Waarom ik geloof in Jezus

2002-01-11
  • Jaargang 46
  • nummer 1
Eén van de gevolgen van wat er gebeurd is op en na 11 september, is dat de discussie tussen de religies onontwijkbaar op alle agenda’s is gezet.
Weliswaar liggen de polytheïstische oosterse godsdiensten nog goeddeels buiten ons gezichtsveld, maar de Islam is met een paar keiharde klappen definitief ons leven binnengekomen. De ook vóór 11 september al niet meer zo populaire vraag naar de enige ware kerk, is nu voorgoed vervangen door de veel fundamentelere vraag naar de enige ware godsdienst. Als ik m’n catechisanten probeer iets te vertellen over het verschil tussen allerlei kerken, dan ‘boeit ze dat niet zo’; maar vraag ik naar het verschil tussen Christendom en Islam, dan gaan ze rechtop zitten.
Dát spreekt ze aan, dat doet ter zake.
In CV. Koers van december kwam ik een persoonlijk getoonzet verhaal tegen van Aad Kamsteeg. Ik neem het hier in z’n geheel over: Waarom geloof ik eigenlijk dat Jezus Christus volstrekt uniek is? Mijn buurman of collega zou me die vraag zomaar kunnen stellen: ‘Waarom denk je dat uitgerekend jij de ware God kent?
Hoe kan jouw Jezus zeggen dat Hij de exclusieve Weg, de Waarheid en het Leven is?’ Eerlijk gezegd, twijfel ligt ook vlak voor mìjn deur. Dicht om me heen zie ik dat respectabele mensen op een heel andere manier kunnen geloven.
lslamitische ouders brengen hun kinderen naar de school pal tegenover mijn huis. Een van mijn kinderen logeert soms in een gezin van hindoes.
Tijdens spreekbeurten voor jongeren word ik geconfronteerd met New Age.
Orthodoxe joden geloven in het Oude Testament, maar Jezus is voor hen niet wat Hij voor mij is.
Waarom geloof ik in Jezus Christus? Ik adem twijfel in, want twijfel zit in de lucht. Overal flirt postmodernistisch denken met relativisme en pluralisme als waarheidsvragen aan de orde komen: 'Geloof gerust wat je zelf wilt. Ook jouw geloof is waar..., voor jou! Maar natuurlijk niet per definitie voor mij.
Want wat ìk geloof, is waar voor mìj.
Je weet toch wel dat waarheid afhankelijk is van zowel je eigen cultuur als je eigen behoefte? Als je in Saudi-Arabië was geboren, had je Allah aanbeden en was je Mohammed gevolgd, in plaats van Jezus.' Ja, waarom geloof ik in Jezus Christus?
Goede vraag. Natuurlijk ben ik niet de eerste die ermee word geconfronteerd.
De vroegste christengemeenten hadden er al mee te maken. Ze leefden temidden van het soms vijandige jodendom en de Romeinse burgerlijke religie.
Ze hadden weet van verschillende vormen van Griekse godsdienst, van gnosticisme en diverse mysteriegodsdiensten.
Aan religieus pluralisme geen gebrek. Maar of mij dat nu veel helpt, is de vraag.
Ik geloof in Jezus, die de Messias is.
Waarom? Voel ik mij aangesproken door de christelijke ethiek? Zeker, wie de Here Jezus volgt op Zijn weg door de vier evangeliën, komt onder de indruk van Zijn karakter. Ik ontmoet volmaakte zelfbeheersing, zachtmoedigheid, trouw, goedheid, vriendelijkheid, lankmoedigheid, vrede, blijdschap, kortom: liefde. Als er één vol was van de Heilige Geest, dan Hij.
Maar ook andere religies benadrukken dat een mens niet mag stelen, liegen, echtbreken, en noem de geboden maar op.
Geloof ik in Hem vanwege het getuigenis van Zijn volgelingen? Opnieuw: ik ben onder de indruk wanneer ik Zijn discipelen zie veranderen van verwarde en bange mensen in overtuigde en onverschrokken verkondigers van het goede nieuws. Als de Heilige Geest èrgens Zijn visitekaartje heeft afgegeven, dan bij hen. Maar ook andere godsdiensten kennen helden.
En ik weet uiteraard dat niet alle getuigenissen van christenen even heldhaftig zijn. Integendeel zelfs.
Waarom ik dan wel in Jezus Christus geloof? Misschien omdat christelijk geloof niet draait om een ethisch, filosofisch of theologisch systeem, maar om een relatie met een Persoon.
En in elk geval omdat de Heilige Geest mij ervan overtuigt dat alleen deze Persoon volstrekt uniek is.
Ik denk dat ieder mens - gelovig of ongelovig - worstelt met gevoelens van schuld over kwaad dat hij heeft gedaan.
Zonder Hem kom ik daar nooit vanaf. Mèt Hem weet ik mij vrij van de straf op de zonde, vrij van de oppermacht ervan, en straks zelfs vrij van de aanwezigheid van welk kwaad dan ook.
Kijk naar elke andere religie en je ziet steeds hetzelfde. Elke keer ontmoet ik er een god die mij voorhoudt dat als ik dit of dat maar goed doe, hij mij wellicht zal accepteren. Maar als ik niet presteer? 'In dat geval, Aad Kamsteeg, hoef je echt niet op mij te rekenen.' Maar de levende God? Hij is een God van oordeel en genade beide.
Van oordeel, omdat Hij geen enkele zonde - zelfs de kleinste niet - door de vingers kan zien. En van genade, omdat Hij Zijn enige Zoon aan het Kruis 'tot zonde maakte' om mij - toen nog Zijn vijand - voor eeuwig te redden.
Het is allemaal zo gemakkelijk opgeschreven.
Je kunt het bij wijze van spreken uit je hoofd hebben geleerd.
Maar God zij dank, het is ook doorgedrongen tot mijn hart. Ik verdiende te worden geëxecuteerd. Hij werd het.
Hij verdiende de gouden medaille. Ik kreeg die. Nooit zal ik uitgedankt raken over Zijn plaatsvervanging. Wat?
Eeuwig zal ik alle gelovigen nodig hebben om de breedte en lengte, hoogte en diepte van Zijn liefde te leren kennen.
Waarom ik geloof dat Jezus Christus uniek is? Omdat alleen de levende God een Zoon heeft die Zich voor mij heeft uitgestrekt. In het Kruis zal ik eeuwig roemen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief