Verandert God mensen?
2002-03-08
God verandert mensen want ze komen op t.v. Maar verandert Hij u en mij ook? Paulus neemt het bepaalde christenen in Corinthe zeer kwalijk dat ze onveranderde mensen zijn.- Jaargang 46
- nummer 5
Eeuwige strijd
Het avondmaalsformulier spreekt over berouw hebben en strijden tegen de overblijvende zonde. Dat houdt een voortdurende verandering in. Maar betekent dat ook dat u verder bent gekomen sinds vorig jaar, of vijf jaar geleden? Dat u meer beantwoordt aan het doel van God, dat u meer gelijkvormig bent geworden aan het beeld van Christus (Rom. 8: 29). En als u dan met redelijke zekerheid zegt dat u niet veranderd bent, wat doet u daar dan mee? En wat moeten we daar onderling mee? Het makkelijkst is het dat we elkaar schijnbaar pastoraal bemoedigen met elkaars herkenning en begrip. Maar ben je daarmee geholpen?
Paulus komt binnen
Zitten we elkaar net in het schemerdonker over de onveranderde bol te aaien, komt Paulus binnen zetten.
Doet plotseling het licht aan en zegt: "Jullie zijn onveranderde mensen!"
En hij bedoelt het als een verwijt. In het grieks staat: jullie zijn nog vleselijke mensen. Hij heeft het tegen gelovigen die denken dat ze geestelijk heel wat voorstellen, maar Paulus noemt hen domineelopers. Want de één zegt: "Ik ben van Paulus", de ander: "maar ik van Apollos". Juist tegen hen zegt Paulus dat ze onveranderd zijn, nog geen vast voedsel kunnen verdragen.
Geestelijke groei
Van alle kanten horen we vandaag het woord "geestelijke groei" op ons af komen. Ook Paulus doet daaraan mee (Rom 8:29): Jullie zijn voorbestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon. Wil je daarnaar toe groeien, dan moet je veranderen. Maar…. geloven wij nog dat iemand veranderen kan?!
Een voorbeeld
Ik kende eens een ouderling, een nurkse man. Hij speurde met een vorsende blik vanaf zijn hogere plek de kerk rond. Een jonge vrouw die voor het eerst van haar leven in een kerk kwam vroeg na de dienst waarom die ene man toch zo boos zat te kijken. Een vrouw die hem op huisbezoek kreeg vroeg aan hem of hij niet wist dat liefde en zachtmoedigheid vrucht van de Geest zijn. "Dat heb ik nu eenmaal niet!" Einde verhaal. En iedereen wist het en… accepteerde het, zij het met tegenzin. Blijkbaar kan een kerkelijke gemeenschap heel gemakkelijk massaal niet geloven in verandering. Hij is nu eenmaal zo. Geloofde die man?
Jazeker. Ondertekende hij alle belijdenisgeschriften?
Jazeker. Kwam hij trouw in de kerk? Niemand trouwer! Bad hij regelmatig? Neem het gerust aan!
Veranderde hij? Nee. Begon hij meer op Jezus te lijken? Zeker niet. Ja, het laatste stukje van zijn leven. De laatste paar weken, toen zei hij dingen tegen de dominee, dat had niemand verwacht.
Hij veranderde, maar zo laat!
Onveranderlijkheid van een christen
Wat is dat toch. Als gelovigen zijn we voorbestemd om te worden als Hij.
We kunnen daarover machtige woordstudies aanhoren over onze metamorfose (Rom. 12:2) en andere woorden die een enorme verandering weergeven in het leven van een christen. Maar in de praktijk verwachten velen dat niemand verandert. Velen geloven in de onveranderlijkheid van een christen.
Met die praktijk doen ze zichzelf en elkaar tekort.
Een droom
Wat zou het geweldig zijn geweest wanneer deze man halverwege zijn leven was open gegaan als een bloem.
Dat de gemeenteleden volhardend hadden gezegd: "Je komt zo ruw over, zo hard, wat beweegt je, wat zit er in je? We willen voor je bidden dat de vrucht van de Geest, de liefde in al haar facetten, meer tot uitwerking komt in je leven door het werk van de Geest." Wat zou er zijn gebeurd als die drang zou zijn uitgeoefend in liefde en hij zou het hebben aanvaard.
Maar het gebeurde niet en hij bleef maar pal voor de waarheid staan.
Omdat velen in de praktijk niet geloven dat er iets grondig veranderen kan in mensen.
Voortdurende verandering
Paulus zag bij bepaalde mensen in Corinthe geen verandering. Hij zegt dan niet dat ze naamchristenen zijn, een stelletje onwedergeborenen die vast de Heilige Geest niet hebben ontvangen.
Nee, hij noemt ze broeders.
Hij weet dat het kan, dat je christen bent en onveranderd. Hij noemt hen kinderen in Christus, onnozelen in Christus. Hun oude mens is nog niet afgelegd. Ze zijn nog niet gestorven (Rom. 6), dus is het nieuwe leven nog niet aangebroken. Ze weten niet wie en wat ze in Christus zijn.
Welke richting
Verandert u? Groeit u naar het beeld van Christus toe? Vergeleken met vijf jaar geleden? Geen makkelijke vraag.
Dan kunt u zichzelf misschien toetsen aan deze vraag: Is mijn leven op weg naar de kern van het geestelijk leven: liefde voor God en liefde voor de mensen?
Of beweegt het zich ervan af?
Kom ik dichter bij God en dichter bij mensen, of kom ik verder van God vandaan en verder van mensen vandaan.
Verandering is er namelijk altijd. Maar welke kant gaat het op?