'We hebben vertrouwen als hypotheek'

2002-05-17
  • Jaargang 46
  • nummer 10
De Landelijke Vergadering van Amersfoort heeft een Vertrouwensen Adviescommissie ingesteld. Dat is een commissie van drie wijze mannen, die conflicten binnen onze kerken kunnen helpen oplossen. Zijn er in de Nederlands Gereformeerde Kerken dan zoveel conflicten? Is deze nieuwe commissie een noodgreep?
Commissielid Bram Wattèl denkt dat dat wel meevalt: ‘Het is niet zo dat het zo vreselijk slecht is. Het is slechts inspelen op signalen’.
Voor Opbouw had ik een gesprek met twee van de drie leden van de Vertrouwens- en Adviescommissie (VAC): Piet Blokland en Bram Wattèl. Net als het derde commissielid, ds. Jan Bouma, zijn deze broeders in het verleden voorzitter geweest van een Landelijke Vergadering.
Een verslag.

Wat is de VAC?
Wattèl legt uit, dat de commissie is ontstaan vanuit een bezinning op de rechtspositie van predikanten. Deze rechtspositie is vooral van belang, wanneer er conflicten zijn tussen een kerk en haar predikant. De landelijke vergadering (LV) van Amersfoort heeft daarom geprobeerd nauwkeuriger te omschrijven wat de rechtspositie van predikanten is. Vanuit de kerken kwam vervolgens de wens om als kerkverband niet alleen iets te regelen voor wanneer een conflict uit de hand is gelopen, maar om ook iets te kunnen betekenen voor partijen in een beginnende conflictsituatie.
Er moest een mogelijkheid komen voor ‘mediation’. Dit heeft geleid tot het instellen van de VAC.
Wattèl vat de kerntaak van zijn commissie samen als ‘in een zo vroeg mogelijk stadium advies geven bij opkomende geschillen’. Hij benadrukt dat mediation – of zoals hij zelf liever zegt: ‘bemiddeling’ - wat anders is dan arbitrage.
Bij arbitrage speelt er iets van dwang: beide partijen leggen zich bij voorbaat neer bij de uitkomst van de arbitrage. Bemiddeling vragen van de VAC betekent echter dat beide partijen op basis van vrijwilligheid proberen er samen uit te komen.
Uit het reglement dat pas is opgesteld, blijkt volgens Wattèl het handelsmerk van de VAC: zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid.
Van alle gesprekken worden verslagen bijgehouden, ‘zodat er geen spelletje gespeeld wordt’. Blokland vult aan: Er is ook altijd instemming van alle partijen nodig.

Kan een regio-vergadering de hulp van de VAC inroepen, als zij een beslissing moet nemen over een conflict tussen een predikant en een kerkenraad?
Wattèl ziet dat niet zo snel gebeuren.
Formeel, omdat dat niet in de opdracht staat die de VAC heeft gekregen van de LV. Inhoudelijk, omdat de VAC als het goed is al in een eerder stadium wordt ingeschakeld. De regio vergadert in zo’n geval meestal over de ‘voorwaarden waaronder’ predikant en kerkenraad uit elkaar gaan. Als daarover vragen zijn, kan de regio terecht bij de Commissie Rechtspositie Predikanten.
Blokland ziet wel mogelijkheden voor een regio om twee partijen terug te verwijzen naar de VAC, als er mogelijkheden zijn tot herstel.
Andersom ziet Wattèl ook de mogelijkheid, dat de VAC zou kunnen doorverwijzen naar de regio-vergadering: Onze taak is om partijen bij elkaar te brengen. Maar ons advies kan ook zijn, dat losmaking nodig is. Dat zal de LV wel niet direct voor ogen hebben gehad.
Maar, we hoeven niet koste wat kost een geschil op te lossen door partijen tot elkaar te brengen.

Zijn er ook conflicten die de VAC liever niet in behandeling neemt?
Wattèl denkt niet dat de de commissie snel iets een ‘flutgeschil’ zal noemen.
Het uitgangspunt is namelijk dat de betrokkenen zelf bepalen wanneer en waarom de VAC wordt ingeschakeld.
De commissie zelf is daarin passief.
Wel zal het in het algemeen gaan om ‘dat type conflict, dat, als het voortwoekert, leidt tot arbeidsongeschiktheid of losmaking’. Blokland: Veel conflicten tussen predikant en kerkenraad komen voort uit een verschil in wederzijdse verwachtingspatronen.
Wattèl: We zullen daarom ook altijd ‘heel goed kijken’ naar wat er in de beroepingsbrief staat, want daarop kun je de predikant aanspreken. Wel is het werk van de predikant enorm veranderd. De VAC kan ook doorverwijzen, bijvoorbeeld door predikant en/of kerkenraad het advies te geven een cursus te gaan volgen.

Een kerkenraad en een predikant zijn bij de VAC op gesprek geweest. Een beginnend conflict is uit de weg geruimd.
Er zijn afspraken gemaakt om in het vervolg op goede voet verder te gaan. Maar…binnen een paar maanden na het laatste VAC-gesprek komt één van de partijen de afspraken niet na. De kwestie komt nu op de regio.
Mag de regio dan teruggrijpen op het werk dat door de VAC is gedaan?
Wattèl: In ons reglement staat dat alle betrokken partijen zich verplichten tot geheimhouding. Een regio-vergadering krijgt dus geen informatie van de VAC tenzij alle partijen daarvoor schriftelijk toestemming geven.
Blokland herinnert eraan, dat binnen de VAC vertrouwelijkheid en zorgvuldigheid centraal staan. Wat met de commissie wordt besproken, mag dus niet ‘op straat’ terecht komen. Ook Wattèl vindt vertrouwen essentieel voor het werk van de VAC: Niemand mag later ‘aan de haal gaan’ met dingen die met de commissie zijn besproken.
Om een conflict te kunnen bespreken, moet je openheid hebben.
Een predikant is bovendien extra kwetsbaar, omdat zijn ‘brood’ op het spel staat.

Wat heeft de VAC concreet te bieden?
Waar komt u mee in aanraking?
Wattèl denkt in de eerste plaats aan het verbeteren van de onderlinge contacten en van de werksfeer. Ook kan een advies worden gegeven over een betere verdeling van de taken en over het volgen van cursussen. Blokland: Het gaat om het creëren van openheid, die nodig is om samen verder te kunnen. Wattèl: De commissie moet bij het zoeken naar een oplossing niet alleen rekening houden met het functioneren van de gemeente als zodanig, maar ook met de afhankelijke positie van de predikant. We hebben te maken met ‘ongelijke partijen’, want een predikant kan niet zomaar een andere functie zoeken. Bovendien treedt in het kleine NG-kerkverband snel ‘stigmatisering’ op. Volgens Blokland valt het werk predikanten zwaar, omdat zowel de gemeente, als de buitenwereld, als de predikant zelf in de loop der jaren veranderen. Wattèl merkt op, dat de persoon van de predikant steeds belangrijker is geworden. De kerkleden worden bovendien veel kritischer.
Dat leidt ertoe, dat het aantal conflicten steeds toeneemt.
Bovendien zijn er door een stuk inwendige saecularisatie steeds minder mensen, die zich als ambtsdrager willen inzetten voor de kerk. Er wordt daardoor nog meer geëist van predikanten.
Blokland vindt, dat het type predikant veranderd is. Een predikant vergelijkt zich steeds vaker met mensen die een normale baan hebben.
Wattèl: ‘Als we predikanten krijgen die alleen maar een baan hebben van acht tot vijf, dan zijn we verkeerd bezig’.

Geeft u ook aandacht aan de geestelijke kant van de zaak? Een stuk pastorale zorg?
Volgens Wattèl zal er inderdaad ook aandacht zijn voor de geestelijke dimensie.
Met een predikant zal worden gesproken over zijn roepingsbesef.
‘Naar mate je meer oog hebt voor je roeping, wordt de tobberigheid minder’.
Wattèl moet in dit verband denken aan een tekst als Hebreeën 13:17.
Zorgen kerkenraad en gemeente ervoor dat hun predikant het werk met vreugde kan doen?

Uw commissie heeft nog een tweede taak gekregen van de LV, namelijk ‘dienstverlening ten behoeve van de (her-) plaatsing van predikanten’. Hoe denkt u concreet invulling te geven aan deze taak?
Wattèl: Deze tweede taak is eigenlijk een ‘merkwaardig punt’ dat ‘via de achterdeur’ bij de hoofdtaak van de VAC is gevoegd. ‘Daar doen we nog even voorzichtig mee’. De commissie stelt zich terughoudend op en zal zeker niet actief voor een predikant een nieuwe gemeente gaan zoeken.
Eventueel kan de VAC namen van predikanten doorgeven, als een gemeente daarom vraagt. Het voornaamste bezwaar bij deze taak is, dat er in een klein kerkverband weinig mogelijkheden zijn om een predikant en een gemeente met elkaar in contact te brengen. ‘De tamtam werkt voortreffelijk’.
Wel komt er een handreiking over de vraag ‘Hoe doe je netjes beroepingswerk?’.

U gaat dus een handreiking voor het beroepingswerk schrijven. Is dat nodig?
Wattèl denkt dat ook bij het beroepingswerk de kernwoorden zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid centraal moeten staan. Concreet: ‘Ik vind dat je geen informatie mag inwinnen bij mensen rondom een predikant, zonder zijn toestemming’.
Blokland denkt dat er veel onduidelijkheid bestaat over het beroepingswerk.
Bijvoorbeeld over de verantwoordelijkheid van de kerkenraad en over de taak van een beroepingscommissie.

Krijgt u het druk?
Wattèl denkt dat het zeker in het begin niet zo druk zal zijn. Hij schat in, dat je veel moed moet hebben om naar zo’n nieuwe commissie toe te stappen.
Voor Blokland is de centrale vraag, of men vertrouwen heeft in ‘deze drie mensen’. Want ‘we hebben vertrouwen als hypotheek’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief