Vermist
2002-03-22
In de hele wereld zijn de ‘dwaze vrouwen’ uit Argentinië bekend geworden.- Jaargang 46
- nummer 6
Zij protesteerden tegen de verdwijning van hun mannen en zonen.
Duizenden zijn daar verdwenen en het enige antwoord dat deze vrouwen kregen luidt: De meeste van hen die verdwenen zijn zullen wel zijn omgekomen.
Verdwijningen, jongeren en ouderen die afhaken van de kerk, het zijn er ook duizenden.
Wie mist hen, wie protesteert er, wie komt er in actie? Hier volgt een korte bezinning naar aanleiding van twee bekende stukjes uit het Paasevangelie.
We leggen naast elkaar: de geschiedenis van de Emmaüsgangers (Luc.24:13-35) en de geschiedenis van Thomas (Joh. 20:24). We beginnen bij de twee wandelaars.
Een alledaags tafereel, zo lijkt het. Als we wat beter kijken naar de achtergrond, is het vreemd wat zij doen.
Zij weten alles van de kruisiging en begrafenis van de Here Jezus, maar op de dag van de opstanding gaan ze weg!
Weten ze dan niet wat er gebeurd is?
Jazeker, want ze vertellen aan Jezus wat de vrouwen hebben gezien en gehoord.
Ze weten van het lege graf en tóch verlaten ze de kring van de trouwe volgelingen van Jezus.
Wonderlijk, niet waar? Hoewel, velen in onze tijd doen hetzelfde als de Emmaüsgangers. De christelijke gemeente viert en bezingt het wonder van de opstanding van Christus, maar zij zijn er helaas niet bij.
In Johannes 20 ontdekken we iets dergelijks. Na de engelenboodschap aan de vrouwen was Jezus aan Maria verschenen. Daarna, op zondagavond, stond Hij ineens in de kring van de discipelen. Hij toonde hun Zijn handen en Zijn zijde. De tastbare bewijzen werden voor hun ogen geleverd. Zo ontstond ook de Paasvreugde bij tien leerlingen van Jezus. Eén van de twaalf mensen die in de lichtkring van God heeft geleefd en zoveel met Jezus had meegemaakt, was afgehaakt.
Wat is het precies geweest waardoor hij wegbleef? Misschien was hij te verdrietig, teleurgesteld of verbitterd.
Misschien was hij overvallen door depressiviteit.
In elk geval kan hij geen lichtpuntje meer zien. In die moeilijke tijd zonderde hij zich af van zijn vrienden.
We zouden ook kunnen zeggen: hij zonderde zich af van de kerk. Al is het nog maar een kleine groep op die zondagavond, het is wel het begin van de kerk van Jezus Christus.
Thomas en de Emmaüsgangers, misschien zouden we hen wel de eerste kerkverlaters kunnen noemen. Deze drie waren de eersten van een lange rij. Het is teleurstellend te zien wat er in onze tijd gebeurt. In alle werelddelen groeit de kerk van Jezus Christus, maar in ons eigen land haken steeds meer mensen af. Velen leven in de duisternis, terwijl anderen in de kerk de Here Jezus Christus hebben leren kennen als hun Here. Zij hebben een eigen ervaring met God en Zijn Zoon opgedaan, waardoor ze reden hebben om Pasen te vieren: Jezus leeft en ik, nu en straks, met Hem!
Er loopt een scheidingslijn door de wereld: de mensen die leven in het Licht en die daardoor graag in de samenkomst van de christelijke gemeente willen zijn én de mensen die nog leven in de duisternis.
Wij worden geroepen om een open oog en hart te hebben voor mensen die ooit hebben afgehaakt, mensen die eens min of meer dichtbij waren.
Is er hoop voor hen? Jazeker, laten we bij Thomas beginnen.
Uit het gedeelte van Joh. 20 wordt ons duidelijk hoe belangrijk onze verantwoordelijkheid is voor elkaar. Het laat ons zien hoe belangrijk vrienden voor ons kunnen zijn. Toon Hermans heeft in een eenvoudig gedichtje een prachtige omschrijving gegeven van wat een vriend is. Hij schrijft: ‘Je hebt iemand nodig, stil en oprecht, die voor je bidt en voor je vecht. Wanneer je iemand hebt die met je lacht en met je grient.... dan kun je zeggen: ik heb een vriend.’ Zulke vrienden had Thomas.
Ze houden hem vast. Ze laten hem niet gaan. Juist als ze zelf zeker weten dat Jezus is opgestaan gaan ze naar hun vriend toe, die de ontmoeting met de levende Heer heeft gemist. Zij hebben hem gemist!
Je zou ook anders naar die tien kunnen kijken, die bij Thomas op bezoek komen.
Ze zijn namelijk ook een stukje van de kerk van Jezus Christus. Er was een samenkomst van de gemeente, maar Thomas was er niet! Zij accepteren dat niet. Zij laten hem niet zomaar gaan.
Ze blijven bij hem aandringen.
Hij moet weten dat hij gemist wordt.
Ik vraag me wel eens af of datzelfde vandaag nog wel door ons beleefd wordt of door ons heengaat als mensen om ons heen afhaken en wegblijven uit de kerken. Kunnen wij dan oprecht zeggen dat we hen missen en gaan we dat dan ook vertellen? Blijven we dan ook aandringen, zoals de vrienden van Thomas het deden? Als de hele kring van de gemeente (en dus niet alles afschuiven op de kerkenraad) daar van overtuigd is, misschien mag er dan méér gezien worden van het resultaat dat we in Joh.20 lezen. Na veel tegensputteren komt Thomas in de lichtkring van de gemeente en juist dáár krijgt hij een ontmoeting met de levende Jezus, die hem kent met al zijn twijfels en verdriet. Zijn leven wordt er anders door.
In Luc. 24 gaat het anders. De beginsituatie is gelijk. De gemeente viert Pasen, maar twee mensen leven nog in de duisternis. Bij hen zijn er geen vrienden die hen achterna reizen. Een Ander komt in actie om deze mensen te overtuigen.
Christus komt Zelf dichtbij, trekt met hen op en gaat uiteindelijk hun huis binnen en eet met hen. Intussen is er in hun harten, waar zoveel teleurstelling en verdriet leefde, veel veranderd.
Al pratend zijn hun harten sneller gaan kloppen. De Bijbel heeft daar een prachtige uitdrukking voor: ‘hun hart was brandende in hen’. Is dat het niet wat wij met hen gemeenschappelijk hebben? Als het gaat over de Gekruisigde en Opgestane Here ontvlamt de vreugde en dankbaarheid in ons hart.
De manier waarop Jezus verschijnt is heel kenmerkend is voor Hem. Heel rustig komt Hij dichtbij om een stukje met hen op te trekken. Wonderlijk, mensen vragen zich vaak af waar Jezus is, terwijl Hij soms al heel dichtbij is zonder dat we Hem herkennen, net als bij deze twee mensen. Ze waren verdrietig. Jezus wist dat en daarom gaf Hij hen, als de echte Pastor, de ruimte om hun eigen verhaal te vertellen.
Hij luisterde vol begrip en liefde.
Daarna nam Hij het woord. Gods Woord ging voor hen open. Hij liet Zich uitnodigen in hun huis en werd uiteindelijk door hen herkend bij het breken van het brood. Toen kwam ook voor hen de Paasvreugde. Mooi dat het meteen daarna duidelijk is: Dit geloof houd je niet voor jezelf, dat wil je delen met anderen, daarom zoek je de gemeenschap met je broeders en zusters.
Samen mogen we leven in het Licht.
Om over na te denken/praten:
1. Leeft in uw eigen hart de vreugde en zekerheid dat Jezus Christus de dood voor ons heeft overwonnen?
2. Betekent dit ook dat u vol vertrouwen kunt sterven en dat u niet meer bang bent voor de dood?
3. Hebt u oog en hart voor mensen die niet meer naar de samenkomst van de gemeente komen? Worden zij echt gemist en is er bij u een gemeenschap die er alles aan doet om er bij hen op aan te dringen weer mee te gaan? Zo niet, hoe zou dit dan kunnen veranderen?
4. Als kerkmensen het vandaag laten afweten of als mensen onbereikbaar voor ons zijn, zou Jezus Christus dan Zelf nog naar hen toegaan?
5. Welke dingen delen wij met onze broeders en zusters?
| De redactie realiseert het zich: als er een prijs zou zijn voor de meest gelezen bijdragen aan ons blad, dan zouden de meditaties niet zo erg veel kans maken. Dat kunnen we jammer vinden, met het is nu eenmaal zo. Daarom is besloten voortaan kiezen voor een andere opzet, waarbij vooral op het gebruik in gezinnen en op Bijbel- en gesprekskringen wordt gemikt. Om die reden worden in het vervolg gespreksvragen, stellingen e.d. aan de overdenkingen toegevoegd. De studies en meditaties zullen in principe toegespitst worden op de praktijk van het volgen van de Heer. We menen dat de hernieuwde opzet van pagina drie daarmee in een extra behoefte voorziet. Redactie Opbouw |