Vergeven?
2002-02-08
‘We leven in een wereld die hunkert naar genade, naar vergeving. Naar herstel van verhoudingen die door schuld kapotgemaakt zijn’. Aldus een stukje tekst uit het voorwoord van het boek ‘Vergeef me’. De uitgave is gebaseerd op een EO-radio-serie over vergeven en verscheen bij Boekencentrum in Zoetermeer.- Jaargang 46
- nummer 3
Zes auteurs hebben –vanuit verschillende achtergrond- aan het boekje meegewerkt. Daardoor ontstond een boeiend palet van ‘ervaringen’.
Is de eerste zin van dit artikel eigenlijk wel waar? Verlangt de mens werkelijk naar vergeving, of willen we persé ons gelijk halen, ook als dat ten koste gaat van anderen? In onze gebroken wereld heerst vooral het recht van de sterkste. En vergeven? Dat lukt ons alleen als de ander eerst zijn excuses heeft aangeboden…. Of is het toch waar: uiteindelijk verlangt ieder mens ‘ten diepste’ naar harmonie, naar herstel van gebroken verhoudingen….
Vergeven is moeilijk
Het voorgaande illustreert het spanningsveld rond vergeven dat als een rode draad door het boek loopt.
Mensen verlangen naar vergeving, naar harmonie met zichzelf en met de ander.
Tegelijkertijd is ons karakter vaak weerbarstig en gaan we moeilijk voor de ander door de knieën. We dénken iemand te hebben vergeven en opeens worden we weer geconfronteerd met onze boosheid. Hebben we de ander dan tóch niet vergeven? In de kerk horen we bijna iedere zondag dat we moeten vergeven, maar moet je eens kijken hoe het er in diezelfde kerk aan toe gaat….. En als je vader jou als zoon voortdurend mishandeld en gekleineerd heeft, hoe kan die ouderling er dan op aandringen dat je hem toch maar moet vergeven?
Spanningsveld
In de christelijke kerk staat het thema van de ‘vergeving’ centraal bij de verkondiging.
Toch heeft de kerk er altijd moeite mee gehad om het juiste evenwicht te vinden. Vaak werd er gemakgeving aangedrongen. De dochter die door haar vader misbruikt is moest haar vader toch maar vergeven, want zo staat het in de Bijbel. Boze gevoelens moesten worden weggestopt en daarmee werd het onrecht ontkend.
Boosheid moet geuit kunnen worden, mensen moeten hun verhaal kwijt kunnen.
Ze kunnen echter ook blijven steken in woede, waardoor hun hart versteent en ze alleen nog in wrok naar anderen kijken. Dat leidt uiteindelijk tot een sfeer waarin boosheid destructief werkt. Uit de hand gelopen burenruzies, familievetes, kerkscheuringen, vervolgingen en oorlogen zijn daar de trieste getuigen van….
Persoonlijke ervaring
Het boek begint met een indringend persoonlijk verhaal. Auteur en tekenaar Willem de Vink had een vader die zijn gezin ‘terroriseerde’. Toen hij 12 jaar oud was scheidden zijn ouders.
Die scheiding had vergaande consequenties, want zijn moeder werd ook uit de kerk gezet (een evangelische gemeente). Scheiden is een doodzonde en mensen die een doodzonde begaan horen niet in de kerk thuis, zo was de redenering van de oudsten van die gemeente. Het heeft meer dan 20 jaar geduurd voordat Willem de stap naar zijn vader kon zetten.
Het was een enorme worsteling, waarbij hij moest leren omgaan ‘met de erfenis van zijn herinneringen’. Pijnlijk was dat zijn vader de vergeving door Willem niet kon aanvaarden. Zijn vader zag zichzelf als slachtoffer, hij was verbitterd.
Pas later kwam er enige opening tussen de vader en zijn zoon (het volledige verhaal van Willem werd gepubliceerd in het boeiende en autobiografische boek ‘Getekend’).
Doolhof
Het leren vergeven is eigenlijk –zo blijft mij vooral als indruk uit de hoofdstukken van de auteurs ds Smouter en psychotherapeut Arthur Hegger bijeen tocht door een doolhof. Soms denk je dat je er bijna bent, maar opeens loop je weer de verkeerde kant uit en ben je weer ver van je doel verwijderd.
Het idee van de worsteling vind ik de sterke kant van het boekje. Vergeven is niet goedkoop, het is zelfs niet eenmalig.
Je denkt dat je iemand hebt vergeven, maar zomaar, door een bepaalde gebeurtenis, worden oude littekens weer open gehaald.
Als je iemand hebt vergeven, dan is daarmee toch de kous af, ‘vergeven en vergeten’? Was dat maar waar!
Vaak is er sprake van onrijpe vergeving, schrijft Hegger. De dader kan –om er maar vanaf te zijn- heel snel zijn excuses aanbieden. In de kerk kan die vergeving met een christelijk sausje worden gelegitimeerd: ‘We bidden ervoor en dan is het over.’ Het klinkt mooi en we zouden er blij mee moeten zijn.
Vaak gebeurt er echter op dat moment iets heel anders. De dader zet het slachtoffer onder druk. Want als God hém vergeven heeft, dan móét het slachtoffer hem toch óók vergeven?
Eigenlijk blijft daarmee alles bij het oude.
De dader (bijvoorbeeld: de vader die zijn zoon mishandeld heeft) blijft de macht in handen houden en eist –met God aan zijn zijde- dat er vergeven moet worden. Als we zo met vergeving omgaan is de kans op herhaling van de problemen groot.
Bijbelstudie
Een uitgebreide bijbelstudie over vergeven komt van de hand van ds Willem Smouter (NGK Ede). Hij vertelt o.a. over een gemeente waar de mensen al generaties lang met elkaar in onmin leefden.
Hoe kunnen die mensen dan iedere dag bidden: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren?’ Dat is dan toch een loze kreet? Een gemeentelid gaf de dominee die hem daarop aansprak volkomen gelijk. Voortaan moest het ‘gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ maar weggelaten worden….
Dit voorbeeld laat zien hoe moeilijk vergeven kennelijk is….. Het is zó moeilijk dat we dat zélf niet kunnen, schrijft ds Smouter, ‘het dringt ons ertoe te vluchten tot Christus en Zijn offer’.
Vergeven is soms bijna onmogelijk, aldus ds Smouter. Het is al helemaal moeilijk als de dader niet erkent dat hij jou heeft beschadigd. En tóch hebben we die vergeving en verzoening hard nodig. Maar we hebben ook vaak een verkeerd beeld van vergeven. In de bijbelse betekenis is vergeven letterlijk: iemand laten gaan. Dat betekent dus: ophouden met beschuldigen en de zaak bij God leggen. Dat kan heel genezend werken: niet meer vast zitten aan de dader, maar weer ruimte voor jezelf hebben. ‘Er is innerlijke genezing op de plek waar eerst de haat zat. Soms lukt jou dat niet. Maar als je nu eens iemand vindt die er voor met jou wil bidden? Zou dat niet de taak van de christelijke gemeente zijn?’
Psychotherapie
De bijdrage van Arthur Hegger (psychotherapeut bij Eleos) sprak me bijzonder aan. In zijn artikel komt het spanningsveld tussen de heilzame werking van vergeven en het ontkennen van het onrecht duidelijk naar voren. Hij noemt daarbij de dwang die vanuit christelijke kring wordt uitgeoefend op gemeenteleden om maar snel de daders te vergeven. ‘Als je aan het idee vasthoudt dat de slachtoffers de daders moeten vergeven om te kunnen herstellen moet je niet met slachtoffers werken.’ ‘Als de boosheid er maar uit is komt het vergeven vanzelf’, zo werd en wordt vaak gedacht. Therapeuten laten hun cliënten –bij wijze van spreken- helemaal uit hun dak gaan. In de praktijk kan dit echter veel risico’s met zich mee brengen. Woede kan destructief werken en zich ook tegen de persoon zelf keren. De persoon rijdt naar huis en schiet in een depressie. Kennelijk, aldus Hegger, werkt het kunnen uiten van de boosheid op zichzelf niet genezend.
Daaruit trekt hij de conclusie dat er kennelijk toch iets anders nodig is, en dat is……: vergeving! ‘Vergeving geeft een slachtoffer iets in handen dat hem of haar vrij kan maken.’ Hij noemt het daarbij opvallend dat zich steeds vaker mensen aanmelden bij psychotherapeutische praktijken met als expliciete vraag om daders te kunnen vergeven...
Vergeven, vergeten of vermijden?
In zijn bijdrage gaat Hegger uitgebreid in op de vraag wat vergeven is.
Mensen denken vaak dat ze de dader hebben vergeven, maar ze hebben alleen maar geprobeerd om te vergeten, te verdringen, er mee te leven. Je ontloopt je broer, je gaat niet meer naar zijn verjaardag, je wenst hem geen gelukkig nieuwjaar. Ondertussen blijf je onderhuids met hem bezig.
Vermijden, weglopen, wegblijven is dus geen oplossing. Dat kost vaak erg veel psychische energie, gezond word je er dus niet van…. Veel mensen worden zelfs ziek van dit soort spanningen.
Hegger gaat vrij uitgebreid in op twee –zeer verschillende- behandelingsmodellen waarbij het herstel van relaties centraal staat. De eerste behandeling is individueel, de cliënt moet leren om zijn wrok tegen de ander los te laten (wrok leidt er uiteindelijk vaak toe dat iemand depressief wordt). De tweede behandeling is een vorm van groepstherapie waarbij de dader dusdanig onder druk wordt gezet dat hij letterlijk door de knieën gaat.
Aan het slot van zijn bijdrage noemt Hegger kenmerken van werkelijke vergeving. Daarbij gaat hij in op het verschil tussen vergeven en verzoenen.
Het mooiste resultaat is als mensen weer open naar elkaar kunnen kijken in het licht van het Evangelie. In de praktijk van deze gebroken wereld komt het helaas vaak niet zover.
Vergeven én verzoenen is voor veel beschadigde mensen een stap te ver...
Er is nog meer...
Nog even kort de andere bijdragen in het boekje: - Prof. dr. Jan Hoogland gelooft er niets van dat mensen niet meer in schuld en zonde geloven. Kijk maar eens naar de soaps en talkshows: het draait allemaal juist om die thema’s, om via de TV publiek gemaakte schuld en vergeving. ‘Het zou van zelfoverschatting getuigen wanneer christenen van zichzelf zouden denken het laatste woord over vergeving en verzoening te kunnen zeggen.’ Voor veel christenen is dit een prikkelende stelling.
Hoewel ik denk de bedoeling van Hoogland wel te kunnen begrijpen blijft zijn bijdrage naar mijn mening op dit punt te vaag. Enkele concrete voorbeelden zouden de bedoeling van deze bijdrage voor de lezer meer inzichtelijk hebben gemaakt.
- Dr. Ruard Ganzevoort heeft twee bijdragen geschreven. Ook hij constateert dat juist in onze tijd schuld hoog op de agenda prijkt. Vroeger gebeurden rampen ‘gewoon’, tegenwoordig gaat men direct op zoek naar de schuldige. In zijn bijdrage noemt Ganzevoort een aantal valkuilen in het pastoraat. Zo hebben –volgens hem- de protestantse kerken te vaak snel op vergeving aangedrongen zonder dat de dader werkelijk berouw had getoond. Het tweede artikel van deze auteur beschrijft de geschiedenis van de biecht. Evenals ds. J Weij (NGK Zoetermeer) bepleit ook Ganzevoort op een genuanceerde wijze de terugkeer naar de biecht in de protestantse kerken.
- De laatste bijdrage van het boekje is van dr Kees van der Kooi (VU, Amsterdam).
Hij schrijft over drie verschillende manieren waarop in de kerkgeschiedenis is gekeken naar de verlossing (bevrijding van de duivel, herstel van de relatie met God, verandering in de relatie tot andere mensen).
Van der Kooi stelt dat deze drie manieren terug zijn te vinden in de Bijbel en dat het dus onjuist (en schadelijk) is dat de kerken zich vaak beperken tot één visie. Het hangt van de situatie af hoe je je voelt en op welke wijze je je het meest getroost voelt.
Maar uiteindelijk, schrijft Van der Kooi, blijkt ‘dat we onze verlossing alleen maar vinden in de levensverbinding met Christus’.
Tenslotte
‘Vergeef me’ is een boekje dat me geboeid heeft tijdens het lezen. Schuld en vergeving waren een aantal jaren taboe, maar ze zijn terug van weggeweest, in de kerk, in de therapie, maar ook in de samenleving.
Naar aanleiding van: Willem Smouter en Cor Blom, ‘Vergeef me…., verzoening tussen de mensen en met God’, Boekencentrum/EO, 2001, 122 blz.