Dienaar van het Woord (III)

2002-04-05
  • Jaargang 46
  • nummer 7
Honderd jaar geleden werd professor C. Veenhof in Doorn geboren en wij, Nederlands Gereformeerden, hebben bijzonder veel aan hem te danken.
Drs O. Mooiweer, emeritus-predikant te Enschede, heeft Veenhof meegemaakt.
Als mens, als predikant, als hoogleraar. In een aantal artikelen belicht ds Mooiweer het belang van professor Veenhof voor de generaties na hem. In deze Opbouw zijn derde bijdrage in de reeks ‘Dienaar van het Woord’.

Het karakter van de prediking
Vooral op de prediking heeft onze leermeester zich in zijn theologisch bezig zijn gespitst. Prediking is voluit bediening van het Woord. Dus geen dienst áán het Woord, maar dienst ván het Woord. God gebruikt de mond van een zondig mens om zijn Woord verder te brengen de wereld in. Zo wordt de boodschap van het evangelie verkondigd.

Wat is een evangelie?
Ter beantwoording van die vraag vertelt Prof. Veenhof in een artikel in ‘Opbouw’ een ware geschiedenis. Ik geef hem graag het woord: ‘Eens moest in het oude Griekenland een klein leger dappere burgers de strijd aanbinden tegen een overmachtige, Perzische armee. Die was het land van de Grieken reeds een heel eind binnengedrongen. Dat mammoetleger trok onweerstaanbaar verder. Heel Griekenland hield bij het horen van het onheilspellende nieuws de adem in. De dag waarop de beslissende slag zou worden geleverd verdrongen de achtergebleven burgers van Athene zich met de vrouwen en de kinderen op de stadsmuren. Athene lag het dichtst bij de plek waar over het lot van Griekenland zou worden beslist.
Wat zou de dag brengen? De spanning was bijna niet meer te dragen.
Het ging ook er op of er onder. En dan opeens, tegen de avond, komt heel in de verte een enkele man aanrennen.
Met ongelofelijke snelheid.
Als hij zo dicht bij de stad is gekomen, dat de mensen hem kunnen verstaan, roept hij met alle kracht één woord: NIKE, overwinning! En dan barst op de muren van Athene opeens een onbeschrijfelijk gejubel los. De mensen zijn volkomen buiten zichzelf van vreugde. Ze weten niet meer wat ze doen! Het wonder is geschied. De vijand is verslagen. De overwinning is behaald. Het land is gered. Ze beleven die onbegrijpelijke heerlijke werkelijkheid tot in het diepste van hun ziel.
De overwinning is naar hen toegekomen.
Ze is om zo te zeggen over hen uitgegoten, in hen neergedaald. Ja, die is met onweerstaanbare kracht hun hart, ziel, leven binnengedrongen. Zij en hun stad zijn er vol van. Ze zijn allemaal overwinnaars. Ze zijn andere mensen geworden. Zie, dit alles is met hen geschied, is in hen gekomen door dat ene woord, dat woord overwinning.
Daardoor, daarin werd wat op dat slagveld geschied was naar hen toe gebracht en hun leven ingedragen. Dat woord was in feite, in konkreto voor hen de overwinning. Daardoor deelden ze in de overwinning. Daardoor werden ze overwinnaars. Daardoor bleven ze vrije Grieken. Welnu, de Grieken noemden speciaal zo’n woord, zo’n bericht waarin een op de vijand behaalde overwinning naar de achter geblevenen werd toegedragen een Evangelie’.
Zo heeft de blijde boodschap van het evangelie niet slechts betrekking op allerlei dingen en gebeurtenissen in de wereld en in het mensenleven. Nee, het evangelie van Jezus Christus raakt de relatie van de mensen tot God en heeft daarom eeuwige betekenis. Het gaat zelfs de hele mensheid aan. Niemand kan er meer onderuit. En als het goed is WIL men er ook niet meer onderuit.

Als een heraut
Iemand heeft eens opgemerkt, dat er in het Nieuwe Testament zeker wel dertig woorden te vinden zijn, die op de een of andere manier de akte van de verkondiging aangeven. Het feit, dat wij maar één woord meer hebben, nl. het woord preken moet wel als een zekere verarming worden beschouwd.
Zo wordt het woord evangelie-brengen vaak in de Bijbel voor de prediking gebruikt.
Het gaat daarbij over wat gebeurd is in de heilsgeschiedenis. Denk bijv. aan Lucas 2, het Kerstevangelie.
De engel brengt aan de herders het evangelie, dat de blijde boodschap bevat. Dat goddelijke woord heeft direct betrekking op de goddelijke daad van de geboorte van Christus.
Maar met het genoemde woord is een ander woord sterk synoniem, nl. verkondigen als Heraut. Dat wordt gebruikt om de komst van een koning of een feest aan te kondigen. Het wordt ook gehanteerd voor de officiële bekendmaking van een besluit of verordening en dan wel zo, dat deze daardoor rechtskrachtig wordt. Eigenlijk is het meer afkondigen dan aankondigen.
Het is proclameren. Zo moeten wij het preken van Jezus waardoor het Koninkrijk van God wordt gerealiseerd benaderen.
En dat geldt niet minder van de apostelen daarna en van de dienaren van het Woord thans. Want Christus bleef en blijft door deze gezondenen spreken. In Romeinen 10:14,15 geeft Paulus dit overduidelijk aan. En dan schrijft Veenhof in dat verband: ‘Het specifieke van deze prediking is nu, dat zij is proclamatie. Ze is niet in eerster instantie een lerend, vermanend, stichtelijk, esthetisch of wetenschappelijk woord. Nee, zij is proclamatie.
Dat wil zeggen: in en door de prediking wordt dat wat gepredikt wordt werkelijkheid, komt het als beslissende factor het leven in van hen, die het horen. Als een heraut de kroning van een koning uitroept, dan wordt die kroning werkelijkheid voor hen, die het horen. Daardoor ‘ontvangen’ die hoorders een koning, daardoor worden zij onderdanen. Als een heraut een feest aankondigt dan breekt zich in de verschijning van die man het feest baan.
Een heraut roept het feest uit, ja, maar hij brengt het tegelijk met zich, in zich mee… Welnu door de prediking, in de prediking als proclamatie van het koninkrijk Gods, komt dat koninkrijk, dat is Jezus Christus en al het door Hem verworven en in Hem voorhanden heil, soeverein het leven in van allen, die het horen’.

Het effect van de prediking
De verkondiging van het evangelie heeft niet steeds het gewenste effect.
Maar de gedreven hoogleraar in de ambtelijke vakken heeft er met klem op gewezen, dat er geen tweeërlei Woord is. God heeft niet een aparte boodschap voor hen, die bezig zijn behouden te worden en een selecte boodschap voor hen, die bezig zijn verloren te gaan. We moeten oog hebben voor de specifieke natuur, het eigenlijke ambt van de prediking van het evangelie.
In en door hun afwijzen van de levende Christus wordt dat woord der prediking voor de ongelovigen een apparaat van het verderf! Maar in hen, die geloven, wordt precies datzelfde Woord overeenkomstig Gods eeuwig welbehagen en door de kracht van zijn onoverwinnelijke genade, in de weg van het geloof, het waarachtige leven! Dat voltrekt zich allemaal door dat ene Woord, dat in de naam van de HERE verkondigd wordt. Deze dingen accentueerde Veenhof eens in een preek over II Cor. 2:14-17. En hij memoreert in dat verband dan de visie van Calvijn. Het Woord komt niet naar de wereld om te verdoemen, maar om te behouden. "Alleen door de schandelijke misdaad van het ongeloof wordt het een instrument van het verderf.
Het IS licht, levenwekkend licht, maar het verblindt de goddelozen en verschroeit ze. Het IS een rots van het behoud, maar het wordt een steen waar velen tegenaan stoten en zich te pletter lopen". We zullen dit nooit begrijpen, maar we dienen het wel ten volle te honoreren wanneer we nadenken over het karakter van de verkondiging!
Ik merk, dat ik ook deze keer nog niet tot een afronding kan komen.
Daarom zal er nog een artikel moeten volgen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief