Toon mij uw heerlijkheid

2002-02-22
  • Jaargang 46
  • nummer 4
Het christelijk geloof is geen religie maar relatie. Dat mag mooi klinken, maar de omgang met God is toch van een heel andere aard dan die met mensen. Hoewel. Exodus 33:11 zegt: "En de Here sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend". Geen wonder dat Mozes een groot profeet genoemd wordt. Als iemand Gods gedachten kende…

Vasthoudend
Maar profeten hebben een zwak punt.
Ze zijn niet te houden, ze gaan maar door. Mozes, heeft hij net God zover gekregen dat niet slechts een engel, maar God Zelf meegaat met het volk, is het hem nog niet genoeg (Ex. 33:17).
Ieder ander zou huppelend van zielevreugd de berg zijn afgesneld, maar zo niet Mozes. Die gaat door. Die wil meer. Die wil Gods heerlijkheid eigenlijk wel zien.

Intimiteit met God
Terecht wordt dit één van de meest intieme passages van de Bijbel genoemd.
Heel teer en kostbaar. Maar is het wel zo teer? Een opwekkingslied dat zeer populair is onder jongeren (nr. 488) zingt: "Heer, kom dichterbij, dan kan ik uw schoonheid zien". Dit kan met groot gemak oppervlakkig gezongen worden. Kom eens dichterbij… Voor velen is dit bijna heiligschennis.
Weet je wel wat je zingt? Is dit niet te amicaal, God is je vriendje toch niet? Heb maar ontzag.
En toch. Zowel in dat opwekkingslied als in de Bijbel zelf komen we een verlangen naar intimiteit met God tegen. Eén dag in uw huis is mij meer waard dan… Ik verlang ernaar om weer in uw tempel (in uw buurt) te zijn.
Dat verlangen naar intimiteit, waar het opwekkingslied over zingt, het was ook Mozes niet vreemd. Hoewel hij als geen ander wist van de heiligheid van God verlangt hij toch naar intimiteit. Mozes weet dat Gods verhevenheid zijn nabijheid niet in de weg hoeft te staan.

Zoekende liefde
Gods reactie op de vraag van Mozes bestaat uit drie delen. De Schepper zoekt liefdevol naar een weg om in een meer direct contact met zijn verlangende schepsel te komen. Het eerste antwoord: Ik ga aan je voorbij. Dat is in ieder geval wat, God die voorbij gaat. God staat niet zomaar stil, Hij heeft meer te doen. Wij zijn zijn einddoel niet, Hij is altijd in beweging, op weg. Mozes moest maar niet vragen "kom eens dichterbij", God gaat immers voorbij. Maar tijdens dat voorbij gaan zegt Hij wel wie Hij is. Een vasthoudend genadige God. Iemand die doorgaat met waar Hij mee begint.
Dat roept Hij zelfs uit voor Mozes, weet wie Ik ben!

Het kan niet
Het tweede deel van het antwoord geeft aan dat God zich niet zomaar KAN openbaren aan Mozes. Want God zien zoals Hij is, dat is teveel voor een mens. Welke onnozele zal ooit zeggen dat hij wel eens een kernexplosie van dichtbij mee zou willen maken? Als zelfs de krachten die God in de schepping heeft gelegd teveel voor ons zijn, hoeveel te meer hun Maker? God legt het Mozes uit, het KAN gewoon niet, wat je vraagt. Jij, je kunt niet eens in de zon kijken, wil je Mij dan zien?

God bedenkt iets
En het derde deel van het antwoord is ontroerend. God bedenkt iets. Hij plaatst Mozes op de berg, in een holte, die holte bedekt Hij met zijn hand tijdens zijn voorbij gaan. En wanneer Gods heerlijkheid voorbij is neemt Hij de hand weg, dan kan Mozes toch nog iets van God zien. Gods vindingrijke liefde zien we hier. Was Mozes’ gebed zomaar verhoord, dan was Mozes erin gebleven, in die heerlijkheid.
Maar God had hem nog op aarde nodig.
Daarom die bedekkende hand. Een vader bedekt soms de ogen van een kind dat een cadeau krijgt, het effect is spanningsverhogend. Maar deze hand was er niet vanwege de verrassing, diende slechts ter bescherming tegen teveel van het goede.

Nieuwsgierig
Kon ik maar onder die hand kijken.
Hoe zou Mozes daar staan. Hij ZIET weliswaar niets, maar wat hoort hij, wat voelt hij, wat maakt hij mee?
Daar staat hij, stok in z’n hand, te wachten.
Sidderend? Bevend? Huilend van ontzag en geluk? Geen mens die het weet. Daar is de Bijbel heel sober in.
Ook over wat Mozes uiteindelijk zag.
Hij heeft veel geschreven, maar hierover niets. Hoe kan je ook het onzeglijke verwoorden? Het onzienlijke beschrijven?
Paulus maakte iets vergelijkbaars mee, ook zijn vruchtbare pen vond geen woorden.

Christen
Wat is een christen? Christenen zijn mensen met heimwee naar God. Dat is begonnen na het paradijs. En jongeren zingen van die heimwee, heel spontaan, heel onbevangen. Filippus zei tegen Jezus: toon ons de Vader.
Hij kreeg te horen: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Daarom zei Paulus later: hier verlang ik naar, Hem te kennen. Want dat is het eeuwige leven. En sindsdien verlangen we naar Hem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief