Een tijd om te helen
2002-05-03
Op 6 april begon de synode van Zuidhorn van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Precies 35 jaar geleden, in april 1967, begon er ook een synode van deze kerken, die van Amersfoort-West. Daar voltrok zich de scheuring die leidde tot het ontstaan van de Nederlands Gereformeerde kerken.- Jaargang 46
- nummer 9
De synode van Zuidhorn vindt bij haar ingekomen post een brief van prof. J. Douma waarin hij aandringt op schulderkenning over de gebeurtenissen van 1967. Niet eerder in de afgelopen 35 jaar werd er zo’n oproep gedaan door een bekend en gerespecteerd ethicus (!) theoloog, die ook nog eens spijt heeft van zijn persoonlijk aandeel in de kerkelijke twist van toen.
Tegelijkertijd ligt er een revisieverzoek van H.G. van der Weijden van dezelfde strekking, met een positief advies van de particuliere synode van Noord-Holland.
Rondom die brief bleef het merkwaardig stil, althans publiek. Totdat de opening van de synode naderde – alsof deze toch nog even een duidelijk advies mee moest krijgen. Prof. Trimp noemde de brief in Nader Bekeken (aangehaald in het Nederlands Dagblad van 23 maart) verkeerd gepresenteerd en daarom niet doeltreffend en gaf daarvoor een aantal argumenten. En hij is de enige niet die er zo over denkt.
Overigens bespeuren wij ook bij Trimp wel een lichtpuntje: hij noemt de actie van prof. Douma ‘goedbedoeld’. Niet onvermeld mag trouwens blijven dat er ook heel andere geluiden te horen zijn, bijvoorbeeld van de kant van de ethicus (!) drs De Bruijne in De Reformatie.
Behandelen of niet?
Voor het eerst wordt een vrijgemaaktgereformeerde synode dus van twee kanten tegelijk gevraagd om een serieuze stap te zetten in de richting van heling van de breuk en verwerking van de pijn uit het verleden. Wat moet zij doen? De zaak in behandeling nemen of niet?
Het antwoord kan zowel ja als nee zijn, en in beide gevallen kan het synodebesluit winst opleveren.
In eerste instantie dachten wij: laat de synode deze gelegenheid niet verspelen door vast te houden aan formele bezwaren of aan argumenten die een eenzijdig perspectief verraden dan wel inmiddels hun kracht hebben verloren.
Immers, hoe onvermijdelijk de breuk van 35 jaar geleden - waardoor de vrijgemaakte kerken in één klap 30.000 leden kwijt raakten – ook was na de polarisatie in de jaren ’50 en ’60, zij is in onze tijd achterhaald.
De Nederlands Gereformeerde kerken zijn niet achter vrijzinnige theologen als Kuitert aangemarcheerd (zoals prof.
Trimp in de jaren ’60 suggereerde), maar hebben zich ontwikkeld tot een gemeenschap die op een open en ontspannen wijze kerk van Jezus Messias wil zijn, komend vanuit de gereformeerde traditie en juist daarom open voor correcties en aanvullingen op eenzijdigheden en ontsporingen in deze traditie.
De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt hebben hun exclusieve ware-kerk-gedachte achter zich gelaten en kenmerkten zich in het afgelopen decennium door openheid voor intensieve samenwerking en samengaan met andere christenen en door nieuwe bezinning op de eigen positie.
Beide kerkgemeenschappen worstelen met dezelfde uitdagingen die onze tijd aan de kerk stelt: hoe kerk te zijn in trouw aan Jezus op een eigentijdse manier, welke levensstijl of –stijlen passen christenen, hoe lezen we de Bijbel, hoe passen we Bijbelse richtlijnen op allerlei complexe ethische vraagstukken, welke plaats heeft de jeugd, hoe om te gaan met samenwonen en echtscheiding, enz.
De oorzaken die de breuk destijds onvermijdelijk maakten – contacten met de Gereformeerde Kerken (synodaal), ruimte voor discussie over bepaalde formuleringen in de belijdenisgeschriften – zijn kwesties waar vrijwel niemand van de jongere generaties ook maar één uur van wakker ligt. De meeste vrijgemaakten en nederlands gereformeerden hebben er 35 jaar na dato geen idee meer van wat er in de omstreden Open Brief heeft gestaan.
Mochten ze er toch belangstelling voor hebben, dan zijn ze waarschijnlijk niet eens in staat zijn om hun kinderen uit te leggen waar destijds de knelpunten zaten.
Van vergeving naar verzoening
Maar de tijd heeft meer gedaan. In de afgelopen tien jaar is ook het verwerkingsproces in beide kerken verder gekomen.
Dat werd gestimuleerd door de toegenomen samenwerking in allerlei organisaties waar men elkaar (weer) tegen kwam, door de activiteiten van het Gereformeerd Appèl, en niet in de laatste plaats ook doordat – beiderzijds van de breuk - boeken verschenen als ‘Vuur en vlam’, ‘Een kerk ging stuk’, ‘Kinderen van één Vader’ en ‘Een breuk te ver’. De kerkleden leerden zich te verplaatsen in het perspectief van de andere partij.
Om verdere toenadering (herkenning en erkenning als kerk van Jezus Messias) mogelijk te maken, is het goed, oud zeer te verwerken. Het zijn de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt die in de jaren 1967-69 met ter synode genomen besluiten de relatie met de later zo genoemde Nederlands Gereformeerden hebben verbroken. Dat men aan beide kanten in allerlei situaties in de fout gegaan is, dat zal vandaag niemand meer bestrijden. Daar gaat het ook niet om. Nu is van belang dat men ook in vrijgemaakte kring steeds meer gaat erkennen dat de synodale besluitvorming niet geheel van schuld is vrij te pleiten. Dat is een verheugende ontwikkeling.
Want schulderkenning effent de weg naar vergeving en vergeving de weg naar verzoening. Paulus was de Joden een Jood, de Grieken een Griek. En Jezus leerde ons dat als we geprest worden om één mijl met iemand mee te lopen, we er twee moeten gaan.
Daarom: wat zou het mooi zijn als deze synode deze stap durfde te zetten.
En, om nog één stap verder te gaan: wat zou het mooi zijn als de synode op deze manier ook de weg zou vrijmaken om destijds veroordeelde voorgangers te rehabiliteren terwijl ze nog leven.
Blijven praten
Toch blijft het mogelijk dat de synode de behandeling van de verzoeken afwijst.
Maar is dat een reële optie? Is een afwijzing in het huidige klimaat van toenemende onderlinge erkenning en toenadering een begaanbare weg? Zal in dat geval voor de jongere generaties de kloof met officieel-kerkelijke uitspraken niet nog groter worden dan hij al is? Daarom ligt het o.i. veel meer voor de hand dat de verzoeken in de synodale molen terecht zullen komen.
Maar synodale molens malen langzaam en uit de aard der organisatie bovendien formeel. Er zullen zomaar langdurige discussies ontstaan over deze revisieverzoeken. Of ze al dan niet ontvankelijk zijn. Of ze al dan niet voldoende beargumenteerd zijn. Of ze aan alle eisen voldoen die een revisieverzoek doorslaggevend maken. En intussen wordt het verleden dunnetjes over gedaan zonder dat de Nederlands Gereformeerden er bij zijn. Voor we het weten zijn we weer twee of drie synodes verder.
Het is waar, het zou kunnen blijken dat de synode rijp is voor revisie van de besluiten van 1967-69. In dat geval kan deze synode een historische stap vooruit zetten. Maar de kans is groter dat dat niet het geval is. Dat een commissie de hele zaak grondig gaat onder zoeken en gaat rapporteren aan de volgende synode. En misschien aan de daarop volgende synode. Intussen gaat de tijd door. Jonge – en oudere! - mensen ontmoeten elkaar over de kerkgrenzen heen. Plaatselijk zal de toenadering verder gaan. Ontmoetingen in allerlei organisaties zullen toenemen.
Daarom zou de synode in ieder geval een belangrijke en moedige stap moeten nemen: de landelijke gesprekken met de Nederlands Gereformeerden voortzetten en plaatselijk contact stimuleren.
In deze weg van elkaar opnieuw leren kennen en van verdergaande hartelijke samenwerking kunnen ook de besluiten van destijds gemakkelijker samen onder ogen worden gezien.
Dus: synode, doe wat. Of u de verzoeken nu wel of niet in behandeling neemt, bedenk in ieder geval een weg om het klimaat tussen beide kerkgenootschappen te verbeteren. Zoek de leiding van de Geest en wees creatief.
Zeker, in de kerk moet alles in goede orde verlopen. Maar als die -orde de vrede niet dient, laat ons dan de vrede zoeken boven de orde.
Drs. P.H. Siebe is Nederlands Gereformeerd en schreef een hoofdstuk over de Open Brief in ‘Vuur en vlam, aspecten van het vrijgemaakt-gereformeerde leven 1944-1969’, deel I.
Drs. W.P. Kruijswijk is lid van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) en redacteur van de rubriek voor de kleine oecumene Samen verder in het digitale ‘Bij de Tijd’.