Kind van de Vader
2002-02-08
‘Ik heb een hekel aan domineesbijeenkomsten.’ zegt Kenny tegen de in Houten bijeengekomen dominees en hun vrouwen. ‘Ik weet niet hoe dat bij jullie in de kerk zit, maar in de presbyteriaanse kerk in Schotland, waar ik predikant ben, hebben vergaderingen met dominees de neiging om saai te worden en vol competitie.- Jaargang 46
- nummer 3
De een heeft dit gelezen, de ander maakt zich daar zorgen om en de derde heeft iets ingevoerd in de gemeente dat iedereen in zou moeten voeren.’ Dit moet een anders soort domineesbijeenkomst worden, wel iets leren, maar geen geleerdheid, met niet de dominee als vakman centraal, maar als kind van de Vader.
Het is de derde keer dat een groep predikanten vijf dagen bij elkaar gaat zitten voor een retraite in januari. Acht jaar geleden gingen Dick en ik naar Engeland voor zo'n retraite, vlak nadat Dick als predikant was bevestigd in Houten. We voelden dat we meer nodig hadden dan onze kennis en ervaring van dat moment. Een gepensioneerde predikant leidde vlak bij Londen retraites voor voornamelijk predikanten uit de anglicaanse kerk. ‘Ik ben lang predikant geweest en heb de laatste jaren altijd betreurd dat ik niet heb geweten wat ik nu weet.’ zei hij. Dat was de aanleiding voor de retraites.
De kern van dat ‘nieuwe’ wat hij pas laat had leren kennen, was de kracht van de Heilige Geest in het werk in de gemeente. De retraite was voor ons een ommekeer, al waren we van tijd tot tijd zeer kritisch. Het bleek ook goed aan te sluiten bij onze gemeente.
Beter dan we durfden hopen. Er kwamen vragen van collega's en nu zitten we verbaasd rond te kijken wat er gebeurt sinds Dick wat Engelsen uitnodigde voor een soortgelijke retraite hier.
Weten, verwachten, opmerken, vertellen
Elke morgen als we samen komen beginnen we met zingen. Daarna vertellen we elkaar wat we in de laatste vierentwintig uur van God gehoord hebben. Wat?! Als de deelnemers gek opkijken herinner ik me onze eigen reactie in Engeland. ‘God horen spreken?
Dat gebeurt toch niet zo vaak.
En stel je voor dat je het zelf gaat lopen verzinnen!’ Is het een kwestie van taal?
Als we net twee diensten achter de rug hebben op zondag is het dan gek om je maandag af te vragen wat God je gezegd heeft? Of als je regelmatig bijbelleest? Of als je plotseling iemand wilt bellen die daar net op zat te wachten, of als je een droom hebt die opeen iets duidelijk maakt. Het is waarschijnlijk meer een kwestie van kijken dan van taal. Als je weet waar je de planeet Mars moet vinden, zie je hem ook eerder.
Dus ook weten en verwachten is belangrijk bij dat kijken. En zeggen of noteren. Dat helpt onthouden. Daar gaan de retraites over: over wat we van God kunnen verwachten, op grond van wat we weten uit de bijbel, over meer verwachting dat God nu dezelfde is als toen, over opmerken waar Hij ons nu voorgaat en over gehoorzamen en vertellen van wat God nu nog doet.
‘Het Koninkrijk is nabij.’ Dat was de samenvatting van Jezus' preken, die Hij illustreerde met tekenen van dat Koninkrijk.
De herder als schaap
Er zijn onderzoeken naar het geestelijk leven van dominees. Hoeveel ze bidden en bijbellezen buiten preekvoorbereiding, catechisatie en pastoraat om, uitsluitend voor hun eigen geloofsleven. De uitkomst is nogal verontrustend.
Hoeveel dominees horen zelf bij een groep waar ze geestelijk gevoed worden? Hoeveel dominees kunnen bij iemand terecht voor gebed?
De laatste tijd wordt er al vaker aan de bel getrokken en er worden ook ideeën aangedragen voor beter beheer van de tijd, betere bescherming van het gezinsleven en vrije tijd en extra studietijd. In deze retraite komt een andere kant aan bod: het recht en de opdracht van de voorganger om allereerst kind van de Vader te zijn, schaap van de herder, dat al beter leert luisteren naar de stem van de Herder en zo gevoed blijft en op het rechte pad.
Met dominee Kenny zijn twee echtparen meegekomen uit Engeland. Op een gegeven moment vraagt iemand wat hun rol eigenlijk is. Ze zijn er om te bidden. Beetje verbazend. Hoezo?
Eén echtpaar is persoonlijk goed bevriend met Kenny. Ze bidden met hem, ze vragen God het beste voor hem, wat betekent dat ze soms dingen opmerken die Kenny ze niet verteld heeft.
Ze bidden nu ook voor de deelnemers van de groep. Na de eerste dag houdt John me even achter en zegt ‘Ik geloof, Jeannette, dat er zojuist een zere plek open ging, die dicht was.’ Ik ben verbaasd, ik weet van niks, voelde me wel vaag geïrriteerd even daarvoor, maar wijt dat aan het feit dat ik me te verantwoordelijk voel voor de groep.
Bovendien heb ik niks gezegd. John vraagt of ik wel vaker woorden van kennis heb gehoord en dat het vooral aan mij is om te kijken of het ergens op slaat. Ja, ik weet het. Dus vergeet ik het maar, tot de volgende dag als ik weer die lichte irritatie voel en dan meteen weet: juist, dat is inderdaad een zere plek die ik even met rust had gelaten, maar nu kan dat niet langer.
Ik loop naar John in een pauze en we bidden er samen voor, een paar minuten.
Ik voel me lichter. Ik geef het maar als een voorbeeld. Ze werkt dat dus.
Gebeden
Later in de week gaan we in drie groepen uiteen. Voor iedere deelnemer wordt om de beurt gebeden en dan luisteren we allemaal naar wat we denken dat God die man of vrouw zou willen zeggen. De mensen uit Engeland hebben dit vaker gedaan, een paar gemeenteleden die hiervoor zijn gekomen ook. ‘Ik moet aan deze tekst denken..’ zegt de een, ‘Ik denk dat je de gave hebt van evangelisatie.’ ‘Ik zie je met hardloopschoenen aan, is het waar dat je in de startblokken staat ergens voor?’ ‘Ik heb het idee dat je moeder op een benauwende manier over je waakte, klopt dat?’ Iemand die aan de deur zou staan luisteren zou kunnen denken dat er een absurd raadselspelletje gespeeld wordt, de deelnemers zijn verbaasd en geroerd.
Waar is dit voor? Niet om opdrachten van God door te geven, het is niet de bedoeling dat iemand het als richtinggevend opvat, bovendien zit er, net als in een preek, een menselijke factor in en kun je je vergissen.
Het ontroerende ligt in het feit dat de mensen voor wie wordt geluisterd dingen horen die ze niet hebben verteld, of dromen waarvan alleen zij wisten. ‘God laat merken dat Hij me ziet.’ zegt iemand ‘En dat Hij blij met me is.’
Gemeente leven
‘Wie van jullie zou lid willen zijn van de gemeente waarvan je nu predikant bent als je niet door die gemeente werd betaald om daar lid te zijn?’, vraagt Kenny op een dag. Niemand roept ‘Ik’ of ‘Ik niet’. Gekke vraag. ‘Ik ben er om mijn gemeente te dienen, niet om het er leuk te hebben.’ zegt een dominee (u hebt geluk als het de uwe is, met zoveel toewijding). Toch is het even een spiegel. Is onze gemeente een gemeenschap waar we graag lid van zijn? Waar we terecht kunnen met onze gaven en onze ziekten?
Waar men de zieken en armen brengt?
Een gemeenschap die verschil maakt in de plaats waar we wonen? En zo nee, waarom niet? Wat zou er moeten gebeuren? Niets is zo samenbindend als een ramp en een visie en niets is zo aanstekelijk als plezier en liefde.
Wat is de ideale gemeente, de ideale predikant? Die is er niet. Elke gemeente heeft een eigen roeping (binnen de grote roeping dan die voor alle christenen hetzelfde is). Elke predikant heeft ook zijn gaven en dromen. Samen kun je komen tot dat wat voor jouw gemeente speciaal is, op de plek waar je woont en met de mensen die er zijn.
Dat zien we ook nu al. Gemeenten die vluchtelingen opvangen, anderen die op jongeren gericht zijn, anderen die in de stad een taak hebben. Als zo'n visie groeit wordt de voorganger al minder degene die voor iedereen moet zorgen, en al meer een schakel in een geheel.
In de praktijk
Hoe gaan die predikanten nu weg, na de retraite? Ze krijgen evaluatieformulieren achternagestuurd zodat we daar zicht op krijgen. Een predikant meldt dat bij alles wat hij geleerd heeft hij in tijden niet zoveel gelachen heeft.
Een bijverschijnsel zullen we maar zeggen.
De mensen die de vorige jaren deelnamen komen terug voor een dagje op woensdag. Om elkaar te vertellen wat er gebeurd is het afgelopen jaar en om weer samen te bidden. Voor iedereen was het een bijzondere ervaring die het geloofsleven en de verwachting van God verdiept heeft. Het is ook voor de meesten moeilijk om weer naar hun gemeente te gaan en te zeggen ‘Mensen, ik heb nieuwe ideeën gekregen, we gaan het anders doen.’ Sommige predikanten blijven regelmatig samen komen. Anderen hebben kringen in de gemeente waarin dingen worden uitgewerkt. Allemaal hebben we het idee dat we in een bijzondere tijd leven. Met meer duisternis, maar ook meer honger naar God en dat merken we in de gemeente, daarbuiten en in ons zelf.