Er is meer tussen hemel en aarde

2002-02-22
  • Jaargang 46
  • nummer 4
‘Een gebarsten spatader’ schoot het door mij heen. In en mum van tijd was er een behoorlijke plas bloed. Die was nauwelijks weg te zuigen en bemoeilijkte het zicht op het operatiegebied enorm.
Bovendien bleek hij moeilijk te bereiken.
Stilzwijgend en biddend gingen we voort. O Heer, help mij, opdat het leven van deze moeder niet onder mijn handen wegglipt’ was mijn voortdurend gebed. Het bloed bleef uit de diepte komen. Een hopeloze situatie, voor veel operateurs wel herkenbaar, denk ik. Door het vele bloed wordt het weefsel bros waardoor hechtingen moeilijk te leggen zijn…….. Na minutenlange uitoefening van druk op het wondgebied bleek de laatste hechting een voltreffer. ‘Here, onze God en Vader, dank U, dank U wel. Voor mij was er een wonder gebeurd door Zijn ingrijpen.’

Dit is zo maar een ervaring van een artsgynaecoloog, die ze vertelt in ‘Niet te geloven?!’.1) Zo heet de bundel waarin 15 artsen, een psycholoog en een priester-exorcist (‘duiveluitbanner’) vertellen hoe ze in hun werk en leven God regelmatig tegenkomen. Soms in heel gewone dingen; soms heel spectaculair.
Het is een divers gezelschap: de auteurs komen uit baptistenkring, maar ook uit heel ‘nuchtere’ kerkgemeenschappen, zoals de vrijgemaakte en de Nederlands gereformeerde.

Weggeredeneerd
Het is een bundel soms wat moeilijke – de eerste twee hoofdstukken – maar verder heel leesbare verhalen geworden.
Het boek is een idee van Arend van Vliet, die eerder tekende voor ‘Christendom onwijs?!'’ 2) Zijn opzet was een boek te maken voor met name jonge mensen die leven in een tijd waarin voor de gemiddelde West-Europeaan de onzienlijke wereld met God en de satan met zijn boze geesten uit het leven weggeredeneerd zijn. ‘Alleen wat je kunt waarnemen is werkelijkheid.’ De gedachte dat er meer is tussen hemel en aarde is aan mensen uit onze tijd niet besteed.

Ook boze geesten
In ‘Niet te geloven?!’ komen mensen aan het woord die wèl beter weten.
Die God zelf kennen vanuit hun praktijk en hun leven. Ze hebben Hem wel degelijk als realiteit ervaren! En ook boze geesten: het is heel opvallend, maar vijf van de 17 schrijvers kennen het occulte van binnenuit; ze hebben er zelf aan deelgenomen; een paar van de andere auteurs werden ermee geconfronteerd in hun artsenpraktijk.
Ze roepen je van elke bladzij toe: God is er; ik heb Hem zelf aan het werk gezien.
Ze vertellen over wondergenezingen op gebed en anderzijds over patiënten die in de macht van boze geesten waren en alleen door exorcisme (duiveluitbanning) genezen konden worden.
Waar ze als dokter machteloos waren, bleken ze als bidder soms sterk.

De aanwezige God
De wetenschap - zeker de medischeen velen in haar kielzog ontkennen dat er meer is dan je met eigen zintuigen kunt waarnemen. God is voor velen niet meer dan een hersenschim, een bedenksel van eenvoudige zielen. De artsen, schrijvers van dit boek denken er anders over. Ze hebben God bezig gezien in hun leven en in hun werk.
En ze doen er verslag van.

In hun leven
Zeker zes van de dokters die nu zo overtuigd schrijven zijn als volstrekt ongelovige of als ‘meeloper’ begonnen.
Ze vertellen hoe ze de Heer gevonden hebben of liever hoe Hij hen Zelf naar zich toegehaald heeft. Doordat Hij hun herstel gaf van een zeer ernstige ziekte of via een zeilkamp waar ze als student op onverklaarbare wijze naar toegetrokken werden.

In de praktijk
Maar vooral in hun werk hebben ze Hem ontmoet. Ze merkten zijn aanwezigheid doordat Hij ingreep waar zij niet verder konden en gebeden om genezing verhoorde op een manier die voor medici onverklaarbaar is. Veel bladzijden van ‘Niet te geloven’ getuigen ervan.
Zo vertelt drs. Kroon over een middelbare scholier die bij een auto-ongeluk zo ernstig gewond raakte dat de dokters alleen maar hersendood konden constateren. Ze staakten de medicatie en de beademing. Maar een oom van de jongen organiseerde een bidstond en de jongen is weer helemaal genezen.
Een andere gebeurtenis ontroert je ook.
Een vijfjarig meisje had door ademstilstanden een ernstige hersenbeschadiging opgelopen; zo ernstig dat ze volkomen blind en diep zwakzinnig geworden was.
‘Wie leidde het dat op een gegeven moment christenen van diverse kerken voor haar aan het bidden waren? Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn?
Op een wonderlijke manier kwam er na maanden toch weer leven in het meisje. Het eerste teken was dat ze wat psalmregels begon mee te zingen; daarna bleek ze ineens weer te kunnen zien, …………Zonder bemoeienis van artsen herstelde het meisje, totdat ze weer de oude werd en gewoon naar school ging.’ (49) Ook drs. Reis, huisarts in Den Haag, geeft veel voorbeelden van het directe ingrijpen van de Heer, waarbij de genezing van zijn eigen zoontje het meeste indruk maakt. Een auto was over het jongetje heengereden en met het achterwiel op zijn hoofdje gestopt.
Het was tijdens een tienercongres in Duitsland. Medisch gezien was er geen redden aan, maar 5000 tieners hebben God om genezing gesmeekt en Hij heeft hun gebed verhoord. (152)

Bovennatuurlijke kracht
Ik had aanvankelijk wat moeite met het relaas van Reis. De vele genezingen verlopen bij hem zo wonderlijk, terwijl hij erover schrijft alsof het vanzelfsprekend is.
Misschien moet je bij hem van de gave van genezing spreken; hij zegt zelf dat een ontmoeting met God gepaard kan gaan met bovennatuurlijke kracht. (143) Zijn bijdrage heeft me overigens wel geraakt.

Huidtransplantatie
Je leest van veel wonderen en toch..
degene die mij het meest overtuigt is de chirurg dr. Bakker. Hij schrijft over heel gewone zaken; nou ja, gewoon: een niertransplantatie; een huidtransplantatie.
Hij laat tot in detail zien hoe die dode nier na de overbrenging in het nieuwe lichaam weer tot leven komt. En vooral hoe zo’n dun, uitgerekt plakje huid zich na de transplantatie op de nieuwe plaats vasthecht en hij staat verbijsterd van verwondering.
Die verwondering weet hij over te brengen op de lezer, in elk geval op mij. Hij maakt duidelijk: dit is zo knap uitgedacht; hier moet wel een Schepper achter zitten. En hij herkent er de Here Zelf in. Overigens vertelt hij er direct bij dat zijn ongelovige collega hetzelfde waarneemt en alleen maar concludeert: ‘Toch knap van ons, of van de wetenschap of zo’. Geen God te zien. En daarmee stuit je op de waarheid die Bakker in navolging van Pascal benadrukt: De natuur zal je nooit tot de conclusie brengen dat er een God is die alles geschapen heeft. Pas als je Hem echt hebt leren kennen, zal je Hem ook in de natuur aan het werk zien.

Evolutietheorie
Het laatste hoofdstuk – van dr. Verwey sluit daarbij aan.
Hij toont de zwakke plekken aan in de evolutietheorie, waartegen nog altijd hoog opgekeken wordt, omdat alle wetenschappelijke theorieën indrukwekkend gevonden worden.
Vanuit zijn vakgebied – hij is medisch bioloog – laat hij de betrekkelijkheid van die theorieën zien. Met als voorbeelden de steeds wisselende verklaringen voor de wiegendood en voor het ontstaan van de maagzweer. Op een heldere manier maakt hij – ook voor leken - duidelijk wat de onhoudbare kanten van Darwins theorie zijn.
Zelfs atheïstische wetenschappers van naam moeten uiteindelijk ruimte laten voor een plannenmaker achter alles, al willen ze hem niet als Schepper erkennen. En daarmee past ook dit hoofdstuk in een boek dat wil laten zien dat God er echt is.

Boze geesten
Er is meer tussen hemel en aarde.
Artsen hebben God ontmoet in wonderlijke genezingen, Maar van de onzichtbare wereld maken ook boze geesten deel uit. Ook zij zijn een realiteit. Het boek getuigt ervan en waarschuwt ervoor.
Enkele auteurs weten waar ze het over hebben. Ze zijn zelf onder invloed van demonen geweest. In het sterk persoonlijk getinte hoofdstuk van drs. Van Dok-Mak, Het onbekende gebied geeft ze haar ervaringen weer. Ze vertelt over haar leven; laat zien hoe ze volledig in de ban kwam van het occulte. Bij spiritistische seances heeft ze ‘met eigen ogen gezien en met eigen oren gehoord’ dat er wel degelijk antwoord kwam van de opgeroepen dode. (104).
Ze weet van binnenuit wat helderziendheid is; haar eigen – soms gruwelijke – voorspellingen zijn uitgekomen.
Kwade machten bestáán; ze dringen de harten en de geesten van mensen binnen. En houden ze in hun greep.
Mevr. Van Dok vertelt ook hoe ze aan de macht van de duisternis ontkomen is door de ontdekking van het rijk van het licht, het rijk van God en van zijn Zoon, Jezus Christus.
Een andere auteur, de anesthesist dr. J.P. Lieverse is ook volledig in de ban van het occulte geweest, geleid door zijn gretige verlangen naar astrologie, spiritisme en andere levensgevaarlijke zaken. Ook bij hem heeft na een hevige strijd uiteindelijk het licht het van de duisternis gewonnen.

Verontwaardigd en laconiek
Anders dan Van Dok en Lieverse kent pater Van der Staay de boze geesten niet van binnenuit, maar alleen van buiten af. Hij is namelijk exorcist. Vele malen per jaar wordt hij te hulp geroepen om demonen uit mensen te verjagen, ‘gebondenen vrij te maken’.
Hij toont aan hoe groot hun macht is, hoe taai hun verzet tegen Christus, hun weigering hun prooi los te laten. De gevallen die hij beschrijft maken indruk.
Merkwaardig: aan de ene kant laat hij zien hoe boze geesten in onze tijd mensen in hun greep kunnen hebben,tot kleine kinderen toe. Vooral over het laatste schrijft hij heel verontwaardigd, maar aan de andere kant spreekt hij er haast kinderlijk laconiek over, spot hij met ‘duiveltjes’ zoals de middeleeuwers dat deden. Ik stel me hem dan ook voor als een goedlachse zuidelijke priester die gezellig vertellen kan. Zo schrijft hij trouwens ook. Heel helder vertelt hij aan de hand van een aantal voorbeelden hoe het uitbannen
in zijn werk gaat. (En hoe hij de Heer persoonlijk heeft mogen ontmoeten.)

Psychische ziekten en boze geesten
In hoeverre speelt gebondenheid door duivelse geesten een rol bij psychiatrische ziekten? Vaak wordt verondersteld dat die rol belangrijk is; patiënten denken zelf ook vaak dat ze gebonden zijn. Twee psychiaters, Sonnenschein en De Vries vertellen hoe zij daar tegenaan kijken en ermee omgaan. Beiden zijn ze erg voorzichtig in het trekken van conclusies. Met uitgewerkte voorbeelden van ziektebeelden van hun patiënten maken ze duidelijk hoe ze scheiding maken tussen psychiatrische oorzaken en gebondenheid door geesten.
En hoe ze in het laatste geval te werk gaan: Met pastorale begeleiding en ook weer exorcisme.

Niet alleen voor jongeren
‘Niet te geloven’ is in de eerste plaats geschreven voor jongeren. Je merkt het bijvoorbeeld aan de vele waarschuwingen tegen zelfs het uit nieuwsgierigheid gaan meedoen aan occulte zaken als glaasje draaien en drugsgebruik.
En aan de toon. De lezer wordt steeds met ‘jij’ aangesproken.
Bovendien is de typografie opvallend plezierig en het omslag aantrekkelijk.
De meeste bijdragen zijn gemakkelijk te lezen.3) Nadrukkelijk wordt diverse malen gesteld: Je moet niet alleen ge loven dat God bestaat, je moet een relatie met Hem aangaan.
Voor jongeren dus. Maar ook ouderen en ‘ervaren gelovigen‘ zullen onder de indruk komen van deze indringende getuigenissen over de werkelijke aanwezigheid van hun God.

1) A.J. van Vliet (samensteller), Niet te geloven?! 15 artsen over God, wonderen en onzichtbare machten. Uitg. Kok, Kampen, 2001. 255 pag. 12,80 ISBN90 435 0463 7
2) A.J. van Vliet (red.) Christendom onwijs?! 15 wetenschappers over God, geloof en wetenschap. Uitg. Kok, Kampen. Zevende druk 2001. ISBN 90 297 1426 3
3) Alleen de bijdragen van dr. D.J. Bakker, prof. J.W. Oosterhuis en dr. P.J. Verweij vergen wat meer inspanning.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief