Koptische doop

2002-04-19
  • Jaargang 46
  • nummer 8
Benjamin is het oudste kind van onze dochter en haar egyptische man. Hij was de eerste van onze kleinkinderen die gedoopt zou worden. Op een zonnige zaterdag in september zou in de Koptische kerk die gebeurtenis plaats vinden. De enige priester die de Koptische kerk in Nederland toen had, moest zijn diensten verdelen tussen Amsterdam, Eindhoven, Den Haag en Utrecht. Deze dag was hij in Eindhoven.
De dag daarop, zondag, zou de grootvader van de dopeling ook in Eindhoven preken.
Daar moet je dan maar niet teveel aan denken, maar het doet je wel wat.
Als je kinderen opgroeien wil je graag dat ze bij de kerk blijven. Liefst de eigen kerk, maar dat kun je nog laten vallen als die andere kerk dicht bij de jouwe ligt. Moeilijker wordt het als het een kerk is waar je kind overgedoopt gaat worden. Maar ook hier leer je mee omgaan.
Toch, als de kerk totaal anders is, zoals in ons geval, leer je dankbaar te zijn als blijkt dat ze de Here van harte liefhebben. Als je kinderen niet meer naar de kerk gaan hoop je dat ze Hem nog willen kennen. En als je tenslotte ook daar weinig meer van merkt heb je niet anders dan je vast te klampen aan de zekerheid dat de Here hen blijft liefhebben.

Wij gingen dus naar Eindhoven. En waren te laat. De dienst was al in volle gang maar dat was geen probleem, we konden gewoon aanschuiven en luisteren naar de priester en zijn onverstaanbare woordenstroom.
Na ongeveer een uur riep hij ons terzijde.
De dienst werd intussen voortgezet door een diaken. De priester wijdde zich nu helemaal aan de doopouders en het kind. Een lang formulier.
Vragen aan de ouders. Voorhoofd, handjes en voetjes van het kind werden met olie gezalfd. En intussen ging de dienst gewoon door. Wij waren een eilandje apart.
Weer een stuk formulier.
Daarna de eigenlijke doop. En daar werden we overrompeld door het beeldende karakter van het sacrament.
Het kindje werd geheel ontkleed en 'in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest' drie keer in een kleine badkuip ondergedompeld, de laatste keer helemaal kopje onder, waarop hij heftig schreiend reageerde.
Prachtig. Daarna droogde de priester hem af. Deed hem het pampertje om en de meegebrachte witte kleertjes aan, bond hem tenslotte een rood lint om, symbool voor het bloed van Christus.

We mochten weer gaan zitten en de dienst duurde voort. Ik keek naar het gezalfde en gedoopte jongetje, schoongewassen door kostbaar bloed, gekleed in witte kleertjes. Een klein zondaartje en toch begenadigd, ook hij.
Tenslotte kwam er een einde aan de dienst. De gemeente begaf zich naar een bijgebouw. Daar werden de ouders gefeliciteerd. Er was koffie, thee, soep, heerlijk egyptisch brood, maar vooral hartelijkheid en warmte. De priester bleek een gewoon mens, met belangstelling voor het werk van de protestantse collega.

Inmiddels hebben we de doopceremonie drie keer meegemaakt en ik moet bekennen dat, na die eerste keer, wij naar de volgende uitkeken. 'Ik wilde,' zei onze schoonzoon de laatste keer, 'dat papa het had mogen doen.' En voor die opmerking was ik heel dankbaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief