren heel maatschappij-betrokken.
Zij: ‘Wij waren tamelijk bohémien.’ Hij: ‘ Anno 2001 valt die levenswijze, die we natuurlijk nog steeds heel belangrijk vinden, minder in het oog; de ontwikkeling heeft ons gevolgd. Die enorme chemische vervuiling is teruggedrongen door wettelijke bepalingen, wassen met biologisch afbreekbare stoffen is vrij normaal, evenals onbespoten appeltjes. Het staat nu allemaal in de supermarkt. Begin jaren ’70 was het milieu een afschrijfpunt op nummer 11. Nu staat het bovenaan.’ Een ander veranderend punt is de geëngageerdheid op het gebied van kunst. In de eerste jaren van l’Abri was er op dit terrein onder leiding van professor Rookmaaker ‘echt wat gaande’, aldus Wim. Kunstenaars van naam vonden hun weg naar Eck en Wiel, er was beweging.
Nu is het meer iets wat wij samen doen met name via muziek en film. ‘We missen iemand als Rookmaaker die veel van kunst weet èn contacten heeft èn er veel tijd in kan en wil stoppen.
Maar feit is ook dat de behoeften van jongeren in dertig jaar zijn veranderd. Ook de andere grote onderwerpen uit de beginjaren van l’Abri-Nederland, zoals milieu, Marx, Marxistische denkers als Marcuse en Habermas, derde-wereldproblematiek, de linkse bevrijdingstheologie en de macroeconomie, komen veel minder aan bod.
Er komt nog maar zelden iemand binnenzeilen die het hierover wil hebben.’ Hij is even stil en kijkt Greta aan: ‘Eigenlijk kan ik me het laatste gesprek hierover niet heugen. De gesprekken zijn tegenwoordig veel meer op de persoon gericht en minder op de dogma’s.’ De dogma’s zijn niet minder belangrijk geworden in het werk, benadrukt het echtpaar bijna gelijktijdig.
Integendeel. Maar het is volgens hen een feit dat jongeren er minder mee aan de slag gaan. Greta: ‘En we volgen onze bezoekers niet kritiekloos, maar we gaan wel met ze aan de slag waar ze zitten, en niet waar wij vinden dat ze moeten zitten.’
Gewond
Tegenwoordig willen de l’Abri-gangers praten over persoonlijkheidsproblemen.
Dat is te zien aan de titels van de boekjes en lezingen van de laatste jaren: intimiteit, wantrouwen, hoe geef ik grenzen aan in relaties, hoe ga ik om met gevoelens van depressie, zinloos heid. Wim: ‘Toen we begonnen, kènden we het woord incest niet eens, en van die eetziekte, hoe heet die ook al weer, hadden we nog nooit gehoord.
Terwijl we een gast hadden die daaraan bleek te lijden. Dat kwam allemaal later pas.’ De oorzaak ligt in de omslag van het moderne naar het postmoderne, volgens Wim, de laatste jaren tot vervelens toe uitgebeend. ‘Het grote relativeren heerst, het is moeilijk om discussies gaande te houden over wat is waarheid.’ Zij: ‘Mensen zijn veel kapotter dan vroeger. Er is op veel grotere schaal gescheiden de laatste decennia. Veel twintigers en dertigers zijn gewond geraakt. Gedesoriënteerd. Er is een veel vrijere levensstijl. En hoe vrijer je leeft, hoe meer en dieper je gewond kunt raken.’ Hij: ‘Een ontwikkeling waarvoor je niet alleen bij l’Abri hoeft te zijn. Die zie je overal, in de maatschappij en in de gemeente.’
Directheid
Ongewijzigd in alle l’Abri-jaren is de nadruk die ligt op het feit dat het hele leven bij de Heer hoort. Christus is Koning, en dat heeft betekenis voor alle terreinen van onze cultuur en op alle facetten van het leven. Velen voelden zich daardoor aangesproken in de beginjaren van l’Abri. Toch was dat niet wat Wim in eerste instantie aantrok in het werk van de Schaeffers.
‘Het stààn in wat je gelooft, de nadruk op alle terreinen van het leven, dat was mij wel bekend. Wat mìj enorm aansprak in het werk van de Schaeffers was de directheid waarmee zij het leven door de Geest centraal stelden in hun eigen leven. Zaten we met elkaar in de auto en raakten we over een belangrijk onderwerp in gesprek, dan kon dr. Francis Schaeffer zeggen: kom, laten we bidden, en zette de auto stil. Die directheid van het spreken met God, de realiteit van de leiding van de Geest en van God in het dagelijks leven, dat was voor mij nieuw en dat trok me geweldig.’ Greta: ‘We hebben vervolgens heel direct voor de realiteit van Gods leiding in ons leven gekozen door vanaf het begin van l’Abri-Nederland nooit te solliciteren om fondsen. Dat is een bewuste keuze geweest. We willen God de gelegenheid geven om te laten zien dat Hij er echt is. En we hebben nooit een boterham te weinig gehad.’ Waren er dromen dertig jaar geleden die niet verwezenlijkt zijn?
Hij: Natuurlijk. Van de stromen die zouden komen. Stromen ongelovigen, aangesproken door de eerlijke antwoorden op eerlijke vragen.
En leven die dertig jaar oude, nog niet vervulde dromen nog steeds?
Hij, verwonderd: ‘Natuurlijk.’ Zij: ‘Daarvan zal hij altijd blijven dromen.
En daarom zullen we er ook altijd aan blijven werken, ook al is het ploegen zwaar, niet iets dat je echt voor je lol doet…’ Hij: ‘Want als er dan toch weer iemand tot de Heer is gekomen en je iemand mag dopen. Dan geeft dat een enorme vreugde.’