Kerklied ... of niet (2)

2002-05-03
  • Jaargang 46
  • nummer 9
‘Ander ziek’. Acht jaar geleden is het, dat mijn oudste dochter van toen nauwelijks twee met een enkel woord duidelijk maakte dat mijn muzikale smaak niet langer de hare was. Of ik een andere CD wilde opzetten en de peuter wist ook precies welke: ‘Liedjes met een hoepeltje er om’. Dat er in de acht jaar die volgden niet veel veranderd is, bleek afgelopen zondag toen haar jongste zus van vier ineens met de CD ‘Geneefs Psalter’ in de handen stond. Dwars tegen alle huisregels in was die uit de CD-speler gelicht, want madame vond het tijd voor wat anders - ‘Weet je dat de lente komt’. Zo gaat dat dus in onze huiskamers. Want smaken verschillen en we hebben muzikaal grenzeloos veel te kiezen.

Koning en Kruidvat
Dat was in vroeger eeuwen wel anders, want als er toen muziek klonk, dan was dat zo live als het maar kon - in kroeg en kerk en op het land.
Toonaangevende musici als Palestrina, Monteverdi, Schütz en Bach zullen in de dorpen en gehuchten van Europa wel onbekende grootheden zijn geweest.
Daarvoor moest je in de kerkelijke en politieke centra van die tijd zijn - in de paleizen en de kathedralen.
Maar sinds een kleine honderd jaar is er op dit punt voor gewone stervelingen veel veranderd. Radio en grammofoon en later cassetterecorder en cdspeler rolden van de lopende band en maakten van elke huiskamer een muzikaal paleis. Op de momenten dat het ons schikt gaan we er voor zitten en kunnen met een kleine handbeweging de muzikale meesters laten opdraven met dat wat ze aan moois te bieden hebben. En dat is niet weinig! Bach, Händel en Mozart compleet, want anno 2002 vind je voor een paar Euro veel moois tussen de pillen en de pleisters.
Zodat ik tijdens een kerkdienst bij een hoorbaar moeilijke regel uit gezang 268 of 271 wel eens heb gedacht: een bezoek aan de bekende drogist zou menigeen hier goed kunnen doen.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over muziek, die minder zwaar op de hand is. Muziek die rondzingt in de winkelcentra - vanaf dat de zaak opengaat totdat zij sluit - maar ook gedurende de luttele seconden dat je telefonisch wordt doorverbonden. Het is de lichte of populaire muziek, waarvan onze cultuur doortrokken is geraakt. ‘Ander ziek’, zoals mijn dochter in haar peutertaaltje zei. Dat alles overziend kun je maar één ding zeggen: muzikaal gezien zijn we de koning te rijk geworden.

De kloof
Dat is de stand van zaken, waar je volgens mij ook niet om heen kunt: wat is er in één mensenleven qua muziek veel veranderd in onze cultuur! In zekere zin is er sprake van democratisering van de muziek - van paleis naar woonhuis.
Muziek voor miljoenen!
Daarnaast zie je een sterke individualisering, want het gigantische aanbod in stijlen en genres geeft jong en oud optimale ruimte om naar eigen smaak muziek te kiezen. Door netjes je eigen CD’s bij elkaar te kopen of langs de brede weg van internet de nummers van je keuze ‘van het web te plukken’ en zo je privé-CD’s te branden.
Dr. Smelik signaleert zulke veranderingen ook in het boek, dat ik in de vorige Opbouw al de nodige aandacht gaf.
1) Smelik schrijft: ‘De opkomst en verspreiding van wereldlijke en religieuze genre’s van lichte muziek onder protestanten hebben er aan bijgedragen dat vooral de jongere generaties vervreemdden van de kerkmuzikale traditie. In het algemeen ontstond er een kloof tussen de muziekcultuur die protestanten ‘s zondags en doordeweeks tegenkwamen.’ (p.274). Een kloof dus en geen kleintje ook! Daarna somt Smelik enkele veranderingen in het kerkmuzikale op. Zo is de kerk in de afgelopen eeuw de psalmen ritmisch gaan zingen, kreeg de cantorij in de diensten zijn inbreng met meerstemmige muziek en nog wat van dat soort zaken. Dat is allemaal prachtig en mooi, maar daarmee - en dat voelt Smelik ook heel goed - overbrug je helemaal niets. Ik herinner me ook wel reacties van jongeren uit vrijgemaakte kring, die ergens wel blij waren met de invoering van het liedboek, maar tegelijk de honderden gezangen tegen de achtergrond van de psalmen ervoeren als meer van hetzelfde. Dat gevoelen is helemaal terug te leiden op de kloof, die Smelik en de zijnen met enige verontrusting signaleren, zonder constructief op zoek te gaan naar nieuwe kaders voor de muziek die we als gemeente zingen. Daar komt het althans in dit boek niet van.

Het mysterieuze
Laat ik, voor ik verder ga, de geslagen kloof ook een beetje mogen relativeren.
De hele kerkgeschiedenis door zie je namelijk wel iets van die kloof. Denk aan de eeuwen dat alleen de monniken en de koren de psalmen zongen en de gewone man in de officiële liturgie genoeg had aan zijn oren.
Zelf zingen deed hij buiten de kerk, zodat het religieuze leven van de mensen iets tweepoligs kreeg - enerzijds de officiële liturgie en anderzijds de volksvroomheid, die ook veel sterker door de cultuur werd beïnvloed. Ik las in het hoofdstuk over de katholieke gang van zaken na 1550, dat men aan het begin van de 20e eeuw die tweepoligheid niet als hinderlijk ervoer.
Martin Hoondert 2) schrijft: ‘De gelovigen beschouwden de liturgie als een mysterieus geheel, iets van een andere wereld. Men vond het dan ook niet vreemd dat er een afstand was tussen de liturgie enerzijds en de cultuur waarin men leefde anderzijds’. Ik vind dat een waardevol punt, dat ik ook herken in de aantrekkingskracht, die de oosters-orthodoxe liturgie op sommigen onder ons uitoefent. Of anders wel de Taizé-diensten en de gevoeligheid voor rituelen, stiltes en het zichtbare (onlangs het symposium ‘kunst in de kerk’ in vrijgemaakte kring). Ik neem er uit mee dat, als het gaat over Gods heil en onze wereld, je van een kloof ook weer niet tevéél moet opkijken.

Lef
Maar de kloof ligt er wel en het scherpst komt dat uit als je de psalmen aanzet tegen de muzikale achtergrond, die ik hierboven schetste. Doordeweeks gaat iedereen muzikaal zijn eigen gang en ‘s zondags zingen we als samengekomen gemeente de psalmen op melodieën uit de 16e eeuw, in Straatsburg en Genève geschreven binnen een tijdsbestek van dertig jaar.
Ook hier even halt voor een woord van bewondering, want ik vind dat de eerste gereformeerden met hun berijming wel lef hebben gehad - Calvijn voorop. Komend uit een katholieke traditie met vrijwel alleen koorzang en een goegemeente voor wie het zingen vreemd was, kwam de Geneefse reformator op de gedachte om álle 150 psalmen te berijmen. Dat gebeurde door vaklui (zowel in het talige als het muzikale) en het resultaat was van een rijke variëteit, zowel in verslengte als in het metrum. Voor de 150 psalmen waren maar liefst 125 melodieën nodig!
Het was een unieke greep, want elders in Europa ging men andere wegen. In de Nederlanden had je in de 16e eeuw de Souterliedekens, psalmberijmingen op bekende melodieën. Zo was Psalm 117 gezet op een kuis ‘Benedicamus Domino’, maar menige oorspronkelijke tekst was te zwoel om goed te rijmen met de nieuwe inhoud. Dat was de oplossing dus niet en Datheens berijming op de Geneefse melodieën deed de Souterliedekens snel vergeten.
In het lutherse Duitsland zong men niet meer dan een selectie uit de psalmen (b.v. de 130e, liedboek gezang 19). Soms was dat in een vrijere vorm, met nieuwtestamentische spitsen (b.v. psalm 46, liedboek gezang 401).
Weer heel anders was de uitweg, die men in Engeland vond. Daar kwam men tot het zogenaamde ‘Metrical Psalter’. Alle 150 psalmen werden vier of zesregelig berijmd met steeds hetzelfde metrum (8 6 8 6 of 8 8 6 8 8 6).
Met die aanpak was een enkele melodie voldoende om het hele psalmboek te zingen, al groeide het melodieënbestand in de loop van de tijd wel aan tot enkele tientallen.

Platteland en rimboe
Psalm 130 Uut die diepten O Heere, Myner benauwtheit groot, Roep’ ick tot u gaer seere, In mynen angst end noot.
Heer wilt myn stem’ verhooren Want het nu tydt sijn sal laett kommen tot u’ ooren, Myn klachtigh bidden al.

Saai zult u misschien zeggen, steeds datzelfde patroon. Maar daar staat tegenover dat aan deze kant van de Noordzee de eeuwen door is geklaagd over de moeilijkheidsgraad van de psalmmelodieën uit Genève. Het viel niet mee, zeker niet op het platteland, waar weinig scholing was. Als gevolg daarvan werd er langzaam en op hele noten gezongen.3) De berijming van Datheen hielp ook al niet mee, want deze dichter deed te weinig met de cadans van halve en hele noten (zing voor de aardigheid maar eens even het eerste couplet van psalm 130 uit Datheens berijming, dat hierboven op deze pagina’s is afgedrukt). In elke psalm was het wel een paar keer raak en dat vind je in de nieuwe berijming toch niet meer, uitzonderingen daargelaten (b.v. de knullige eerste regel van Psalm 84:6). Dat alles maakte dat het zingen van de psalmen niet altijd even gemakkelijk en vreugdevol was.
Al is er ook hier de andere kant van de medaille. Een paar jaar geleden werd ik verrast door een radio-programma met opnames uit de rimboe van Nieuw-
Guinea waar Papoea’s fier de Geneefse melodieën zongen. Zelf hoorde ik in het Afrikaanse Bangui onze psalmen terug in de typisch Afrikaanse meerstemmigheid.
Met veel elan! En op een vrijgemaakte school in Amersfoort leren mijn (niet meer dan modaal-muzikale) dochters zonder al te veel moeite wekelijks hun psalm. Als vanouds! Die kant is er ook - bij alle klaagzangen over de geneefse psalmen tot op vandaag toe.

Monopolie-positie
Toch poets je daarmee niet weg, dat we met een eigenaardige erfenis zitten: een complete collectie berijmde psalmen met melodieën uit een wel héél smal tijdsbestek. Lange tijd hebben de psalmen onder ons ook nog eens een monopolie-positie gehad,4) al is die periode bij ons Nederlands Gereformeerden met de komst van de gezangen en het evangelische lied inmiddels afgesloten.
Ik denk dat er uit deze nieuwe situatie winst te behalen is, want een monopolie-positie is nooit gezond en een beetje concurrentie kan, ook als het gaat om het kerklied, geen kwaad. Ik heb dan de jongeren voor ogen, die de psalmen saai en weinig aanstekelijk vinden (en de meeste liederen uit het liedboek ook). Hebben ze daarin ongelijk? Luister op een zondag maar eens naar uzelf en naar de eigen gemeente.
Als er gezongen wordt in de trant van ‘als de Heer vandaag niet terugkomt, dan komt Hij morgen wel’, dan moet u zich er maar niet te hard over verbazen dat jongeren liever opwekkingsliederen zingen. Alle reden om onder deze kritiek van de volgende generatie maar eens goed rechtop te gaan zitten. Om er vervolgens voor te gaan in een geest van ‘al is er hier ook maar één die de psalmen saai vindt - aan mij zal het niet liggen!!’.
Gezonde concurrentie - wie weet hoe het zingen van de psalmen en gezangen daar van opfleurt. De gemeentezang kan wel een beetje opwekking gebruiken, zo is mijn indruk.

Alternatieven
Maar ook aan het repertoire zullen we moeten werken, waarbij ik vooral denk aan drieërlei verbreding. Ik zie in de eerste plaats mogelijkheden voor de onberijmde psalmen. Die zijn te vin den onder de evangelische liederen (b.v. ELB 6), maar zeker ook elders.5) Verrijkend vind ik verder de psalmfragmenten, bijvoorbeeld ‘Dit is de dag’ (Psalm 118, ELB 425) en ‘Als een hert’ (Psalm 42, ELB 8). Ook in andere stromingen (Taizé, Gezangen voor Liturgie) zijn veel van zulke mooie bijbelse kernwoorden uit de psalmen te vinden, die je ook nog eens vrij snel uit het hoofd kunt zingen.
Als het om berijmingen gaat, dan zou ik - als alternatief voor ons Geneefs psalter - wel iets willen proberen in de trant van dat Metrical Psalter.
Daarvoor zouden de psalmen (of een selectie daaruit) opnieuw moeten worden berijmd en dan dus met niet meer dan een paar verschillende metrums.
Als het kan ook wat directer en moderner dan in de Liedboekversie. Bij het zoeken naar geschikte melodieën zou wat mij betreft voorrang mogen worden gegeven aan vaklui uit de lichte muziek. ‘Ander ziek’ dus, zodat je in de dienst een keuze krijgt uit lichtere en meer klassieke melodieën en het psalmzingen niet per definitie wordt vereenzelvigd met 16e eeuwse melodieën.
6) Al zou ik dat traditionele Geneefse oeuvre er wel heel graag compleet bij willen houden. Als je er wat mee vertrouwd bent geraakt heeft het grote zeggingskracht. Maar niet langer als enige en als het goud van oud wel gezongen wordt dán met pit en innerlijke overtuiging. Al gaat dat laatste op voor alles wat we zingen ... ter ere van God!

Noten
1) Jan Luth, Jan Pasveer, Jan Smelik (redactie), Het kerklied, een geschiedenis.
2) Het artikel van dr. Hoondert behoort met die over de Anglicaanse, de Lutherse en de Calvinistische traditie tot de vier langere bijdragen in het boek. Korter zijn de artikelen over ‘Vroege kerk en middeleeuwen’, de oud-katholieke en de doopsgezinde traditie met als nadeel dat het soms wat teveel een opsomming wordt van commissies en liedboeken. Bij de breder opgezette artikelen krijg je meer achtergrond mee.
3). J.R. Luth verdedigde in Emden onlangs de stelling dat de protestanten vrijwel vanaf het begin op hele noten hebben gezongen en in feite pas sinds 1946 ritmisch (ND, 9 april 2002).
4} Officieel natuurlijk de hele bundel, maar in de praktijk een brede selectie. Probeer maar eens om uit de eerste vijftig psalmen 7, 11, 13, 20, 28, 39, 41 en 45 ten gehore te brengen. Dat zal 9 van de 10 Opbouw-lezers niet lukken, zo schat ik optimistisch in. Op de synode van Dordrecht 1618 is het voorstel gedaan om het aantal melodieën terug te brengen tot 23, zo meldt Luth in het genoemde ND artikel. En dat soort voorstellen zijn ook in later eeuwen gedaan. Ook de vraag om een berijming op nieuwe melodieën is niet nieuw. Vooral in de hervormde kerk uit de 17e en 18e eeuw werd deze oplossing geregeld bepleit (p.236,255).
5) In het onberijmde zijn er meer mogelijkheden, bepaald niet aan één genre gebonden. Wie vorig jaar de Opbouwdag bezocht - ‘Zingt voor de Heer’ - herinnert zich ongetwijfeld de onberijmde psalm teksten in de vertaling van Gerhardt-Van der Zeyde. Bij die opzet is een koor nodig, waarbij de gemeente de refreinverzen kan zingen. Dat geldt ook voor de engelse chant-achtige wijze van psalmzingen, zoals het Kings College Choir de ‘Psalms of David’ wel op de plaat heeft gezet. Koenraad Ouwens heeft alle 150 psalmen voorzien van zulke melodieën uit de traditie van de Anglican Chant (Een uitgave, die verkrijgbaar is bij de Stichting Centrum voor de kerkzang).
6) Een soort assemblage-techniek dus; zie verder voor het Metrical Psalter: www.cgmusic.com/workshop/index.htm

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief