Jan Kees Nentjes gaat de NGJ-kar trekken
2002-02-22
In het nieuwe jaar krijgt het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk een nieuwe voorzitter. Jan Kees Nentjes gaat ds Karel Smouter aflossen. Een mooie aanleiding voor een tweegesprek.- Jaargang 46
- nummer 4
Wat drijft iemand om jeugdwerk te willen gaan leiden? En hoe kijkt de scheidend voorzitter terug op de ontwikkelingen?
Jan Kees: Ik ben Jan Kees Nentjes, 25 jaar oud. Ik woon samen met m’n vrouw Ellen in Apeldoorn. Daar studeer ik theologie. Ik zit inmiddels in het vijfde jaar en hoop binnenkort DI-examen te doen. Ik heb een paar jaar evangelisatiewerk gedaan met als doelgroep kinderen van 6-12 jaar en de laatste drie jaar heb ik ervaring kunnen opdoen met het geven van catechisatie.
Ik vind het leuk en belangrijk naast mijn studie al bezig te zijn met dat soort dingen.
Karel: Jeugdwerk is een boeiend terrein.
Christelijke jongeren worden volwassen, en leren in de ontmoeting met elkaar God te ontmoeten in de Bijbel. Ik ontmoet dan ook regelmatig volwassenen die met enthousiasme terugkijken op hun tijd in de vereniging. Tegelijk is jeugdwerk steeds in beweging. Twintig jaar geleden had het vaak een soort soos-karakter. Tien jaar geleden speelden grootschalige ontmoetingen een grote rol: gospel-concerten, jeugddagen, conferenties… Nu lijkt er een beweging naar buiten op te komen. Ik hoor van evangelisatie door verenigingen, en van bijvoorbeeld dienende vakanties. Jan Kees, wat zie jij voor ontwikkelingen in jongerenland?
Kansen, risico’s, dreigingen?
Jan Kees: Ik denk dat het steeds lastiger wordt de aandacht van de jongeren te trekken. Jongeren worden volgens mij steeds kritischer. Dat is aan de ene kant niet zo erg. Ze slikken niet alles zomaar. Het maakt wel dat er van jongerenwerkers en catecheten meer gevergd wordt. Waarom zou je als jongere naar de JV gaan als je ook met je vrienden een biertje kunt gaan drinken in de kroeg? Een heel groot gevaar bij dit alles is dat ook daadwerkelijk alles van de jeugdwerkers verwacht wordt.
Dat is niet goed. Je kunt de leegloop van een gemeente niet tegenhouden door een jeugdwerker aan te stellen.
Als het jongerenwerk niet door de hele gemeente gedragen wordt, begin je als jeugdwerker niets.
Karel: Het NGJ is een heel andere organisatie geworden dan het was. Veel opener ook. Vroeger hadden we zaken als een eigen blad en een eigen jeugddag.
Nu werken we veel liever samen.
Of verwijzen zelfs door. We hebben een officiële samenwerking met het CGJO. En we zijn lid geworden van de EA. We maken graag gebruik van wat anderen hebben ontwikkeld. Rock Solid, Kings Kids, Solid Friends, Youth Alpha…, er verschijnen voortdurend nieuwe methodes. Als NGJ houden we het overzicht op zulke zaken, zodat we inhoudelijk kunnen adviseren. Jan Kees, is er in de toekomst eigenlijk nog wel behoefte aan een NGJ? Nu wordt er al veel naar andere organisaties verwezen. Wat is er eigenlijk nog zo Nederlands Gereformeerd aan het hebben van het NGJ?
Jan Kees: Er wordt inderdaad veel verwezen naar andere organisaties en er moet dus wel iemand zijn die dat doet.
Het NGJ heeft die taak binnen onze kerken zodat niet iedere gemeente voor zichzelf hoeft uit te zoeken wat de stand van zaken is in de wereld van het jongerenwerk. Zie het als een stukje dienstverlening…
Karel: Er wordt wel gezegd dat de kerkelijke vereniging een vorm van vroeger is. Uit de tijd. Maar daar zie ik niet veel van. Er zijn gemeentes waar de vereniging meer bloeit dan ooit tevoren. Alleen is de opzet wel veranderd. Wie bij een jeugdvereniging denkt aan de jonge mannenbroeders die in de damp van sigaren onder leiding van een voorzitter-met hamer zware theologische problemen te lijf gaan, heeft gelijk: zulk verenigingsleven is voorbij. Het verenigingsleven van nu is niet zo makkelijk in één portret te vangen. In de ene gemeente is de vereniging vergroeid met catechese. In de andere verzorgt ze een Youth Alpha voor schoolvrienden.
In een derde ligt het accent op bijbelstudie, op de onderlinge band, of op samen bidden. Voor het NGJ was dit twee jaar geleden reden om een werknemer met een brede vakkennis in dienst te nemen. Jan Kees, zie jij bepaalde terreinen waar in de komende jaren nadruk op gelegd moet worden?
Jan Kees: Op catechisatie en JV gebeurt meer dan alleen bij elkaar zitten en koffie drinken. Jongeren komen daar ook om dingen te leren. Over God, Jezus Christus, de bijbel, de kerk.
Belangrijke zaken die meestal volgens een vooraf uitgezochte methode aan bod komen. Het NGJ kan helpen methodes te vinden, toerusting te geven, mensen met elkaar in contact brengen etc. Het gaat nu vooral nog over jongeren van 12-18 jaar, maar er valt ook te denken aan aandacht voor geloofsopvoeding waarbij dan het accent ligt op toerusting aan ouders.
Karel: Misschien zijn de ontwikkelingen op organisatorisch gebied het best zichtbaar te maken: ik noemde al de integratie met catechese, die hier en daar te zien is. Maar ook de indeling op leeftijd verandert. Vroeger liep de vereniging overal samen op met de indeling voor de catechese: dan had je kinderwerk (tot 12 jaar), de kleine jeugdvereniging (KJV: 12 tot 16) en de ‘gewone’ vereniging (JV: 16 en ouder).
Daar zijn nu allerlei variaties op.
Catechese begint soms al op 10-jarige leeftijd, en de ‘grote’ verenigingen lopen soms niet verder dan tot een jaar of 18. Terwijl daar eerder ook wel 24-jarigen te vinden waren. Voor het NGJ reden om zich nadrukkelijk ook op 16- te gaan richten. Jan Kees, een nieuwe ontwikkeling is dat het NGJ op weg is naar een kerkelijke organisatievorm. Hoe kijk je daar tegenaan?
Ik ben daar erg blij mee. Het is goed dat het werk gedragen wordt door heel het kerkverband. Op die manier krijgt het NGJ meer bekendheid, wat met zich meebrengt dat we meer mensen van dienst kunnen zijn.
Jij geeft catechese. Zou het NGJ haar werkvlak moeten verbreden? Naast verenigingswerk catechese oppakken, en uiteindelijk de hele breedte van de geloofs-opvoeding?
Dat lijkt me heel goed. Je ziet nu al dat in veel gemeenten wordt geprobeerd de clubs, JV’s en de catechese te integreren. Dat is een ontwikkeling waar we dus rekening mee moeten houden en waar we ons in moeten verdiepen. Het lijkt me goed heel de breedte van de geloofsopvoeding in het oog te houden omdat geloofsopvoeding nu eenmaal niet bij 12 jaar begint. We zijn nu al bezig activiteiten op die manier te ontwikkelen. Samen met Radar gaan we een aantal toerustingsdagen organiseren met als thema: ‘geloofsopvoeding’. Daarover zal binnenkort nog wel meer te lezen zijn in Opbouw.