De predikant en zijn opleiding

2002-03-08
  • Jaargang 46
  • nummer 5
Ds J. Smit haakt in op de discussie over de opleiding tot het predikantschap.
Hij komt met iets heel nieuws.
Hij vindt dat die opleiding over een heel andere boeg gegooid moet worden.
Zijn hoofdstelling is: de tijd en cultuur is ingrijpend veranderd, dit vraagt om een ander predikantschap en dus de opleiding moet ook veranderd worden. Toen ik zijn artikelen las bekroop mij een flink gevoel van onbehagen. Allereerst: Klopt het beeld wat ds Smit schetst over de predikant van vroeger wel? Ik herken mezelf daarin niet. Ik herken ook niet het beeld wat ds Smit schetst van de opleiding van vroeger. En, wat belangrijker is, zijn beeld van de predikant van nu en de eisen die daaraan gesteld worden, daarop is m.i. ook wel een en ander af te dingen. Graag wil ik een bijdrage leveren aan de discussie.

De predikant van vroeger
Dat was de Dienaar des Woords, die qua ambt gezag had en (op zijn hoge preekstoel) zo tegenover de gemeente stond. Aldus Smit. Die doorkneed was in de ’bouwwerk’ theologie, gespeend was aan elk psychologisch inzicht en een theologie(!) van bijbelse eenvoud en doorzichtigheid miste.
Dat was de klacht van vader D.K. Smit, aldus de zoon. Maar ik heb er eens naar gekeken. Ds. D.K. Smit aan wie ik goede herinneringen bewaar, als collega predikant en een tijd lang gemeentelid, toen hij godsdienstleraar was in Emmeloord, is afgestudeerd in 1955. Dan moet hij in Kampen hoogleraren als Veenhof en Jager nog meegemaakt hebben. Wellicht ook K. Schilder en B. Holwerda. Mijn eerste bedenking is: Kun je dit bouwwerk theologen noemen? Als er mannen waren die een frisse wind door het gangbare theologiseren bliezen dan zij wel. Al bleven ze ongetwijfeld veelszins ook in de kaders van wat in die tijd gangbaar was binnen een predikantsopleiding.
Jager leerde ons de Schrift lezen met het oog op de preek. Ik meen dat hij het was die zei dat je met éen oog naar de tekst moest kijken en met eén oog gericht moest zijn op de gemeente.
Veenhof leerde ons wat prediking naar Bijbels model eigenlijk was. Zo, dat je niet met waarheden aankwam maar met de actuele boodschap van het Evangelie. Hij leerde je wat het ambt inhield. Ik heb K. Schilder en B. Holwerda niet meer meegemaakt in Kampen, helaas. Maar als er één een frisse wind liet waaien door de exegese van het O.T. dan Holwerda wel. En van Schilder is bekend dat hij meerdere heilige huisjes in de gangbare theologie omver wierp. Terwijl prof Doekes ons de belijdenis leerde lezen vanuit de Schrift. Eindeloos besprak hij de Schriftteksten waarop een ’leerstuk’ stoelde. En wat ik me van prof H.J. Schilder herinner is zijn acribie in het ons leren lezen van de Oudtestamentische boeken. Spreuk voor Spreuk leerde hij ons lezen, als evenzovele parels die schitterden. Heilshistorische verbanden in de boeken Koningen leerde hij ons zien.

Manco's
Het moet gezegd: je leerde wat catechisatie is, maar niet hoe je het zelf in de praktijk moest doen. Dat punt snijdt Smit terecht aan. Stages waren nog niet uitgevonden, helaas. En pastorale psycologie was toen nog in opkomst. Later heb ik veel gehad voor het pastoraat aan de leergang in Utrecht Pastorale Psychologie bij prof H. Jonker en diens opvolger prof Visser.
Maar met een beetje gezond verstand en een stuk wijsheid, die je je soms door scha en schande eigen maakte, kwam je een heel eind. En een predikant moet toch niet voor psychotherapeut spelen? Of maatschappelijke werker?
Gelukkig kwamen dergelijke hulpinstanties op, in de tweede helft van de vorige eeuw. Daar kon je op terug vallen. Al is het erg makkelijk als je wel wat inzicht gekregen hebt in het psychische (dis)functioneren van mensen, en van processen in groepen, en om nog iets te noemen- van wat jongeren in de groei naar adolescentie bezielt.

Dienaar des Woords
Maar wat is er eigenlijk mis met een predikant die zich Dienaar des Woords weet? Die met Paulus beseft dat de gemeente ook vandaag nog ‘’gehoorzaamheid des geloofs’’ nodig heeft?
Die weet: ik kom niet met mijn eigen mening. Ik kom met het woord van mijn Zender. Ik denk zo: als je niet vanuit dat ambtsbesef je werk kunt doen, kun je er beter niet aan beginnen.
Ook in de (post)moderne wereld van vandaag waar de waarheid relatief geacht wordt en pluriform.
Gezegend de gemeente die in zo’n wereld nog een voorganger heeft die durft te zeggen: zo spreekt de Here.
En die niet komt met: ik vind, of ik denk.
In hetzelfde nummer van Opbouw waarin ds Smit een negatief beeld schetste van de vroegere opleiding en de vroegere predikant, stonden In Memoriams van twee van zulke voorgangers, ds H. Smit en ds W.G. Visser.
Zij werden –terecht- geprezen als mannen die de gemeente zoveel meegegeven hadden vanuit het Woord. Dat kan dus blijkbaar vanaf een (hoge) kansel, die trouwens vandaag doorgaans niet meer zo domineert.
Mannen die trouwe pastores waren.
Die veel voor hun schapen betekend hadden.

Gaven
Nee, wij hadden nog geen kaas gegeten van de charismatische structuur van de gemeente. Maar we hadden wel geleerd dat er een ambt is der gelovigen.
Hoe prachtig wordt dat al in Zondag 12 van de oude Catechismus getekend. Dat leerboekje bood in nuce alles, als het over dit algemene ambt gaat. Al is het goed, dat dit ook – vanuit de Evangelische theologische hoek concreter gemaakt en uitgediept werd.
Wat dat betreft is er ook voor mij een wereld open gegaan. Mee dank zij het onderwijs van prof Versteeg en het werk van de Evangelische Alliantie.
En, toegegeven, de ambtelijke ‘ordening’ was vanouds vaak wel wat dominerend, zeker in de praktijk. Maar er zat ook iets heel moois en bijbels in.
Wat vandaag wel eens schuil gaat of zelfs teloor gaat. Die mannen op en rond de preekstoel, nog heel lang in het zwart gekleed, vertegenwoordigen Niemand minder dan God, of Christus (die overigens een Goede Herder is).
Dat mag de gemeente toch wel beseffen?
Wat is daar fout aan?

Het mooiste
Ik kan me dus niet vinden in de zwartwit tekening van verleden en heden die ds Smit maakt. Ik ben in Kampen in ieder geval doorkneed in het dienaar (!) des Woords zijn. Al deinsde ik wel even terug toen ik in het diepe moest springen. Ik heb het altijd als een geweldig mooie taak gevonden om de gemeente te onderwijzen (!) vanuit het Woord, op de preekstoel en aan de huizen. Ook in crisispastoraat heeft Gods Woord echt wel iets te zeggen, is mijn ervaring. Had ik het idee dat ik het voor het zeggen had? Geen sprake van. Maar je had wel iets te zeggen.
Het mooiste en belangrijkste wat een mens in dit leven meekrijgen kan. In al de situaties waarvoor hij/zij komt te staan.
En daarvoor was je opgeleid. Om zelfstandig het Woord van je Zender te laten spreken. Om dat goed en bijbels uit te leggen. Staande in de wereld, waarin de gemeente leeft.
Ik hoop, dat het predikantschap oudestijl in onze kerken niet afgedaan heeft als het om deze kenmerken gaat. In een volgend stuk wil ik graag nog iets zeggen over de manier waarop ds Smit de predikant van nu tekent.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief