HOPE21 - een indruk
2002-05-31
Hoop voor Europa - Jaargang 46
- nummer 11
Politieke leiders uit Oost- en West Europa treffen elkaar met grote regelmaat om de centrale economische, technische en maatschappelijke vragen te bespreken. Gelet op de grote veranderingen in het Europa van de laatste 15 jaar is het verbazingwekkend dat er vanuit kerken en christelijke organisaties zo weinig ontmoeting was op Europees niveau. Alleen al om die reden trok een groot congres eind april in Boedapest de aandacht. Het werd gehouden onder de beloftevolle vlag van ‘Hope 21', georganiseerd door o.a. de Europese Evangelische Alliantie. Naast grootschalige samenkomsten, waren er ook de persoonlijke ontmoetingen en besprekingen in meer dan 20 kleine groepen, ingedeeld naar thema. Het ging o.a. over politiek, gezondheidszorg, plaats van de vrouw, jeugdwerk en verzoening in christelijke perspectief. En ook over apologetiek - de vaardigheid om je geloof uit te leggen.
l’Abri man Wim Rietkerk had in die subgroep een belangrijke rol. Zijn lezing vindt u in dit nummer van Opbouw, omzoomd door de impressies van twee ‘gewone’ congresgangers, te weten de predikanten Henk de Jong en Dick Westerkamp.
Wat doet een gereformeerde dominee op een Europees congres van evangelische christenen? En dat helemaal in Boedapest. Uitgenodigd door een van de hoofdsprekers, onze bekende l’Abri-man drs W. Rietkerk (‘Joh, kom daar ook eens bijzitten; goed voor je’), heb ik me daar allereerst verwonderd over de vele grensoverschrijdende contacten waarmee onze evangelische broeders en zusters vertrouwd en gezegend zijn. Daar kunnen de gevestigde protestantse kerken die nationaal georganiseerd zijn niet zoveel tegenover stellen. De voorzitter van het congres wees daarop en zei dat een van de nadelen van de zestiende-eeuwse kerkhervorming het uiteenvallen in nationale kerken geweest is. Hij kon daar wel eens gelijk in hebben.
Ik was terecht gekomen in een van de meest nuchtere secties van het congres, die over de apologetiek ofwel de geloofsverdediging ging. Groot was het verschil in sfeer tussen de werkvergaderingen welke in die afdeling overdag gehouden werden en de plenaire bijeenkomsten op de avonden. Bij die laatste samenkomsten heb ik me een volslagen vreemdeling gevoeld, alleen al vanwege het overdonderende geluidsvolume waarmee men de Here in het lied dacht te moeten prijzen. De lofzang was daar bepaald niet in stilheid tot God. Die vervreemding voelde ik onder de apologeten bepaald niet. Er is daar hard gewerkt. Interessant was de ‘clash’ tussen de meer rationele en de meer gevoelsmatige benadering van de vraag hoe het christelijk geloof verdedigd moet worden. Het leek wel of het daarbij vast zat op een verschil in sekse en op een generatiekloof.
Men kon elkaar niet geheel (of geheel niet) overtuigen, maar leerzaam was het wel. Je herkende er veel in van wat ook onder ons wel speelt.
Niet gratis
Het bezoek aan het congres was mede vanwege de reiskosten bepaald niet gratis, maar toch werden verreweg de meeste kosten vanuit de VS gefourneerd. Dat heeft grote indruk op mij gemaakt, want je kunt je daar niet vanaf maken met de domme opmerking dat men aan de overkant geld genoeg heeft. Er sprak een reële zorg voor ons Europa uit dat bezig is sterk te seculariseren. Het congres was een uitgestoken broederhand om de christenen hier – en dan vooral die uit de Oosteuropese landen - met training en enthousiasmering te ondersteunen.
De organisatie was goed, de huisvesting en de maaltijden prima. Het goede glas ontbrak er nog maar aan, maar zoals bekend schijnt het Jezus’ gewoonte te zijn om in die kringen alle wijn in water te veranderen. Trots was ik op de inbreng van Wim Rietkerk – vanouds een brugfiguur tussen gereformeerd en evangelisch – die met zijn lezing over de valkuilen van een christelijke apologetiek uitstekend gescoord heeft. Tenslotte, niet helemaal duidelijk is voor mij de betekenis van het logo van het congres: HOPE21 geworden.
Moeten we die hoop voor de 21ste eeuw verstaan in de zin waarin het evangelie over de hoop spreekt: een onwankelbare zekerheid ten aanzien van wat komen gaat? Of gaat het meer om de hoop in de betekenis van een menselijk verlangen dat zich niet zonder meer kan beroepen op een goddelijke belofte? Beide geluiden waren te beluisteren, al klonk het eerste veruit het krachtigst. Het zal de lezer wel niet verbazen dat ik me bij de laatste optie het meest thuis voel.
Rijke geloofstoekomst?
Ik voor mij zou echt niet durven zeggen dat ons Europa nog een rijke geloofstoekomst tegemoet gaat. Daar kan en mag om gebeden worden, maar ook het vurigste gebed kan daarover niet tot zekerheid leiden. Het ligt in Gods hand. Het kan, maar er zijn ook historische voorbeelden (Turkije, Noord-Afrika) van het tegenovergestelde.
Dat neemt overigens niet weg dat het goed is jezelf als christen in het spreken met ‘de vijand in de poort’ te trainen, volgens het woord van Petrus dat terecht in het centrum van de aandacht stond: ‘Weest altijd bereid tot verantwoording (apologie, zegt het Grieks van de tekst) aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u is’ (I Petr. 3 : 15). En die training, daar ging het daar in Boedapest om.