Vier ervaringen in Afrika
2002-01-11
Dit najaar heb ik het zuiden van Afrika kunnen bezoeken. Ik bezocht de landen Zuid-Afrika, Namibië, Botswana, Zambia en Zimbabwe. Met name Namibië en Botswana hebben op mij een onuitwisbare indruk achtergelaten, alleen al vanwege de prachtige nationale parken die die landen rijk zijn. Tussen al het natuurschoon door had ik ook een viertal 'ervaringen', waaronder ontmoetingen met lokale christenen. Mijn ontmoetingen zijn van korte duur geweest.- Jaargang 46
- nummer 1
Als lezers van ‘Opbouw’ ook in dit deel van Afrika christenen hebben ontmoet zou ik graag over hun gesprekken willen horen.
Eerste ervaring: ANC en paars
Mijn reis begon in Kaapstad, een stad met tussen de 1,2 en de 1,4 miljoen inwoners. Het precieze aantal is onbekend vanwege de vele dak- en thuislozen, en de velen die ongeregistreerd wonen rond Kaapstad in de zogeheten townships. In Kaapstad bezocht ik op zondag een dienst van de Nederduits Gereformeerde Kerk, een overwegend blank en Afrikaans kerkgenootschap.
Nu is het bezoeken van een kerkdienst in het buitenland altijd goed, alleen al vanwege de band met de 'kerk van alle plaatsen en alle tijden'. Maar ook omdat een goed verstaander dan iets kan horen van de spelende problematiek in het betreffende land. In Zuid-Afrika is het bezoeken van een dienst ook gewoon leuk vanwege de herkenning: de taal en de liturgie zijn vrijwel dezelfde als in Nederland. De voorganger, ds. Coetzee, preekte uit 1 Timoteüs 2. In zijn preek stond Paulus' oproep tot gebed voor de overheid centraal.
Waarom deze tekst?
Ds. Coetzee had tijdens zijn gesprekken met de - blanke - gemeenteleden ervaren dat er een groot gevoel van onvrede bestaat over de huidige ANC-regering in Zuid-Afrika. Velen vinden dat deze regering er maar een rommeltje van maakt (corruptie!) en bovendien: deze regering verwoordt niet expliciet de erkenning van Christus' Koningschap over haar eigen regering. Maar gesteld nu dat deze observaties juist zijn, mag een christen dan zijn handen van een dergelijke regering aftrekken?
Ds. Coetzee wees op het feit dat de eerste christenen ook met zo’n situatie geconfronteerd werden.
Ook het Romeinse Rijk uit de eerste eeuw na Christus was door en door on-christelijk.
Paulus lijkt te willen zeggen dat ondanks dat, nee, juist dan, gebed voor de overheid, voor de regering nodig is.
Vraag: wanneer wij voor 'ANC-regering' 'paars kabinet' invullen, hebben we dan niet te maken met een vrijwel identieke situatie? Geldt de preek van ds. Coetzee ook voor ons, hier in Nederland?
Tweede ervaring: vervolging en vergeving
Wie Kaapstad bezoekt, moet ook Robbeneiland bezoeken. Robbeneiland is een eiland ter grootte van onze kleinste waddeneilanden en ligt een half uur varen van Kaapstad. Robbeneiland was een gevangeniseiland ten tijde van het apartheidsregime. De bekendste gevangene was ongetwijfeld Nelson Mandela. In 1993 zijn de laatste politieke gevangenen op het eiland vrijgelaten, in 1997 zijn de laatste criminele gevangenen van het eiland verwijderd.
Sinds 1997 staat Robbeneiland op de lijst van werelderfgoederen.
Wie het eiland bezoekt, wordt rondgeleid door voormalige politieke gevangenen.
De groep bezoekers waartoe ik behoorde werd rondgeleid door een oudere 'zwarte' man die van 1963 tot 1968 gevangen zat op Robbeneiland.
Hij vertelde ons van het harde werk in de steengroeve, de kou en de hitte, het slechte eten en van de pesterijen door de bewakers. Na vijf jaar werd hij vrijgelaten en tegelijk opnieuw verbannen naar een plattelandsdorp in Zuid-Afrika. Daar kon hij geen kwaad doen en werd hij in de gaten gehouden door de plaatselijke bevolking.
Jaren later liep hij in het dorp en kwam hij een blanke tegen die hem zeer bekend voorkwam. Hij keek de blanke niet aan maar liep gewoon door. Na het passeren van de blanke keek hij achterom. De blanke keek ook om.
Beiden draaiden zich om en liepen op elkaar af: ze kenden elkaar van Robbeneiland.
De blanke was een voormalige bewaker van Robbeneiland!
Ze schudden elkaar de hand.
Hoe kun je een vertegenwoordiger van jouw vervolger, jouw onderdrukker, de hand schudden? De gids vertelde ons dat God hem de kracht heeft gegeven om zijn vroegere onderdrukkers te vergeven. Dat kwam niet ineens, maar heeft jarenlang moeten groeien.
Vraag: in hoeverre zijn wij, als ongeduldige Westerlingen met onze grote ego's, in staat om werkelijk te vergeven?
Hebben wij het geduld om God de ruimte te geven om dat in ons te bewerkstelligen?
Derde ervaring: (nog) niet geloven
Het noorden van Botswana herbergt de twee mooiste gebieden die ik tijdens mijn reis heb bezocht: het nationaal park Chobe en de Okavango-delta.
Chobe is gelegen bij het vierlandenpunt dat gevormd wordt door Botswana, Namibië, Zambia en Zimbabwe.
Het gebied is beroemd om z'n enorme aantallen olifanten: een populatie van zestigduizend (!) stuks. De Okavango-delta is meer een groot moeras dan een delta. Dit gebied is ontstaan doordat de rivier de Okavango tegen een hoogvlakte aan stroomt waardoor het voorliggende laagland ondergelopen is. Het gebied kent een grote verdamping waardoor de aanvoer via de Okavango gecompenseerd wordt: de aanvoer en afvoer van water zijn gemiddeld even groot. De enige manier om de Okavango-delta binnen te gaan is met een mokoro, zeg maar een uitgeholde boomstam dat door de inheemse bewoners gebruikt wordt als bootje.
Mijn reisgezelschap heeft ruim een dag, inclusief één nacht, op een eiland in de delta doorgebracht. Tijdens dat verblijf mochten we geen zeep, shampoo of deodorant gebruiken, want dat zou het wild afschrikken. Neemt u van mij aan dat je na een uur al ruikt als de delta zelf. Ook fruit en snoepgoed waren taboe. Een olifant ruikt een sinaasappel al op twintig kilometer afstand en blijft net zo lang zoeken tot hij die ene sinaasappel gevonden heeft. We moesten ook onze horloges achterlaten. Wij Europeanen moesten maar eens ervaren hoe het is je leven te laten bepalen door het ritme van de natuur.
De bestuurder van mijn mokoro heette Gee (spreek uit: Djie). Hij was rond de twintig en woonde in een dorpje aan de rand van de Okavango-delta.
Voordat we de delta invoeren moest hij nog wat kleine benodigdheden ophalen uit zijn dorp en vroeg mij of ik zin had om mee te gaan. Een buitenkans die ik mij niet liet ontzeggen!
Ik raakte met Gee in gesprek; hij vertelde mij bijvoorbeeld enkele zaken over hun gezinsleven. Zo gaan bij hen de kinderen al op hun tiende jaar de deur uit en krijgen een huisje in de 'achtertuin' van hun ouders. Op hun achttiende verlaten de jongens het grote dorp en gaan wonen in het mannendorp.
Ik vroeg Gee ook of hij geloofde, of hij christen was. "Nee," zei Gee, "ik rook en ik drink nog." Ik stond perplex van het antwoord. Natuurlijk kreeg ik de vraag ook terug. Helaas kon ik daar met Gee niet verder over praten, want in de delta werd ik ziek.
Hoge koorts gecombineerd met uitdrogingsverschijnselen doen de lust tot praten afnemen, maar het liet me niet los. Gee bleef gedurende ons hele verblijf in de Okavango-delta bij mij en noemde mij 'my brother' en 'my friend'. Toch een broeder?
Enkele dagen later voerde ik nog zo'n gesprek met een jongen en had ik de kans te vragen naar het waarom. Mij werd duidelijk dat Botswana kampt met het grote probleem van de voortijdige schoolverlating. Bijna alle kinderen maken wel de basisschool af, maar haken na twee jaar voortgezet onderwijs al af. De oorzaak is gelegen in het Botswaanse feestjes-circuit, waarin een hoop kinderen verzeild raken.
Door het roken en drinken aan banden te leggen, probeert de Botswaanse kerk het maatschappelijk afglijden van de kinderen te voorkomen.
Vraag: als de verkondiging van het Evangelie gekoppeld wordt aan de oplossing van een maatschappelijk probleem, loopt men dan het gevaar dat het zicht op Jezus Christus vertroebeld wordt?
Vierde ervaring: westerse decadentie
Mijn reis eindigde bij de Victoria watervallen op de grens van Zambia en Zimbabwe. Je hebt al veel foto's gezien van deze watervallen en dan sta je er voor: fantastisch! Met bulderend geluid valt het water tientallen meters naar beneden om vervolgens uiteen te spatten op de rotsen van de oevers van de Zambezi. De Zambezi vervolgt haar weg als een woest kolkende stroom tussen Zambia en Zimbabwe door. Dit tafereel vormde ook het decor van de ontmoeting tussen de vermiste zendeling-ontdekkingsreiziger Livingstone en Stanley in de tweede helft van de negentiende eeuw.
Rond de Victoria watervallen kunnen vele activiteiten ondernomen worden, van vliegen met een ultralight-vliegtuigje boven de watervallen tot een safari in de aangrenzende regenwouden.
Je kunt ook met een soort 'rondvaartboot' de Zambezi bevaren. Je betaalt dan 25 US dollars, vertrekt om vier uur 's middags en je kunt dan drie uur lang van het prachtige uitzicht genieten.
Drie uur lang genieten en … drie uur lang zoveel drinken als je zelf wilt en kunt. Het laat zich raden hoe zo'n gezelschap 's avonds om zeven uur terugkomt. Ik heb dat tafereel vol walging aanschouwd en mij als Europeaan diep, diep geschaamd.
Wat denkt de plaatselijke bevolking hier eigenlijk van? Later die avond heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben het gaan vragen aan een inheemse bewoner die werkte in het kamp waar wij verbleven. Eerst wou hij er niet veel over loslaten, even later liet hij zich ontvallen dat hij er met zijn verstand niet bij kan dat wij ons geld zo over de balk gooien en ons zo gedragen in een land waar wij te gast zijn.
Vraag: hoe lang blijft Afrika ons westerse decadente gedrag accepteren?
Wanneer krijgen wij de rekening daarvan gepresenteerd?