Beide Zwolse kerken belegden fijne gezamenlijke dienst
2002-01-25
Het is al weer een tijd geleden dat de beide Zwolse Nederlands Gereformeerde Kerken aangaven het dichten van de in 1983 geslagen breuk de hoogste prioriteit te willen geven. Maar zoals al vaak is aangetoond: het bewerkstelligen van een breuk gaat sneller dan het herstellen. Dat laatste is niet zelden een proces waar generaties overheen gaan. Maar zondagavond 6 januari 2002 was het in Zwolle toch een gedenkwaardig moment: beide Zwolse kerkenraden riepen hun gemeenten op tot het bijwonen van een gezamenlijke dienst in de grote aula van het Carolus Clusius College, de ‘thuishaven’ van Zwolle 2. Een duidelijke stap in een verdergaand proces van herstel. In een afgeladen kerkzaal gaven de plaatselijke predikanten, ds J. Horsman en ds W.J. van der Linde, leiding aan een indrukwekkende samenkomst die vertrouwen geeft voor de toekomst. Hierbij een samenvatting van de preek die ds Van der Linde in de dienst hield.- Jaargang 46
- nummer 2
Goed van elkaar spreken (n.a.v. 2Tim 4 : 11)
Wat zal het de Heilige Geest een grote vreugde hebben gegeven om dit te laten neerschrijven. Stel je voor: Broeders, die eerst verbitterd waren naar elkaar toe, hebben elkaar weer gevonden.
Ze hebben niet alleen vrede gesloten, ze hebben zich niet alleen met elkaar verzoend, maar ze gingen ook goed van elkaar spreken!
Nu we hier bij elkaar zitten, vermenigvuldigen zich de gedachten.
Dingen die gebeurd zijn, woorden die gesproken zijn.
Zeker, we kunnen ze niet onder het vloerkleed schuiven, want ze steken toch de kop weer op: Geluk dat gebroken is, tranen die geschreid zijn. We poetsen dat maar niet zo even weg.
Twee gemeenten, met vlekken waarvan we dachten, dat die nooit weer weg zouden gaan; deuken die onherstelbaar leken; scheuren waarvan iedereen dacht dat die nooit meer gedicht zouden kunnen worden.
Toen in november 1999 verzoening tussen de twee gemeenten in Zwolle kwam, was dat een prachtig geschenk.
Maar we moesten wel verder. De belijdeniscatechisanten van vorig jaar hebben ons overgehaald om een gemeenschappelijke dienst te houden, waarin zij belijdenis van hun geloof zouden doen. Zo is het ook gebeurd. We hebben ervan genoten!
Maar het mocht niet blijven steken.
Daarom zitten we nu hier.
Zou God dan toch het wonder geven van volledig herstel?
Zou Hij geen tranen kunnen drogen, vlekken kunnen wegwerken, scheuren kunnen helen?
Zo, dat alles helemaal gaaf en mooi en glanzend wordt?
Zou het niet zo kunnen worden, dat we over en weer goed van elkaar spreken?
Zoals dat gebeurde bij de eerste zendingswerkers . Paulus en Barnabas kregen onenigheid over Johannes Markus, hun helper. Deze was met hen meegegaan, maar toen ze van Cyprus vertrokken waren naar het vaste land van Klein- Azië, had Markus het voor gezien gehouden en was naar Jeruzalem teruggekeerd. Op hun tweede zendingsreis wilde Barnabas zijn neef Markus meenemen, maar Paulus verzette zich daar tegen. Trouweloze verlating van zijn dienst werd Johannes Markus door Paulus verweten. De beide zendingswerkers hielden voet bij stuk, hun woorden werden scherp en bitter, ze keken elkaar met nijdige blikken aan, er ontstond een verbitterde sfeer tussen Paulus en Barnabas.
Herkent u dat? Botsende meningen, andere ideeën en elkaar daarmee bestoken.
Wat de ene mens de andere toevoegt! Verbittering.
Er kwam een vinnige woordenwisseling tussen Paulus en Barnabas. Wat kunnen we elkaar het leven verzuren, vernielen, stuk maken. Elkaar pijn doen, kwetsen, over elkaars levensgeluk heenwalsen.
Zo is dat gebeurd , vlak voor de tweede zendingsreis. Het gevolg was dat hun wegen scheidden.
Dan is het jaren later. Paulus zit in de gevangenis en schrijft de brief aan de Colosssenzen. In hoofdstuk 4:10 wordt Markus genoemd met nog twee jodenchristenen.
En hoe noemt Paulus hen?
‘Mijn medewerkers voor het koninkrijk Gods’. Is dat niet een prachtig getuigenis?
Hun scheiding was niet definitief.
Paulus en Markus hebben elkaar weer gevonden in Christus. ‘Neem Markus in uw midden op, als hij bij u komt’, schrijft Paulus. ‘Hij is mij samen met die twee tot troost geweest’.
Ziet u het voor u? Paulus in de gevangenis en Markus was bij hem op z'n brits gaan zitten en bemoedigde hemja, dan is alles werkelijk goed.
In zijn brief aan Timotheüs wordt het beeld van Markus helemaal compleet.
Paulus zit opnieuw in de gevangenis.
Hij weet dat de dood spoedig komt.
De scherprechter staat voor de deur.
Wie zou u graag bij u hebben, als u weet dat de dood spoedig komt?
Degenen, die je het naast staan, natuurlijk.
Je vrouw, je man, je vader, je moeder, je kinderen. En als je die niet hebt, zoals Paulus? Dan je beste vrienden.
Paulus' brief aan Timotheüs, vooral het slot, getuigt van grote eenzaamheid.
Alleen Lukas is nog bij hem. Hij vraagt Timotheüs om bij hem te komen.
En wie moet hij meenemen? Markus!
Wat een verandering, ook bij Paulus.
Hij pint Markus niet vast op de eerste indruk en het allereerste falen. Hij sluit zich niet voor hem af.
Zo doen wij vaak, niet waar? Wij blijven vaak wantrouwig en achterdochtig.
‘Zouden ze bij het CCC....’ Wantrouwen is dodelijk voor de gemeenschap der heiligen ’Zouden ze bij de Zuiderkerk...’ Paulus is open gaan staan voor Markus en dankzij die openheid is Markus hem van veel nut geworden.
Als je openstaat voor de ander, komt er iets moois tot bloei. 't Kost wel jezelf: Eigen recht, eigen gelijk. Iemand heeft eens gezegd: "Aimer c'est monter l'autel".
Liefhebben is het altaar bestijgen.
Liefhebben is offeren. Wat een overwinning van de liefde laat Paulus zien.
Hij schreef in 1 Cor.13 ‘ De liefde raakt niet verbitterd. Alles gelooft zij, alles verdraagt zij’.
Paulus heeft niet alleen vergeven, hij spreekt ook heel goed van Markus.
Ik nodig u uit om iemand in uw gedachten te nemen, die heel lelijk tegen u gesproken of gedaan heeft. Laat hem of haar even bij u binnenkomen, tot vlak voor de deur van uw hart.
Iemand die u het leven vergald, verbitterd heeft. Zou u iets goeds van hem of haar kunnen zeggen?
Zeker, u hebt vergeven, dat is al heel wat. Maar nu verder. Wie niet los komt van het verleden, wordt er een gevangene van. Kunt u een goed getuigenis van de ander geven?
We kunnen makkelijker lelijke dingen van iemand vertellen dan goede en we horen er ook graag naar. Sommigen hebben een duveltje op hun tong, anderen hebben er een in hun oor.
Laten we goede dingen van elkaar zeggen.
Ook in ‘den lande’. Dan worden barrières opgeruimd. Geef de liefde een kans! U zult eens zien hoe bevroren harten ontdooien, hoe gesloten ogen opengaan, handen zich op de schouder leggen, gezichten gaan ontspannen.
Dat kan alleen de Heilige Geest.
Laten we daar ook om bidden. ‘Kom Schepper Geest, bezoek uw kerk!’ Dan gaat er wat gebeuren, dat verzeker ik u!
Ja, waar de Geest van Christus niet is, daar blijft alles bij het oude. Daar lopen we rustig langs elkaar heen. Maar waar de Geest onze levens vult, daar slaat de vuurvlam uit de hoofden en nog meer uit de harten. Daar komt een geweldig gedreven wind. Daar krijgen we de broeders en zusters van het CCC op ons dak, of- nog erger: de broeders en zusters van de Zuiderkerk....
Maar daar gebeurt wat en wij gaan goede dingen van elkaar vertellen.
‘Ja, de broeders en zusters van de Zuiderkerk zijn ons erg bruikbaar voor de dienst’. En: ’De broeders en zusters van het CCC zijn ons tot grote troost’.
Lieve mensen, bidt dat de Heilige Geest ons hart vervult. Bidt: ‘Heilige Geest, maak m'n hart ruim en open, zodat er plaats is voor veel meer broeders en zusters. Maak het rein en ruim, zodat ik verlost word van alle negatieve gevoelens over de anderen. Maak het sterk en goed en vroom.’
Amen