Dienaar van het Woord (I)
2002-03-08
Wij willen in een paar artikelen uitvoerig stilstaan bij de betekenis, die Prof. C. Veenhof gehad heeft en nog heeft voor kerk en theologie naar aanleiding van het feit, dat het 2 maart jl. een eeuw geleden was, dat hij in Doorn geboren werd. We proberen in dit eerste artikel een beeld te schetsen van zijn leven als predikant en hoogleraar.- Jaargang 46
- nummer 5
Als predikant
Na eerst onderwijzer geweest te zijn in Bunschoten-Spakenburg is C. Veenhof gaan studeren aan de Theologische Hogeschool te Kampen waar hij in 1932 kandidaatsexamen deed. Hij kreeg vervolgens een beroep van de kerk te Baarland en van die te Harkstede.
Het beroep naar laatstgenoemde gemeente nam hij aan. Zo deed hij op 21 mei 1933 intree in de gereformeerde kerk in dat Groningse dorp.
Die kerk was voorheen een evangelisatiepost geweest en nog maar net geïnstitueerd.
In de drie jaar, dat ds Veenhof daar gewerkt heeft, viel hij al spoedig op door zijn indrukwekkende prediking.
Hij kreeg zelfs als jong predikant een beroep naar de kerk van Groningen waarvoor hij bedankte. Daarna kwam Haarlem. Dat beroep nam hij aan. De gemeente was geschokt, omdat ze na zo’n korte tijd hun geliefde herder en leraar zagen vertrekken.
In Haarlem kon Veenhof zich ontplooien. D.W.L. Milo schreef in ‘Opbouw’ ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Prof. Veenhof o.a het volgende:’ Toen hij in Haarlem predikant werd liep de hele kerk hem na. In welk gebouw hij ook voorging- de kerk stond bol en de mensen hingen eruit. Bij de tussenzang stelde hij de zittende luisteraars voor hun plaatsen met staande luisteraars te verwisselen’.
Milo memoreert vervolgens iets uit een preek, die hij beluisterde in de Wilhelminakerk te Haarlem. Ds Veenhof preekte over de aanhef van het ‘Onze Vader’. ‘En wat hij daar zei, dat was geen demagogie en geen studeerkamertaal - dat was bloedwarme zielzorg.
Hij zei: ‘Niet alleen christenen mogen God als onze Vader aanspreken; al zijn ze in zeer bijzondere zin zijn kinderen, ze hebben niet het monopolie.
Maar alle zonen van Adam mogen hem als onze Vader aanroepen. Al hebben ze hun leven verslingerd, hun lichaam vergooid, hun geest vergiftigd en al liggen ze in de goot- dan mogen ze in hun ellende tot onze Vader roepen.
Alleen zal zijn antwoord luiden: ben ik uw vader, waar is mijn ere?(…).
Elke zondag, als je thuiskwam, voelde je iets in je afgebroken. Maar tegelijk wist je, dat op die gerooide grond wat beters was geplant. Je hield altijd een batig saldo’’. Nadat ds Veenhof in Haarlem voor een beroep naar Amsterdam had bedankt ontving hij een beroep van Utrecht, dat hij na ernstige overweging meende te moeten aannemen.
Op 3 april 1941 verbond hij zich aan de kerk van Utrecht met een preek over Hebr.12:25. Wij hebben Veenhof in zijn Utrechtse jaren meegemaakt.
Ook in de Domstad trok deze dienaar van het Woord veel volk. Met een enorme woordkeus waarin veel adjectiva voorkwamen, met muziek in zijn stem en met een aparte mimiek wist deze predikant iedere zondag de schare in een van de zeven vergaderplaatsen te boeien.
Je kwam onder de klem van zijn prediking niet uit. Zijn prediking was verbondsmatig en bevindelijk. Zijn verkondiging was doorspekt met diverse illustraties.
Via allerlei beelden bracht hij de boodschap dichter bij de gemeenteleden.
Hij preekte zo, dat niet alleen de vaders en de moeders, maar ook de kinderen er iets van meenamen.
Enkele voorbeelden: geloven is vertrouwen.
Laat een vader een kind op een kast zetten en tegen zijn kind zeggen: Spring maar, papa vangt je op!
Wat doet dat kind dan? Het springt zonder meer in papa’s armen. God ziet in Christus ons genadig aan. Wij zijn vanwege het bloed, dat zijn mensgeworden Zoon voor ons gaf, voor Hem van kleur veranderd. Het is als bij een kind, dat een snoepje in een rood doorschijnend papiertje heeft gekregen. Het wikkelt het papiertje van het snoepje af, houdt het voor zijn ogen en roept dan triomfantelijk: Nu is alles rood! Om de bedoeling van Gods verbondseisen duidelijk te maken, gebruikte ds Veenhof eens het volgende beeld: Daar is een vader, die van zijn zoontje vraagt om een zwaar gewicht op te heffen. Zou die vader dat vragen, omdat hij er schik in heeft als zijn kind zich aan dat gewicht vertilt?
Dan zou het een erg ontaarde vader zijn! Nee, die vader vraagt dat van zijn kind, omdat hij van dat jongetje de belijdenis van onmacht wil horen: ‘Vader, ik kan het niet’, maar ook omdat hij van zijn kind de bede om hulp wil vernemen: ‘Wilt U mij a.u.b. helpen?’ Veenhof oriënteerde zich o.a. op Calvijn. Hij riep eens uit: Die heerlijke Calvijn. Hij hekelde een vanzelfsprekendheidsgeloof.
Naar het woord van Calvijn drupt wanneer het evangelie gepreekt wordt met de stem van de prediker het heilige bloed van Christus op de verbondsgemeente neer.
God wil ons stellen in het witte licht van zijn heiligheid. Het Woord stoot door tot in de diepste verborgenheden en de diepste schachten van ons menselijke leven. Wie naar de preek luistert met een ontvankelijk hart, komt in de greep van de Geest van het Woord.
Sta nooit die Heilige Geest tegen!
Geschorst
In verband met de ontstane kerkelijke strijd in de veertiger jaren pakten zich steeds meer donkere wolken samen boven de hoofden van ambtsdragers en gemeenteleden. Ds. C. Veenhof en ds. M. de Goede waren samen met 28 andere ambtsdragers al geruime tijd bezwaard. Zij hadden reeds in juni 1944 verklaard, dat zij om Gods wil de confessionele binding aan de leeruitspraken van 1942 niet konden aanvaarden en dat zij de interpretatie van die uitspraken via Praeadvies en Toelichting verwierpen.
In mei 1945 gaven de bezwaarde broeders een nadere verklaring.
Zij wilden via een aanvulling laten blijken wat zij positief betreffende de aanhangige kwestie geloofden en beleden. De kerkenraad sprak als zijn oordeel uit, dat de verklaring van de bewuste broeders niets bevatte, dat met Schrift, belijdenis en kerkorde is strijd was. Hij verzocht aan de generale synode te Utrecht hetzelfde uit te spreken. Deze aanvaardde op 14 augustus 1945 de genoemde verklaring ‘mits verstaan en uitgelegd op een door de synode aangegeven wijze’.
Daar zat de angel. Veenhof onderkende dat scherp en kon niet anders dan zich losmaken van zijn eigen verklaring vanwege de toevoeging van de synode.
Ds De Goede zei, dat zodoende door de synode de bedoelde ‘Verklaring van Gevoelen’ ‘ontmand’ was. Veenhof haatte als oprechte dienaar van het Woord alle gesjoemel. Het herhalen van sommige woorden, maar zakelijk uithollen van de inhoud achtte hij terecht kerkbederf. Hij nam zijn handtekening terug. De kerkenraad schorste hem toen voor drie maanden. Ook ds De Goede werd voorlopig geschorst.
Br. J.G. van Oord was als ouderling al eerder geschorst, omdat een door hem de gemeente ingezonden circulaire door de kerkenraad werd uitgelegd als een oproep tot vrijmaking. 27 ouderlingen verklaarden zich met de geschorsten solidair. Het blijft vreemd, dat nergens een brief te vinden is waarin de schorsing van ds Veenhof is geformuleerd.
Zo ontstond in Utrecht de vrijmaking.
Wij hebben het allemaal meegemaakt.
Een zeer emotionele Veenhof preekte op zondag 19 augustus in de Remonstrantse kerk. Tevens werd vergaderd in de Bethlehemkerk. Direct na de vrijmakingszondag kwam men niet meer in de Remonstrantse kerk, maar in de hervormde Janskerk samen. Het kerkelijke leven hoe gehavend ook werd voortgezet. Er was een gemeente van zo ongeveer 1600 zielen ontstaan, die herderlijke zorg nodig had. Ds Veenhof voelde zich bevrijd al had hij veel verdriet, omdat hij een groot deel van ‘zijn schapen’ moest loslaten.
Als hoogleraar
Op 12 oktober 1945 benoemde de generale synode van de vrijgemaaktgereformeerde kerken, vergaderd te Enschede, C. Veenhof tot hoogleraar aan de Theologische Hogeschool aan de Broederweg te Kampen, samen met P. Deddens en B. Holwerda. Aan Veenhof werd het onderwijs in de ambtelijke vakken en de filosofie opgedragen.
Prof. Veenhof gaf met name aandacht aan de predikkunde. Vooral zijn preekcolleges waren vaak imponerend. Er waren bij de behandeling van ieder preekvoorstel twee verplichte critici onder de studenten aangewezen. Zij kregen evenals de hoogleraar het hele preekproduct een tijd van tevoren ter beoordeling toegezonden. Maar daarbij werden ook amici uit de zaal naar voren geroepen om hun visie ten beste te geven. Daarvoor kon dus verder iedereen in aanmerking komen.
Natuurlijk had C.V. het meteen in de gaten als je er met de pet naar gegooid had. Tot slot kwam de professor zelf aan het woord. En het kwam wel eens voor, dat het preekvoorstel niet geland was en dat hij daarom eerst maar eens de opgegeven tekst met ons ging bespreken. Bij uitzondering liet hij een preek overmaken.
Eigenlijk was dat een ondoenlijke zaak. Daarom was hij in zijn definitieve beoordeling mild. Een-en andermaal gebeurde het, dat de homileticus zelf aan het preken sloeg. Dan schreven wij niets meer op, maar dronken wij zijn woorden in. Wij werden dan overstelpt door de gigantische rijkdom van het getuigenis van Gods Geest in de Schriften. Hij gaf voorts in dat kader allerlei adviezen aan ons mee. Hij waarschuwde tegen de vervloekte hoogmoed, die juist een man op de preekstoel bedreigde. Ook in de bredere uitoefening van het pastoraat zei hij, dat wij niet op onze strepen moesten staan en de kritiek op een evenwichtige wijze moesten verwerken. Drink je niet een roes aan eigen woorden.
Denk niet, dat jij het alleen maar goed doet. Wees nederig en bereid tot permanent dienen. Wees niet moralistisch, maar luister intens naar wat de broeder of zuster te zeggen heeft. Blijf studeren in de theologie. Blijf graven in de Schrift om oude en nieuwe schatten op te delven uit die goudmijn. Wees niet te fel, maar wel praktisch in je preken. Houd goed in de gaten, dat de gemeente van een diverse samenstelling is.
Probeer jezelf te beheersen.
Gebruik niet steeds dezelfde woorden en termen, want er ontstaat op den duur een groef in de hersens van de gemeenteleden etc. Maar hij bemoedigde ons ook in het zicht van het ambt en toonde ons de heerlijkheid van de bediening van het Woord tot opbouw van Gods volk in de verwachting van de komst van de Kurios. Bij Prof. Veenhof duurde het tentamen ambtelijke vakken verschillende uren. Hij was zeer nauwkeurig in zijn vraagstelling en je moest niet in de laatste plaats zijn verschillende boeken hebben bestudeerd en kennis hebben genomen van de vele noten, die in die boeken zijn opgenomen.
De laatste periode
De laatste periode van zijn professoraat viel hem vanwege toenemende kerkelijke spanningen en discriminatie zwaar.
Soms kon hij een hele tijd zijn werk niet verrichten. Depressies kregen de overhand.
Hij zag zich genoodzaakt vervroegd emeritaat aan te vragen. Dat werd hem op de meest eervolle wijze op 1 september 1968 verleend! Maar – wie schetst onze verbijstering?- niet lang daarna ontnam de generale synode van Hoogeveen hem zijn emeritaatsrechten en werd hij uit de Academische Senaat gezet. Zijn vriend en collega Jager onderging hetzelfde lot. Bij Veenhof gold volgens de synode als grond voor deze besluitvorming het feit, dat men meende te moeten constateren, dat het met Veenhofs confessionele integriteit wel in orde was.
Alleen functioneerde die onkreukbaarheid in die fase van het kerkelijke leven niet goed. Maar als je confessioneel betrouwbaar bent waarom moet er dan nog iets aan toegevoegd worden als een soort kerkelijk plus? Schuilt daarin niet een bepaalde sectarische tendens? En ben je zo dan niet bezig wat je met de ene hand gaf met de andere hand terug te nemen? Prof. Veenhof heeft hieraan zwaar geleden, maar is niet verbitterd geraakt. Hij heeft zijn lot in de handen van zijn Zender gelegd. Het deed Prof. Veenhof als vader goed, dat zijn beide zoons hoogleraar geworden waren. Terwijl hij de laatste tijd van zijn leven na het sterven van zijn onvergetelijke vrouw in 1979 door zijn dochter in Oudemirdum liefdevol verzorgd werd, omdat een ziekte hem langzaam, maar zeker sloopte, ontsliep onze beminde en zeer gewaardeerde broeder in zijn Here en Heiland op maandag 7 februari 1983 op de leeftijd van bijna 81 jaar. Een vol en rijk leven werd afgesloten! In een volgend artikel hopen we nader in te gaan op de arbeid van Veenhof als theoloog zoals we daarvan kennis kunnen nemen via ettelijke boeken, brochures en artikelen, die hij ons heeft nagelaten.