Het conflict niet toedekken

2002-01-11
  • Jaargang 46
  • nummer 1
In de kerk kunnen we moeilijk omgaan met conflicten. We denken dat conflicten in de kerk niet voor behoren te komen. (Overigens is dat niet alleen in de kerk zo. Ook in gezinnen en op het werk worden conflicten liever vermeden dan aangegaan). Maar kijken we dan wel goed naar de functie van het conflict? Zou het ons kunnen helpen als we daar op een andere manier naar kijken?
Een conflict kunnen we ook zien als een vorm van contact. Meneer Van Dijk zou het conflict niet aangaan, als hij het de moeite niet waard vond.
Hij laat dus juist door in beroep te gaan zien dat hij de kerk belangrijk vindt. Dat idee mis ik bij de ouderling.
Hij vermijdt het conflict, dekt het toe.

Meneer Van Dijk is duidelijk in zijn stellingname en de ouderling kruipt in zijn schulp. ‘Ik zal het meenemen’.
Dat is een geluid dat we kennen uit het ambtenarenjargon: ‘Uw zaak heeft onze aandacht.’ Ondanks zijn scepsis wekt deze opmerking toch ook verwachtingen bij Van Dijk. Maar dat niet alleen: door de opmerking van de ouderling rust er nu ook een verplichting bij de kerkenraad. Er zal zelfs in het vervolg rekening gehouden worden met de bezwaren van Van Dijk.

Bezwaren in de praktijk
Hoe gaat dit in de praktijk?
Waarschijnlijk zijn de leden van de kerkenraad de belofte aan Van Dijk bij de volgende kerstviering allang weer vergeten. Een deel van de raad is ondertussen al weer gewisseld. Bij anderen is nog een vaag gevoel blijven hangen dat ‘we een beetje rekening moeten houden met de gevoelens van Van Dijk’. Hoogstwaarschijnlijk zijn zijn bezwaren trouwens al helemaal niet doorgespeeld aan de mensen die de kerstviering dit jaar zullen voorbereiden. Zo gaat dat nu eenmaal vaak in de praktijk.

Tussen twee vuren
Is er sprake van kwaadwillendheid bij de kerkenraad, zoals Van Dijk suggereert met zijn ‘woordbreuk’? Dat lijkt me niet. De kerkenraad zit wel met de bezwaren van Van Dijk in de maag.
Men vindt ze lastig. Bovendien durft men de bezwaren ook niet echt door te spelen aan de voorbereidingsgroep die immers zo enthousiast aan het werk is geweest. Men zit dus tussen twee vuren. Maar waarom zegt men dát dan niet tegen Van Dijk?
Bijvoorbeeld: ‘We hebben uw bezwaren gehoord, we hebben er naar geluisterd, maar we vinden toch dat de voorbereidingsgroep de ruimte moet hebben om de kerstdienst op een bepaalde manier in te richten.’ Meneer Van Dijk wordt dan vast en zeker boos.
Daar hebben we moeite mee, maar het is niet anders. Ondertussen weet Van Dijk wél wat hij kan verwachten in de volgende kerstdienst. Hij kan zelfs de afweging maken of hij - om zichzelf de ergernis te besparen - met kerst niet naar de kerk gaat. Of misschien naar een andere kerkelijke gemeente ‘waar ze al die poespas rond de kerst niet hebben’.

Wees duidelijk!
Als een kerkenraad onduidelijk communiceert kan men voor enige tijd het idee hebben dat het gevaar bezworen is. Helaas: op een gegeven moment krijgt diezelfde kerkenraad tóch de rekening gepresenteerd. Ga op een duidelijke manier het conflict aan! Dus: geen vermijdende communicatie!
Leg als ambtsdrager uit wat je –vanuit je ambt- belangrijk vindt voor de opbouw van de gemeente en benoem daarnaast de gevoelens van het gemeentelid. Bijvoorbeeld: ‘U hebt zich geërgerd aan deze dienst. Ik heb genoten van de manier waarop de kinderen bij deze dienst betrokken waren. Dat vind ik heel belangrijk’.
Reken er niet op, dat meneer Van Dijk dat opeens net zo belangrijk vindt, maar hij weet wél meteen waar hij aan toe is. Uiteraard heeft meneer Van Dijk ook vanuit de kerkenraad recht op een antwoord. Wat vindt de kerkenraad van het bezwaar van Van Dijk?
Maar niet alleen hij heeft recht op een antwoord. Ook de voorbereidingsgroep mag weten dat er bezwaar was tegen de manier waarop de kerstdienst gestalte heeft gekregen. Ze mogen ook weten wat de kerkenraad van dat bezwaar vond. Ze moeten ook op Van Dijk én op het standpunt van de kerkenraad kunnen reageren. Desnoods reageren ze met: ‘Als het zo moet, dan moet een ander het maar gaan doen.’ Ze kunnen zich ook gesteund voelen door de kerkenraad of ondanks een kritische noot toch gewoon doorgaan met hun werk binnen de gemeente.

Begrenzen
Tot zover de reactie van Leendert van Dam. Er kwam ook nog een mondelinge reactie binnen, die we hier kort vermelden.
Deze ‘Opbouw’-lezer had zich gestoord aan de krasse uitspraken van Van Dijk (afgoderij, woordbreuk).
Hij herkende dit type uitspraken ook vanuit de praktijk van de kerkelijke gemeente waar hij zelf lid van is.
‘Kennelijk kunnen sommige gemeenteleden alles tegen ambtsdragers en de dominee zeggen, terwijl deze mensen een pastorale houding proberen aan te nemen en zich geroepen voelen om alles maar te slikken. Het lijkt wel of sommige gemeenteleden in de kerk helemaal geen fatsoensnormen in acht hoeven te nemen. Omdat ze lid zijn hebben ze kennelijk het recht om uitspraken te doen die je je in de samenleving niet in je hoofd zou halen...’ Deze lezer bepleit het duidelijk begrenzen van gemeenteleden die uitspraken doen die anderen alleen maar beschadigen. ‘Ook in de kerk heb je je te houden aan elementaire regels van goed
fatsoen.’

Tenslotte
Aan het einde van deze reeks een kort redactioneel commentaar. Het boeiende van de 5 reacties op het conflict tussen de kerkenraad en Bram van Dijk is vooral dat ze zo veelkleurig zijn. De eerste 4 inzendingen werden opgenomen in de laatste drie nummers van de 45e jaargang van ‘Opbouw’.
1.
De eerste scribent (Henk van Veen uit Geldrop) wees vooral op organisatorische aspecten rond de communicatie tussen kerkenraad en gemeente.
Aan het ambt zitten pastorale en beleidsmatige aspecten, die in de praktijk vaak door elkaar lopen, met alle negatieve gevolgen van dien.
Daarnaast is er zelden sprake van een rechtstreeks contact tussen de bezwaarde en alle leden van de kerkenraad; het contact is indirect en loopt via de wijkouderling.
2.
De tweede schrijfster (Agaath Bruin uit Amsterdam) stelt dat het nodig is om veranderingen in de kerk goed uit te leggen. Spanningen doen pijn, omdat je juist van de gemeente zulke hoge verwachtingen hebt. Erkenning van de moeiten is de belangrijkste ontwikkeling naar herstel. Ga niet in een hoekje zitten afwachten, maar néém die stap. Zonder contact, zonder band met elkaar volgt geen herstel.
3 en 4.
De derde en de vierde inzender (anoniem en Ernst Keessen uit Haarlemmermeer-Oostzijde) bepleiten de liefde voor elkaar als ingang om conflicten te hanteren. Hoe gaan we met elkaar om? Zien we dit verhaal als het zoveelste gemeentelid dat weer wat heeft en gaan we weer vrolijk onder vermelding van het probleem verder?
De oplossing zit niet in organisatiewijzigingen, communicatietechnieken, in andere liturgieën. Beide ‘Opbouwlezers’ bepleiten het gebed als sleutel om tot een oplossing te komen. Als we bidden voor meer liefde voor elkaar is de Heer genadig en worden relaties hersteld. Door voor de ander te bidden ga je ook anders naar de ander kijken. Dan hebben we geen enkele behoefte meer om te twisten en ons gelijk te halen bij mensen.

U kunt nog steeds reageren...
Dan de 5e en voorlopig laatste inzender.
Hij wil laten zien dat het niet benoemen en uitstellen van het conflict tot problemen leidt. Dat gebeurt ook als we verschillen van mening ‘minimaliseren’: zo belangrijk is het nu toch ook weer niet? Deze inzending lijkt in zekere zin strijdig met de voorgaande, althans, zo wordt dat vaak ervaren. Is het wel zo liefdevol om het conflict aan te gaan?
Omgekeerd: als we de liefde centraal stellen: zijn we dan niet bezig om het conflict toe te dekken? Of kunnen deze 5 reacties elkaar ook goed aanvullen?
We laten deze vragen nu even rusten in ‘Opbouw’. Maar: u kunt nog steeds reageren. En ook wij komen weer op dit onderwerp terug…..

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief