Toewijding

2006-06-23
  • Jaargang 50
  • nummer 13
‘Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’ Een messcherpe uitspraak van Jezus uit Lucas 16:13. Een kwestie van óf óf. Het poldermodel is niet van toepassing. Hier worden geen compromissen gesloten. Een onoverbrugbare tegenstelling. Het is de feitelijke achtergrond van het boek ‘De cultus van de keuze’, geschreven door de Britse predikant John Benton. Het boek heeft als ondertitel ‘Christenen in een consumptiecultuur’. Een heftig thema met religieuze proporties, getuige de term ‘cultus’. Een onderwerp dat ons dagelijks omringt, want de consumptiecultuur kom je tegen tot in de haarvaten van de samenleving. Het adagium ‘ik koop, dus ik besta’ heeft zijn tienduizenden verslagen. Winkels puilen uit. Talloze producten zijn binnen handbereik gekomen. De aantrekkingskracht daarvan gaat niet aan de deur van christenen voorbij. Oppassen geblazen dus. Benton legt de consumptiecultuur onder een meedogenloze microscoop en toont de breuklijn tussen materialisme en christelijk geloof. Hij gaat in op zaken als postmodernisme, individualisme en de macht van de media. Zijn betoog is scherp. Dat kan ook niet anders wanneer de geciteerde uitspraak van Jezus in feite de plattegrond is van het slagveld dat Benton beschrijft. De geaccepteerde materialistische waarden van onze tijd staan in het volle licht van zijn kritische schijnwerper.

De titel van Bentons boek suggereert dat ‘keuze’ gezien moet worden als sleutelbegrip in de consumptiecultuur.
Benton haalt het voorbeeld aan van een cosmeticafabrikant die ‘177 verschillende tinten lippenstift maakte’.
Ik vraag me echter af of het boek niet beter de titel ‘De cultus van het zappen’ had kunnen krijgen. ‘Kiezen’ suggereert nog iets van weloverwogenheid vooraf en trouw blijven achteraf. Je komt op een zorgvuldige manier tot een keuze – bijvoorbeeld kleur nr. 63 uit de lippenstiftreeks - en bent bereid die te verdedigen en trouw te blijven. Ook in het kader van het geloof hebben we het vaak over een ‘persoonlijke keuze’. Maar tegenwoordig wordt er gezapt. Identiteit, uiterlijk, levenspartner: als iets of iemand je niet meer bevalt, waarom zou je daar dan aan gebonden moeten zijn? Je wisselt het één gewoon in voor het ander. Geen probleem in onze wereld annex supermarkt met goed-gevulde schappen. De burger is vóór alles consument en shopt er lustig op los.

Benton ontzegt niemand de vrijheid om te streven naar geluk. Sterker nog, hij zegt: ‘het menselijk verlangen naar geluk is legitiem’. Maar hij propageert een andere levenshouding voor de christen. Eén die niet is gebouwd op consumptie: ‘De bron van zijn geluk ligt in God, niet in de dingen die hij kan kopen.’ Benton roept de christenen die omringd zijn door de cultuur van consumptie op tot een revolutionaire houding. ‘En daarom moeten wij een levensstijl vertonen die vol is van de genade en de barmhartigheid van God, zodat wij mensen op het goede spoor zetten; en juist deze manier van leven ondermijnt de gang van zaken in de wereld.’ En hij onderstreept het belang van toewijding. ‘Onze toewijding aan Jezus moet uit één stuk zijn. Volkomen toewijding is een vereiste. In onze wereld is dit iets verbijsterends, maar dit is wat Jezus gezegd heeft.’

Toewijding als wapen in handen van revolutionairen! Op de barricaden tegen de zapcultuur. En op de spandoeken staat het revolutionaire gebed uit Gezang 473: ‘Neem mijn leven, laat het, Heer, toegewijd zijn aan uw eer.’

Jan Smit

De cultus van de keuze – Christenen in een consumptiecultuur, John Benton, 2000, Uitgeverij Barnabas, Heerenveen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief