Roel

2002-03-08
  • Jaargang 46
  • nummer 5
Het is vrijdag.
De brievenbus kleppert.
De post.
Roel, die zich verantwoordelijk voelt voor het één voor één binnenbrengen van alle poststukken, draaft naar de hal. Met een blijde kreet komt hij weer binnenrennen, Opbouw onder de arm: ‘Mam, boekje met de vis is er!’. De rest van de post laat hij deze keer op de mat liggen. First things first, tenslotte.
Hij klimt op een stoel bij de eettafel.
Met een ernstig snuitje blaadje voor blaadje omslaan. ‘Wéér een vis, en nog één!’ Ook een foto van een kerkgebouw maakt hen enthousiast: ’daar kun je pjeke en ame zinge’ - de ‘r’ is soms nog wat problematisch. De rouwadvertenties slaat hij over met een: ‘die vindt Roel niet zo heel leuk’.
Als hij het hele blad minutieus heeft doorgebladerd, slaat hij het dicht met een gedecideerd: ‘uit’. Diepe zucht en hij blijft nog even zitten nagenieten: ’mooi hè, mam?’.
Dan heeft het gewone leven hem weer in zijn greep en rent hij naar zijn auto's.
't Kan tenslotte niet altijd feest blijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief