Over het Avondmaal

2002-02-22
  • Jaargang 46
  • nummer 4
In dit artikel wil ik stilstaan bij de betekenis en de functie van de maaltijd in de Joodse cultuur waarin de Here Jezus leefde. Ik heb het dan niet zozeer over de gewone maaltijd, maar de maaltijd die een bijzondere plaats en functie had onder mensen: verbondsmaaltijd, vriendenmaaltijd, Pesach, Seder.

Hoe is ons gebruik van het vieren van het Heilig Avondmaal hieruit voortgekomen en vooral: in hoeverre is er nog een relatie met de oorspronkelijke maaltijd die de Here Jezus vierde met zijn discipelen voorafgaand aan zijn gevangenneming?

Functie
Maaltijden in Jezus’ tijd hadden meer betekenis dan alleen maar zorgen dat je maag wordt gevuld. Ze werden niet zelden gebruikt samen met vrienden, collega-rabbijnen, volgelingen.
Dergelijke maaltijden versterkten de onderlinge band en hadden een leerfunctie.
Ook Jezus werd bij een dergelijke maaltijd van Joodse leraren wel eens uitgenodigd (zie bijv. Lukas 7:36 en 11: 37). Men sprak dan over allerlei actuele onderwerpen die het Joodse leven, de cultuur, maatschappij en religie aangingen. Daarbij maakte men gebruik van de Schriften en hetgeen de traditie daarover leerde. Al etende, sprak men met elkaar en kruiste men de degens in discussies. Dit waren vrienden-maaltijden, ook wel chaveriem genoemd. Paulus hield ook dergelijke samenkomsten en wel op de eerste dag der week en dan werd er brood gebroken. Dit duurde tot diep in de nacht (Handelingen 20:7,8).
Er waren ook rituele maaltijden waarbij men a.h.w. bij God aan tafel ging. Zie Exodus 24:9-11. Daar lezen we van Mozes, Aäron, Nadab en Abihu die met de zeventig oudsten van Israël de berg opgingen en daar God aanschouwden en aten en dronken. God richtte voor hen een dis aan evenals Hij dat later ook voor David deed (Psalm 23).
Tenslotte had je ook nog de maaltijden die gebruikelijk waren bij de mysteriegodsdiensten.
Door rituele handelingen en door een rituele maaltijd kon je in contact komen met het goddelijke en werd je zelf ook goddelijk.

Het verbond
Dat mysterieuze hadden de rituele maaltijden bij het Joodse volk niet. Het waren maaltijden die rondom de tent en later de tempel werden gehouden.
Meerdere keren werd het verbond met God vernieuwd en dan werd dat gevierd met een maaltijd. Er waren de vrede- en dankoffers en als deze waren gebracht, dan bleef er altijd nog genoeg over van dat offer om daar een maaltijd van te maken. Dat was het moment dat God voor degene die het offer bracht, een dis aanrichtte. Dat was dan eten bij God aan tafel. Zo gebruikten mensen de maaltijd samen als ze een verbintenis waren aangegaan met de verplichtingen en afspraken die daarbij hoorden (Genesis 31:54).
Zo richt God een maaltijd aan voor zijn verbondspartners. Dat was oosterse gastvrijheid, ook bij God.

Seder
De maaltijd die Jezus vierde met zijn leerlingen was een sedermaaltijd waarmee het Pesachfeest begon. Het was zowel een offermaaltijd als een herinneringsmaaltijd waarbij de Uittocht uit Egypte ter sprake kwam evenals de verbondssluiting op de Sinaï met de daarbij behorende maaltijd.
Tijdens de sedermaaltijd werd groente gegeten en daarna brood en bittere kruiden. Er werden meerdere bekers wijn gedronken. Binnen dit geheel was er de gewone maaltijd waarbij van alles kon worden gegeten, ook het vlees van het Paaslam. Er werd over van alles gepraat en er werd gewoon gegeten en gedronken en er was dan geen ritueel, gebed of lezing.
Aan het einde werd dan nog uit het Hallel gezongen (Psalm 115-118).
Binnen deze sedermaaltijd doet Jezus iets bijzonders. Eén beker wijn en één stuk brood betrekt Hij exclusief op Zichzelf: ‘Dit is mijn bloed; dit is mijn lichaam.’

Avondmaal nu
Vergeleken met de praktijk van de viering in Jezus’ tijd kun je niet anders dan concluderen dat het bij ons wel erg zuinig aan is geworden: één stukje brood en één klein slokje wijn. Van het eten bij God aan tafel is het toch juist kenmerkend dat er meer dan genoeg is en dat je volkomen verzadigd wordt. Onze wijze van viering voldoet niet als weergave en het genieten van de rijkdom van Christus. Je kunt immers niet volkomen verzadigd raken van een klein stukje brood en een minimaal slokje wijn. Dit is net zo moeilijk te geloven als dat bij de Rooms Katholieke mis brood en wijn werkelijk veranderen in het lichaam van Christus. Hoe is deze reductie van deze werkelijke maaltijd tot stand gekomen? In de erediensten van de vroege kerk ging men de maaltijden vervangen door erediensten met lezing en preek en dan volgde de dienst van de tafel. Er werd dan eten gebracht ten behoeve van de armen en zieken.
Deze werd later de tafel van de Heilige Geest genoemd. Men at nog een stukje brood en dronk een slokje wijn als ritueel. Na de 2e eeuw na Christus worden er van dit stukje brood en de wijn iets geheimzinnigs gemaakt. Men ging de woorden van de Here Jezus (‘Dit is mijn lichaam…’) mysterieus opvatten, d.w.z. er vond een wonder plaats tijdens het uitspreken van deze woorden, een goddelijke kracht voer in brood en wijn die dan heilsmiddelen worden.
Het wordt iets magisch. De nuchterheid en menselijkheid van de Joodse maaltijden raken vergeten en het avondmaal wordt iets voor de ingewijden, voor een elite en het wordt aldus gemythologiseerd.
Het woord sacrament doet zijn intrede vanuit de Romeinse religie en hoort dus niet thuis in ons kerkelijk vocabulaire, maar dat geldt wellicht voor meer woorden.

Reformatie
Deze heeft veel goeds (terug)gebracht, want brood en wijn mochten weer zichzelf zijn: gewoon brood en wijn. Het avondmaal werd ontdaan van het elitaire en ieder christen mocht eten en drinken. Toch heeft de Reformatie niet verder doorgezet en we zijn toch blijven steken bij het idee van het genademiddel, het sacrament en we zijn (nog) niet teruggegaan naar wat het van oorsprong was: een maaltijd die verzadigt en waarbij je elkaar ontmoet en spreekt zodat dat prachtige woord ‘gemeenschap’ (Grieks Koinonia) werkelijk metterdaad beleefd en waargemaakt wordt in de omgang met elkaar en met God. Is het toch niet zo dat in onze wijze van viering die gemeenschap meer iets hogers is, iets ongrijpbaars bijna, iets dat alleen maar innerlijk beleefd kan worden, maar dat niet naar buiten treedt? Zo zitten wij daar dan, stil, ieder voor zich in een ietwat eenzame en gespannen zelfbeschouwing.

Een vraag
Zou het niet goed, zoniet noodzakelijk zijn, om weer terug naar te gaan naar echte maaltijden zodat we met de mond smaken dat de Here goed is en werkelijk beleven dat Hij echt verzadigen kan en zodat we die gemeenschap daadwerkelijk ervaren in het elkaar ontmoeten en spreken? Een gevoel van ontspanning, misschien wel opluchting, zou door onze kerken heengaan. Dit alles in een dienst waarin de Schriften worden geopend en waarbij God in onze gebeden en liederen wordt gezegend.
Dan mogen we met grote waarschijnlijkheid beleven hoe het in den beginne was. Dat is de tijd waarin Jezus leefde en waarin de gemeente in Jeruzalem en daarna elders in de wereld, groeide en die werd gekenmerkt door kennisdrang (ze volhardden bij het onderwijs der apostelen), het zoeken van elkaar (gemeenschap), samen de maaltijden gebruiken met daarbij het gedenken van Jezus’ dood en onze uitredding uit het slavenhuis (breken van het brood) en het zoeken van God (gebeden).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief