Drie reacties op drs H. de Jong
2002-03-08
Drie ingezonden brieven over de artikelen van ds H. de Jong over ‘De Kloof en de Brug’. Als u deze artikelen nog eens wilt overlezen: ze zijn te vinden in de nummers 45/25 en 46/1.- Jaargang 46
- nummer 5
Elders in deze Opbouw reageert drs De Jong op de bijdragen van drs Peter G. Sinia en dr B. Wielenga, ook gaat hij in op onderstaande ‘ingezondens’.
Is ds De Jong ver mis?
De waarheid zal wel altijd in het midden liggen. Maar is ds De Jong nu zo ver mis? Wij leerden op de lagere school psalmversjes. Minstens 240 in zes jaar tijd. Nu ook nog? We hadden een knapenvereniging, die elke week vergaderde. Nu om de veertien dagen dus half zo veel. De jongelingsvereniging hield zich bezig met vele onderwerpen.
Nu ook nog? We leerden de catechismus, werden daarnaast ook onderwezen in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en wisten wat er in Dordt was vastgelegd. Is dat nog zo?
Wordt er niet allerwegen geklaagd over gebrek aan Schriftkennis? Laat staan wat er in de belijdenis staat.
Hoe kunnen wij anderen onderwijzen als we het zelf niet weten? Wat we bitterhard nodig hebben is gedegen kennis van de Schriften, van de tijdgeest.
Een predikant met veertig jaar ervaring zei onlangs dat hij nu meerdere avonden nodig had op catechisatie wat hij vroeger in één avond kon.
Dat we moeten worden getraind met Alpha-cursussen spreekt boekdelen.
En als je met moeite een ouderling kunt vinden of een jeugdleider? Latten we dan eerst grondig naar binnen kijken.
Want als ik geen geld heb kan ik niemand helpen elders in ons land of in de wereld. Geestelijk geld.
B.J. Koolstra, Ede
Minder evangeliseren?
Ik mis een paar belangrijke aspecten in de discussie tot dusver, vooral in de bijdrage van ds Sinia.
I
Ik hoor en lees regelmatig dat er steeds meer op de predikanten afkomt.
Predikanten geven aan niet alles meer te kunnen behappen. Daarbij komt ook dat steeds meer predikanten bij vooral de aandacht voor de ouderen de steun van hun echtgenote moeten missen. Die hebben steeds vaker zelf een baan. Zelf willen ze (begrijpelijk) niet meer 24 uur in dienst zijn.
Dat betekent dat een predikant keuzen zal moeten gaan maken. Dat is onvermijdelijk om te voorkomen dat ze zich over de kop werken. En daar schiet niemand iets mee op. Ik denk dat het goed is dat predikanten daarom hun verschillende werkzaamheden zoveel mogelijk plannen. Die keuzen moeten ze niet alleen voor zichzelf maar ook tegenover de kerkenraad verantwoorden.
Ik ben er een voorstander van dat de kerkenraad daar open over is tegenover de gemeente. Nog beter vind ik het dat de kerkenraad met de gemeente overlegt over de gewenste keuzen.
Een jaarvergadering lijkt me daar een goed moment voor. Natuurlijk hoort bij die taken van de predikant ook het brengen van het evangelie buiten de muren van de kerk. Daar moet tijd voor zijn. Bij het beantwoorden van de vraag naar de wijze waarop zal er een open oog moeten zijn voor de tijd waarin we leven en de plaatselijke omstandigheden. Ik ben bang dat ds De Jong gelijk heeft als hij schrijft dat de wereld met de rug naar het evangelie toestaat. We zullen daarmee rekening moeten houden. Ook een predikant wil zijn tijd zinvol besteden.
Er moet dus een afweging van de belangen plaatsvinden door prioriteiten te stellen. Dat kan alleen door ook rekening te houden met de situatie in de gemeente. Ik vind het denkbaar dat een gemeente met veel ouderen tot een andere afweging komt dan een gemeente met weinig ouderen.
In ieder geval moet de zorg voor in elk geval de ouderen gewaarborgd zijn. En als we vinden dat evangelisatie tijd en energie mag en moet kosten dan zullen we ook op een creatieve (andere) manier invulling moeten geven aan de zorg voor ouderen. In ieder geval is het van het grootste belang dat over dit soort dingen door predikant en kerkenraad met de gemeente wordt gesproken.
II
Hoe kan zorg (aan ouderen) een andere invulling krijgen? Bij voorbeeld door het inzette van gemeenteleden-nietkerkenraadsleden.
We zien in enkele gemeenten al dat broeders en zusters in een kring van gemeenteleden bezoeken afleggen als (pastoraal) bezoeker onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Dat geeft de predikant weer lucht. Ouderen stellen vaak het bezoek van een predikantzelf op prijs. Omdat andere bezoeken worden overgenomen heeft de predikant ruimte voor zorg op maat.
III
Plannen predikanten hun tijd wel voldoende?
Is timemanagement een begrip dat ook in de werkkamer van de predikant is binnengedrongen? Het is een goede zaak dat predikanten van tevoren aangeven hoeveel tijd ze willen besteden aan evangelisatie, aan jeugdzorg, aan ouderenzorg enz. Het goed registreren maakt zichtbaar achteraf hoeveel tijd waaraan besteed is.
