Een vrouw met een rugzak
2002-04-19
Aan een groep catechisanten vroeg ik onlangs ‘Als jij reclame zou moeten maken voor onze kerk, welke positieve dingen van onze gemeente zou je dan benadrukken?’ In antwoord op die vraag werden verschillende dingen genoemd. ‘Dat er clubs zijn; dat er veel kinderen en jongeren zijn; dat het gezellig is, dat we over de Here God horen’. Temidden van al deze antwoorden hoorde ik ook iemand zeggen: ‘Volgens mij zou de beste manier van reclame maken voor onze kerk het houden van interviews zijn.- Jaargang 46
- nummer 8
Gewoon, gemeenteleden vragen wat ze denken en vinden’.
Ik denk dat die jongen gelijk heeft.
Persoonlijke getuigenissen spreken het meest aan. Mond tot mondreclame werkt het beste. Winkels, clubs, vakantiebestemmingen etc. kiezen we vaak omdat we daar van familieleden, vrienden of bekenden positieve berichten over hebben gehoord.
In Joh.4 gaat het over een vrouw die ook aan mond tot mondreclame doet.
Ze prijst geen produkt of kerk aan, maar een mens. Ze spoort de inwoners van haar woonplaats Sichar aan met haar mee te gaan om de meest bijzondere mens aller tijden te ontmoeten.
‘Mensen kom mee, Ik heb de Messias ontmoet. Het is Jezus. Zoals hij is niemand.
Hij heeft mij alles gezegd wat ik gedaan heb. Zou Hij niet de Christus zijn? Luister maar…
’t Was vanmiddag rond 12uur dat ik Jezus bij de Jacobsbron heb ontmoet.
Ja, ik weet het, jullie vinden het heetst van de dag een belachelijk tijdstip om water te putten. Maar ik kan niet anders. Ik ben het geklets en de blikken van alle vrouwen uit onze stad meer dan zat. De meesten kijken me met de nek aan. Ik hoor ze fluisteren: ‘Kijk daar heb je haar, ze is al aan haar zesde man bezig en is met deze is ze niet eens getrouwd. Een schande is het. Wat een sloerie!’ Nou, alsof ik zelf voor zes mannen heb gekozen.
Daar kiés je toch zeker niet voor. Ik had me het, toen ik nog jong was, heel anders voorgesteld. Verliefd worden, trouwen, samen kinderen krijgen, samen opa en oma worden, samen oud worden, dat was mijn droom.
Maar het liep zo heel anders. De dood heeft me op de hielen gezeten, meer dan eens stond ik aan het graf . En ik kan je meer dan één scheidbrief laten zien…. Al die jaren ben ik verdrietig geweest, heb ik me afgewezen en eenzaam gevoeld.
Goed, omdat er zo over mij geroddeld wordt, ging ik dus om 12 uur, op het heetst van de dag, naar de put. Dan is er verder niemand, want iedereen houdt siësta. Tenminste, dat dacht ik.
Maar tot mijn stomme verbazing was daar ook een Jood. Een man met een heel vriendelijke uitstraling. En geloof het of niet, maar hij begon zomaar tegen mij te praten. Een man die met mij, een vrouw praat en dan nog wel een jood ook. Zie je het voor je? Later zag ik de leerlingen van rabbi Jezus.
Zij konden absoluut niet begrijpen dat Jezus met mij, een vrouw en dan nog wel een Samaritaanse, in gesprek was.
Wat keken die mensen verschrikkelijk afkeurend..
Maar Jezus discrimineert gelukkig niet.
Hij keek me liefdevol aan. Hij heeft mij mijn waardigheid als vrouw teruggegeven.
Enfin, we kwamen in gesprek.
Opeens had hij het over levend water.
Hij sprak: ‘Van het water dat ik je kan geven krijg je nooit meer dorst’. Maar toen ik zei: ‘ Meneer, geef mij dan maar van dat levend water’, begon hij opeens over mijn persoonlijke omstandigheden te praten. Ik heb die man nooit ontmoet, maar hij bleek mijn leven woord voor woord te kennen. Hij wist van mijn vijf mannen en bleek ook op de hoogte te zijn van de man met wie ik niet getrouwd ben, maar met wie ik nu samenwoon.
Ik dacht: deze man moet wel een profeet zijn. Anders weet je zoiets toch niet!? Ik ging Hem steeds specialer vinden en kreeg opeens ook zicht op mezelf.
Plotseling zag ik de gebrokenheid van mijn bestaan en ook mijn eigen aandeel daarin levensgroot voor me.
Mijn scheldpartijen, mijn gebrek aan invoelend vermogen, mijn eigenwijsheid En ja, dat ik nu niet getrouwd ben, maar samenwoon is natuurlijk ook niet goed. Door de ontmoeting met deze man zag ik mezelf als zondares en wilde op mijn knieën voor de Almachtige. Vergeef mij, wees mij toch genadig!
Maar… maar wáár moet ik nou bidden?, dacht ik. Wij Samaritanen bidden immers op de berg Gerizim, op de plek waar vroeger onze tempel stond. ’t Doet nog steeds pijn dat ons heiligdom zo’n 150 jaar geleden door de Joden is verwoest.
Deze profeet is echter een Jood, zij hebben hun heiligdom in Jeruzalem en aanbidden daar. Wat is nou juist?
Moet je nou in Jeruzalem zijn of op de Gerizim? Daarom vroeg ik: ‘Profeet, kunt u mij de weg wijzen?’ Weet je wat hij antwoordde? Dat voortaan niemand meer naar een heiligdom hoeft om te aanbidden. Echte aanbidders zijn zij, die aanbidden in geest en waarheid, zei Jezus.
Hij merkte trouwens wel op dat wij Samaritanen in tegenstelling tot de Joden, een verkeerde voorstelling van de Eeuwige hebben en dat het heil uit de Joden is. Opeens flitste Deut.18 door m’n hoofd. Je weet wel, dat gedeelte waar het bij ons in Sichar op catechisatie zo vaak over ging. Tegen Mozes zei de HERE immers: ‘Een profeet zal Ik uit hun verwekken uit het midden van hun broeders, zoals gij zijt.; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen wat Ik heb gebied’. Nou, toen ik bij de bron Jezus hoorde spreken dacht ik: Hier is de man die aan Mozes is beloofd.
Hier is hij die alle godsdienstige problemen voor ons zal oplossen. Ja hier is de Messias. Deze man is vol van de Heilige Geest en brengt de waarheid aan het licht.
En toen, toen gebeurde het wonder!
Jezus zei: Ik, die met u spreek, ben het!
Echt, dit is het mooiste moment uit m’n leven! Jezus is de beloofde Messias, Hij is zo bijzonder dat jullie Hem ook moeten ontmoeten! Kom mee! Op naar de beloofde Messias. Ach, ik bedenk trouwens opeens dat ik mijn kruik bij de put heb laten staan, zo vol ben ik van Hem! Mijn leven is, dankzij de liefde van Messias Jezus, helemaal anders, helemaal nieuw geworden. Kom mee en ontmoet Hem zelf!’
Aanwijzingen voor bespreking:
-Wanneer er zich in de kring een vrouw bevindt, zou die het relaas van de Samaritaanse hardop kunnen voordragen.
-Welke passage spreekt je het meest aan en waarom?
-Welke positieve punten springen eruit als het om jouw eigen gemeente gaat. Waar kan het volgens jou anders of beter? Langs welke wegen zijn zulke idealen te bereiken?
-Wordt er in jouw (kerkelijke) omgeving geroddeld? Hoe ga je daar zelf mee om?
-Je zou kunnen zeggen dat deze vrouw een enorme rugzak met zich meedroeg.
Een rugzak vol mooie, maar vooral ook vol verdrietige, pijnlijke, teleurstellende ervaringen.
Ervaringen waarin ook zonde een rol speelt. Op de één of andere manier dragen ook wij zo’n rugzak met ons mee. Lukt het je die rugzak te legen?
Zo nee, wat blokkeert je dan? Zo ja, hoe doe je dat dan en wat ervaar je daar dan bij?
-Het valt op dat Jezus Zich langzaam maar zeker aan deze vrouw openbaart.
Daarin zit een stukje groei. Eerst ziet zij in Jezus niet meer dan een vermoeide Joodse man. Een man die haar kennelijk meer te bieden heeft dan zij Hem, namelijk levend water.
Vervolgens ziet zij in Jezus een profeet en tenslotte doet Hij haar denken aan de Messias. Pas dan zegt Jezus: Ik ben het. Jezus heeft deze vrouw langs de weg van geduld en liefde naar de volle openbaring van Zijn Persoon en Wezen geleid.
Vertel hoe het in jouw leven zit met groei in de kennis van en vertrouwelijke omgang met Christus.
-De Samaritaanse wordt dankzij de ontmoeting tot een fontein van levend water. Dankzij haar getuigenis komen er in Samaria mensen tot geloof. Heb jij wel eens een gesprek waarin het gaat om wie de HERE voor je is; wat Hij voor jou heeft gedaan en doet?
Zo nee, waar liggen dan blokkades?
Zo ja, kan je dan iets van je ervaringen daarmee delen?
-Wat heeft het te zeggen dat Jezus door Samaria moest gaan? (vs.4)