Levensrecept
2002-02-08
Af en toe mag ik meelopen in een optocht van gewichtigdoenerij.- Jaargang 46
- nummer 3
Van heinde en verre komen wijze mensen naar onze plaatselijke HBO om mee te praten over ons Europees gesubsidieerde project.
Leonardo da Vinci heet het officiële programma en een dergelijke titel doet een wetenschappelijk verantwoord project vermoeden.
Nou, dat is het.
Met zeven partners uit diverse Europees landen werken wij al drie jaar samen aan een methodiek om ex-internaat bewoners een betere kans op resocialisatie en maatschappelijke integratie te garanderen.
Een hele mond vol en in het kader van dit project kon ik reeds vier maal naar Frankrijk, Finland, Schotland of Portugal, geheel verzorgd, op kosten van de grote Europese gemeenschap.
Ik heb deze snoepreizen aan mijn neus voorbij laten gaan.
Ben zelf nog steeds niet overtuigd dat deze vele duizenden guldens aan reisen verblijfskosten opwegen tegen een goed doortimmerde e-mail met een ondersteunend telefoongesprek.
Het is vast wel inspirerend om een vakbroeder uit Finland te spreken, maar mijn dagelijkse collega heeft ook nog steeds inzichten die ik niet kende. Ik blijf wel gewoon op de basis. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen geld weg te smijten in een Europese of zelfs intercontinentale trip terwijl er geen cent is om de leerlingen een zinvolle excursie aan te bieden.
Maar goed. Dromer is MBO participant van het Nederlandse deel en na drie jaar is er een eindproduct te vieren.
De bijeenkomst is in mijn woon- en werkplaats. (voor mij een soort reünie want ooit studeerde ik zelf bij deze Christelijke hogeschool.)
Vier trotse studenten van de SPH (schrijvers van het product), enkele docenten van de HBO (hebben elk europees land bezocht), enkele begeleiders uit hulpverleningsinstellingen (inmiddels vrijgesteld van het werk met de jongere zelf) en veel genodigden uit het management van jeugdhulpverleningsinstellingen uit de brede regio.
Veel jasje-dasje mannen met mobiele telefoons en vrouwen die ooit in mijn tijd studeerden maar nu de tuinbroek met vrouwenagenda verruild hebben voor getailleerde jasjes met organiser. En dan de presentatie.
Het ‘Levensrecept‘ wordt ten doop gehouden.
Onder applaus wordt een lijvige multomap getoond (met bijpassende Cdrom) Elk denkbaar onderdeel van leven wordt genoemd. Van het vinden van een huisarts tot het verkrijgen van een SOA. Van het aangaan van een homoseksuele relatie tot de homepage van het arbeidsbureau.
Naast heldere prettig leesbare teksten is er een handig zelfwerkprogramma voor de deelnemers.
Door diverse sprekers wordt er betoogd dat nu alle onderdelen die een jongere kans op geluk bieden opgenomen zijn. De docenten knikken instemmend.
Al bladerend door de index kom ik de enige Redder tot heil des Volks niet tegen.
Zelfs zijn kerkgenootschappen niet.
Ook concurrerende religieuze stromannen worden niet opgenomen in het Levensrecept.
De zaalmicrofoons gaan open en we worden uitgenodigd een lagerhuis debat aan te gaan.
Dromer wordt wakker en stelt de zaal het volgende: "Voor een boek wat zich het levensrecept noemt, niet eens een, maar het, is het toch wel beschamend dat er geen enkele verwijzing is naar een herstel of het aangaan van een relatie met God, de schepper van dat genoemde leven."
Even is het stil in de zaal.
God, doodgewaand, blijkt toch nog uit een boekentas te komen.
Dan neemt ‘Opzij’-lezend Nederland vol vuur de zaalmicrofoon in bezit.
Bijna elk vooroordeel wat ik sinds mijn studententijd gehoord heb blijkt nog springlevend en zelfs uitgebouwd met moderne varianten.
God blijkt voor het kader van hulpverlenend Nederland nog steeds dood.
Ik bid voor jongeren die het moeten hebben van het levensrecept en de bijbehorende koekenbakkers.