Een predikant kan dan beter aan de kerkenraad en gemeente verantwoorden hoe hij zijn tijd heeft besteed. En misschien is er een reden tot bijsturen.
Duidelijkheid kan gemopper van ouderen en jongeren voorkomen. Ik zie dit niet als een kwestie van wantrouwen naar de predikant, wel van openheid.
IV
Een laagdrempelige kerkdienst, die aantrekkelijk is voor buitenstaanders, heeft ook nadelen. Ik beperk me tot de preek. Die zal eenvoudig moeten zijn, licht verteerbare kost. Maar ik, 46 jaar jong, heb ook wel behoefte aan steviger kost. En zullen ouderen, die al zolang twee keer per zondag naar de kerk zijn gegaan, dat niet in sterkere mate hebben? Dat ouderen geestelijk verwaarloosd worden lijkt me wat sterk uitgedrukt. Ik denk wel dat die verschillende behoeften niet verdoezeld moeten worden. Preken die zich zondag aan zondag richten op de gemiddelde (wie is dat?) bezoeker lijken me niet de oplossing. En wat is er op tegen van tijd tot tijd omwille van de ouderen de oude psalmberijming weer eens te gebruiken? Conclusie: evangeliseren en zorgen voor ouderen zijn beide een opdracht. Net als het zorgvuldig invullen daarvan in deze tijd. Ook nuchterheid is een gave van de Geest. Met vriendelijke groet; Jan van der Spek, Den Haag
De blijde Boodschap ook voor deze tijd!
Ds De Jong heeft enige tijd geleden aangegeven dat we als christenen meer op onze eigen winkel moeten passen: ouderen en jeugd uit onze gemeentes komen soms tekort door onze naar buitengerichte activiteiten als christenen.
Het argument dat hij gebruikte met betrekking tot zorg rondom kennis van de jeugd van de Bijbel en de zorg voor ouderen begreep ik. Zijn stellingname zette me, mede door de zorg die ik met hem deel, aan het denken.
Toch ontstond bij mij toch ook verbazing over wat hij zegt.
Ik wil kort aanstippen wat mij beweegt uiteindelijk tot een andere conclusie te komen dan ds De Jong.
A
De Bijbel, Gods Woord, is een woord voor ons als christenen, maar tevens een woord voor de wereld. Dat woord dat onder ons gewoond heeft- dienen wij, door het in deze wereld ‘te laten wonen’: d.w.z. zichtbaar en tastbaar te maken.
B
Alle mensen zijn geschapen op een relatie met God, ieders Schepper en Bestemming. Het zit a.h.w. in de natuur ingebakken om een relatie met iets boven en buiten jezelf aan te gaan.
We onthouden mensen nogal wat als we ze niet in contact brengen met dat Evangelie.
C
Door het geloof tot een zaak van de gemeente te maken en de aandacht naar binnen te richten, maak je het geloof tot een privé-zaak. En is juist in deze tijd niet een tijd van individualisme, waarin overtuigingen een privézaak zijn geworden?
D
De boodschap van de Bijbel zegt dat wie geeft, ontvangt. Voor evangeliseren geldt: wie uitdeelt ontvangt!
Het is mijn ervaring dat als groepen zich gaan bezig houden met evangelisatie dit naar binnen toe, dus naar de groep zelf toe, identiteitsversterkend werkt. M.a.w. als wij belijdend, verkondigen en voorlevend in onze samenleving staan, dan bouwt dat in de eerste plaats onszelf op: we gaan meer zien waarvoor we gaan en meer ontdekken wat we geloven en waarom.
Ds De Jong heeft het over de taal die wij spreken. Daarmee geeft hij de moeite aan om het evangelie te communiceren, hij geeft daarbij ook aan dat we een andere taal moeten leren spreken. Voelen wij ons onmachtig om aan te sluiten bij de hedendaagse ‘voertaal’? Is dat onze verlegenheid?
Maar…. zijn we ons dan wel bewust van de Boodschap voor deze tijd?
Een Boodschap die haaks staat op deze ervaringsgerichte samenleving, een samenleving waarin het gaat om het ‘hier en nu’ en het recht hebben op alles, ook leven en dood. Wij kunnen juist in deze tijd laten zien welk gemis dit met zich meebrengt en welke weg Gods Woord met ons (en deze wereld) gaat, nl een weg van barmhartigheid, onvoorwaardelijke aanvaarding, consistente ervaringen en echtheid.
* Barmhartigheid naar levens die niet (meer) waardevol lijken.
* Onvoorwaardelijke aanvaarding, ook bij het zoveelste falen. (7 x 70 maal).
* Relaties waar trouw en liefde voorop gaan.
* Ervaringen die niet van dag of uur afhangen maar van de Werkelijkheid die Hij ons geeft in Zijn relatie met ons.
* Echtheid omdat we ons niet meer wat hoeven te verbeelden, onszelf moeten oppoetsen, omdat we aanvaard en geliefd zijn …onvoorwaardelijk……..
Dit zichtbaar en tastbaar maken laat, aan mensen die God niet kennen, zien dat een bevrijd leven mogelijk is en dat we niet overgeleverd zijn aan het hier en nu en de machten en krachten die deze wereld regeren.
Alie van Dalen, Nunspeet