De vrijgemaakten en Bram van Dijk

2002-04-19
  • Jaargang 46
  • nummer 8
In het Nederlands Dagblad van 30 maart 2002 schreef hoofdredacteur P.A. Bergwerff een hoofdartikel over de verontrusting binnen de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Hij haakt daarbij in op een interview in het Reformatorisch Dagblad, waarbij gewag wordt gemaakt van de oppervlakkigheid die breed zou heersen binnen deze kerken én over de indruk dat 'de overdracht van de gereformeerde leer stokt'. Dit vraaggesprek vond plaats aan de vooravond van de Synode van Zuidhorn.

Datgene waar de vrijgemaakten zo trots op waren (of: waar men zo dankbaar voor was, het is maar waar je het accent legt) wordt in het interview in het RD fors onderuit gehaald. Geen wonder dat veel kerkleden verontrust zijn. 'Alles' waar ze ooit pal voor stonden wordt ter discussie gesteld. Er zijn vrijgemaakten die het Nederlands Dagblad niet meer lezen en die de Gereformeerde politiek voor gezien houden.
Ook de 'eigen' krant en de 'eigen' partij zijn immers niet meer veilig.....

Ook óns thema
Als Nederlands Gereformeerden kunnen we vanaf de zijlijn een tikkeltje arrogant commentaar leveren. We hadden het altijd al gedacht en achteraf krijgen we nog gelijk ook..... Dat laatste is overigens zeer de vraag en bovendien is het niet de weg die we moeten gaan. Die verontrusting van veel vrijgemaakten is bovendien ook de verontrusting van onze eigen Bram van Dijk ('Opbouw', 9 november 2001).
Alles wat ooit aan reformatorisch erfgoed werd doorgegeven wordt zomaar door allerlei predikanten en kerkenraden van tafel geveegd. Het Woord moest het doen en we krijgen een toneelstukje te zien.... We stonden toch pal voor de Gereformeerde leer?
En nu wordt er opeens evangelisch gedacht en gezongen. Hoe kan dat nu? En niemand die in de gaten heeft hoe het ervaringsgerichte denken verwoestend doorwerkt in onze kerken.
Nee, Bram van Dijk is er bepaald niet gerust op. Maar ja, in de vrijgemaakt-Gereformeerde kerken rommelt het ook al. Dat is ook al geen alternatief meer. Moet hij zich dan maar in de beslotenheid van zijn eigen huis op gaan sluiten?

Wereldsgezindheid
Ook Bergwerff maakt in het Nederlands Dagblad melding van verontrustende signalen. Het kerkbezoek in de tweede dienst loopt terug en veel gemeenten hebben moeite om ambtsdragers te vinden. ‘Terwijl geloofskennis en geestelijk onderscheidingsvermogen afnemen rukken allerlei vormen van 'wereldsgezindheid' op.’ En - schrijft de hoofdredacteur -: ‘Wie verontrust is over deze ontwikkelingen vindt ons aan zijn zijde.’ Tegelijkertijd stelt Bergwerff direct een andere vraag aan de orde. Want waar richten veel verontrusten zich op? De bezwaren gaan over het zingen uit het Liedboek, de introductie van nieuwe orden van dienst, een nieuw huwelijksformulier, het uitspreken van de zegen door preeklezende ouderlingen. Dat zijn inderdaad wezenlijke zaken, maar -vraagt hij zich afrechtvaardigen deze kwesties de grote woorden die door verontruste vrijgemaakten in de mond worden genomen? Nee dus.....

Samen delen?
Letterlijk betekent communicatie: iets samen delen. Slaagt Bergwerff er in om zijn verontruste lezers te bereiken?
Hoewel hij schrijft dat het wezenlijke zaken zijn blijkt dat zijn woorden bij een deel van de lezers hun doel missen.
Men voelt zich onbegrepen, er wordt dus ook niet gedeeld. S. de Marie uit Berkel vindt dat aan de bezwaarden geen recht wordt gedaan (Nederlands Dagblad, 6 april 2002). Zijn belangrijkste argument is het onderscheid dat de hoofdredacteur van het ND maakt over belangrijke en minder belangrijke zaken. Hij mist daarbij de weergave van de inhoud van die bezwaren.
Nu is dat gemakkelijk gezegd, maar hoe zou een hoofdredacteur in één kolom de inhoud van de vele bezwaren kunnen weergeven? Hij kan daarin slechts een algemene tendens signaleren.
Vervolgens noemt De Marie een aantal voorbeelden van bezwaren (de zondagsrust, de liedkeuze). Ten aanzien van de interkerkelijke samenwerking stelt hij dat er met de Nederlands Gereformeerden geen sprake kan zijn van samenwerking, want dat betekent 'het tolereren van de dwaalleer en het tegenstaan van de opdracht van Christus'. Het zijn forse woorden die door hem verder (óók) niet inhoudelijk worden toegelicht. Zijn kritiek op de teneur van het hoofdartikel van Bergwerff wordt samengevat met een hard oordeel: ‘zo worden bewust de oren toegesloten voor waarschuwingen voor de noodtoestand’.

Wat is Gereformeerd?
Ongeveer 25 jaar geleden schreef ds. C. van der Leest het boekje 'Wat is Gereformeerd?' In deze publicatie maakte de predikant een onderscheid tussen wezenlijke en minder wezenlijke zaken in het leven binnen de Gereformeerde Kerken. Waar moet je je druk om maken en wat is minder belangrijk?
Op zichzelf is een dergelijk onderscheid geen onzin, het probleem is wél dat juist het maken van dit onderscheid aanleiding geeft tot allerlei spanningen.
Op het moment dat de één een zaak als minder belangrijk typeert voelt de ander zich miskend. Als een gemeentelid tegen Bram van Dijk zegt: 'Waar maak je je druk over?' heeft Van Dijk direct het gevoel dat zijn argumenten niet serieus worden genomen. Ter vergelijking: voor iemand met muzikale talenten komt de vorm van de kerkmuziek heel precies, terwijl de ander niet eens hoort dat de toonzetting kan verschillen. Als het gemeentelid met minder muzikale aspiraties de kritiek dan afdoet met 'als er maar gezongen wordt' voelt het gemeentelid 'met een muzikaal gevoelig oor' zich direct niet serieus genomen.

Wat is belangrijk?
Wat voor de één belangrijk is, is voor de ander dus veel minder belangrijk.
Omgekeerd: wat de één als marginaal ziet voor het leven als christen, zal de ander heel essentieel vinden. Het lijkt er op dataarmate veranderingen sneller gaan- een deel van de gemeente meer zijn houvast zal gaan zoeken in het vertrouwde, het bekende. Vaak zijn het de zichtbare en hoorbare delen van de eredienst waar de discussie zich dan op gaat richten. Zo ontstond er in een Nederlands Gereformeerde kerk in 1970 een felle discussie toen de dominee niet meer in zwart pak preekte. In 2002 zeggen we in onze kerken: was dát nu belangrijk? Maar in die tijd was het voor een aantal leden van de gemeente wél belangrijk. Op zijn minst moet er in de discussie dan een brug geslagen worden: erkennen en verwoorden dat zaken voor de ander wél belangrijk zijn, ook al zie je dat zelf niet zo. Helaas garandeert dat niet dat je elkaar dan ook echt bereikt, want ook de erkenning door Bergwerff dat het om wezenlijke zaken ging was voor S. de Marie onvoldoende.
Als mensen elkaar niet meer kunnen volgen ontstaan er binnen de kerken bastions die zich voor elkaar afsluiten.
Zo verwijt De Marie in zijn bijdrage in het Nederlands Dagblad Bergwerff dat deze bewust de oren toesluit. Vrij vertaald interpreteer ik dat als kwade wil: hij kent de argumenten van de bezwaarden, maar wil ze expres niet benoemen. Als we op die manier met elkaar omgaan kunnen we elkaar inderdaad niet meer bereiken.

Mildheid en ootmoed
Bergwerff legt in zijn hoofdartikel de vinger bij een bijzonder gevoelige plek.
‘Secularisatie kan ook tot uiting komen in de wijze waarop men stem geeft aan zijn opvattingen. Waar mildheid en ootmoed ontbreken, waar het (op) zoeken van de 'tegenstander' ontbreekt, daar ontbreken de vruchten van de Geest. Dat is een hard woord, maar het is bijbels gezien niet anders.......’ Bram van Dijk is in zijn denken misschien wel meer geseculariseerd dan hij zelf denkt. Zijn opvattingen klinken vertrouwd en traditioneel en worden door een aantal gemeenteleden als 'veilig' ervaren. Maar in de manier waarop hij met grote woorden de kerkenraad aanvalt (woordbreuk) klinkt door dat hij medechristenen 'vijand' ziet. Mildheid en ootmoed zijn dan ver te zoeken. Maar misschien is het nog wel erger..... Zou het kunnen zijn dat we door alle strijd over uiterlijke zaken in de kerkdienst (van mensen die persé willen veranderen en van mensen die persé alles bij het oude willen laten) het zicht op de werkelijke tegenstander kwijtraken?
Oppervlakkigheid, gebrek aan inzet, vijandigheid, het hard oordelen over kwetsbare mensen, het geen tijd hebben voor bijbellezen en gebed, het avond aan avond kijken naar alles wat zich op de televisie aandient.
Dát lijkt mij veel eerder de manier waarop de duivel grip krijgt op christenen.

Oefenplaats en schuilplaats
Moet Bram van Dijk zijn mond houden?
Nee, want voor hem is dat toneelstukje een serieus probleem. Hij vindt écht dat dat niet kan in de kerkdienst. Het is overigens goed mogelijk dat de kerkenraad en Bram van Dijk daar helemaal niet uit komen: ze zullen het niet eens worden. Vervolgens is het wel de vraag hoe ze met dat verschil van mening omgaan.
Ondertussen nog een tip: nog een keer lezen wat Marian Ulehake onlangs aan het slot van haar bijdrage schreef ('Opbouw', 22 februari 2002, blz. 82).
De gemeente wordt getekend als een oefenplaats (actief), maar ook als een schuilplaats (rust). In de kerk mogen we zoeken naar nieuwe vormen om het Evangelie tastbaar te maken.
Tegelijk is het ook de plaats waar we tot rust kunnen komen. Niet alles moet persé veranderen. We kunnen op die manier met elkaar leren omgaan als de Heilige Geest in ons leven werkt.....

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief